IT-onderwijs onder vuur

11 maart 2011

Marketingmanager Willem van der Steen stelt dat de vraag naar IT’ers met kennis van bepaalde programmeertalen per regio sterk verschilt. “In Eindhoven en Breda is er bovengemiddeld veel vraag naar IT’ers met kennis van .NET, in Rotterdam is er voornamelijk behoefte aan PHP-specialisten en in Amsterdam is het hoofdzakelijk .NET en PHP wat de klok slaat.”

Het valt Van der Steen op dat C# niet vaak wordt onderwezen en dat er überhaupt weinig aandacht is voor de ontwikkelomgeving .NET, terwijl de markt staat te springen om IT-professionals met kennis op dat gebied. Volgens Van der Steen is er sprake van een ‘behoorlijke mismatch’. “Dat is niet alleen zo op het gebied van .NET. Java wordt bijvoorbeeld veel onderwezen, maar relatief weinig gevraagd. En dat is zonde, want nu moeten veel studenten zich in de eerste weken van hun stage of baan richten op het aanleren van een nieuwe taal, voordat ze ingezet kunnen worden.”

Minder erg dan het lijktVolgens Jan Stroet, verbonden aan de opleidingen Informatica en Technische Informatica aan Saxion Hogescholen in Enschede, is dit een minder groot probleem dan het lijkt. “Nadat onze studenten hebben leren programmeren in Java is de overstap naar C# en de .NET-omgeving een fluitje van een cent.” Zijn hogeschool biedt geen modulen aan op het gebied van C# en is niet van plan om daar op korte termijn verandering in te brengen. “Java was er nou eenmaal eerder en voldoet prima. Een overgang naar C# heeft voor ons geen meerwaarde.” Overigens is het gebruik van Java in het lespakket niet onomstreden. Zo beweren wetenschappers Edmond Sconberg en Robert Dewar dat er belangrijke tekortkomingen kleven aan Java als ‘eerste taal’.

Naast Java wordt op Saxion C++ onderwezen en in het projectonderwijs in het derde en vierde leerjaar mogen de studenten hun eigen programmeertaal en -omgeving kiezen. “Soms kiest een groep dan voor .NET”, vertelt Stroet. Bij de opleiding Technische Informatica worden de studenten ook nog in C onderwezen en in de specialisatiefase hebben studenten de keuze om te programmeren in een functionele of logische programmeertaal. “Wij willen de studenten goed leren programmeren en opleiden tot goede software-ingenieurs. De gebruikte programmeertaal die is van minder belang. Het gaat veel meer om de concepten.”

Jan Dirk Schagen van de Haagse Hogeschool en voorzitter van de HBO-I Stichting, het samenwerkingsverband van hbo-ICT-opleidingen, benadrukt dat op alle hogescholen wordt onderwezen in objectgeoriënteerde (OO) talen. “Als werkgevers vragen naar .NET’ers, bedoelen ze mensen die gewend zijn om in een ontwikkelomgeving systemen te maken met een programmeertaal. En die mensen leveren wij af. Wij voldoen dan ook prima aan de wensen van het bedrijfsleven.” Hij is het met Stroet eens dat de overstap naar een andere taal eenvoudig is: “Als je goed bent in een OO-taal, is een andere OO-taal heel snel te leren.”

Halfjaar inwerkenRobert van Son, teammanager SharePoint bij Microsoft-partner Wortell, betreurt de opstelling van de hogescholen. Hij vindt het vooral vervelend dat studenten niet geleerd hebben gebruik te maken van een ontwikkelplatform, zoals .NET of Ruby. “Een andere programmeertaal is inderdaad eenvoudig aan te leren, maar alles wat het platform biedt optimaal leren gebruiken vergt meer tijd. Een ontwikkelaar die dit niet gewend is, kan zomaar een halfjaar moeten besteden om dit aan te leren. Terwijl een pas afgestudeerde die het .NET-platform al beheerst snel inzetbaar is.” Volgens Van Son is dit ook voor de young professional zelf het beste. “Direct ‘aan de knoppen’ is de leukste start van je carrière.” Hij hoopt dan ook dat meer hogescholen kiezen voor een ‘geheel ontwikkelplatform’. “Liefst .NET”, lacht hij.

AG10-p01

Ronald van Es, financieel directeur bij Macaw, zegt vooral ‘the big picture’ te missen bij starters. “Microsoft-technologie behelst een pallet van technologieën. Het is essentieel dat je het platform begrijpt; wanneer zet je wat in en waarom? Dat gaat verder dan alleen de technisch inhoudelijke kennis. Dit is bij starters vaak niet duidelijk en wordt niet meegegeven in de opleiding.”

Hij betreurt het dat kennis van .NET niet altijd standaard in opleidingen wordt opgenomen. “Maar je ziet wel een trend dat dit door middel van minors wordt aangeboden.” Van Es ziet voor Macaw wel een rol weggelegd om in de vorm van stageopdrachten of participatie in minors studenten naar een gewenst startniveau te krijgen. “Maar de basis dient wel verankerd te zijn in de opleiding zelf.”

Meer kunde dan kennisDaniëlle Leentjens, teammanager bij Hogeschool Inholland voor de Informatica-opleidingen, brengt daartegen in dat het de bedoeling is dat studenten vooral worden geschoold met kunde, en in mindere mate met kennis. “Het is aan de arbeidsmarkt om deze persoon specifieke kennis bij te brengen.” Overigens is het curriculum van ‘haar’ opleidingen hoofdzakelijk geënt op Microsoft-producten. Docent Gerard Tuk vult aan: “Voordat ik bij Inholland in dienst trad, werkte ik bij verschillende bedrijven als softwareontwikkelaar. Bij het eerste bedrijf werkte ik met C++ terwijl ik dat nog nooit eerder had gedaan, bij het laatste met Delphi, wat ook nieuw voor me was. In beide gevallen was dat ‘gebrek’ nauwelijks een bezwaar.” Volgens hem is het niet te doen om in te springen op iedere nieuwe hype. “Als onderwijsinstelling heb je te maken met het waarborgen van de kwaliteit en continuïteit. Je kan niet ieder jaar nieuwe of andere dingen gaan doen.”

Van der Steen denkt dat .NET wellicht minder gedoceerd wordt omdat het zo sterk gelieerd is aan Microsoft. “Dat roept nogal eens antigevoelens op.” Stroet geeft toe dat zijn voorkeur uitgaat naar open standaarden en open systemen. “Daarin hebben we als onderwijsinstelling ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Van oudsher hebben wij Unix/Linux als besturingssysteem gebruikt en aan de hand hiervan meerdere informaticaconcepten onderwezen. En juist ter ondersteuning van het softwareontwikkelproces zijn er veel open systemen beschikbaar, waar onze studenten tijdens hun studie mee in aanraking komen.”

Het anti-Microsoft-gevoel binnen het onderwijsveld wordt volgens Maarten-Jan Vermeulen, Academic Engagement Team-manager bij Microsoft Nederland, ‘gelukkig minder’. “Maar het feit dat we een groot, commercieel bedrijf zijn, speelt zeker een negatieve rol bij de beeldvorming.” Hij vertelt dat dit een van de redenen is geweest dat .NET uiteindelijk volledig is beschreven in open standaarden, waardoor het niet alleen beschikbaar is voor Microsoft-toepassingen. Hij merkt dat de interesse voor Microsoft-technologie in het hoger onderwijs de laatste drie jaar aanwakkert. “Zo werken wij intensief samen met de Universiteit Utrecht bij de nieuwe opleiding Gametechnologie, waarbij volledig is gekozen voor C#. Dat is redelijk uniek in de academische wereld. Daarnaast hebben wij goede contacten met de TU Delft, de Hogeschool Windesheim en de Hogeschool Zuyd. Er is dus echt wel iets aan het veranderen.”

Relatief nieuwMarcel Timmer, directeur van de divisie Developer & Platform Evangelism (DPE) bij Microsoft Nederland, denkt dat de adoptiecurve van .NET in het hoger onderwijs nog niet zo steil is omdat het gaat om een relatief nieuwe ontwikkelomgeving. “.NET bestaat nu zo’n tien jaar en is inmiddels volwassen. Het duurde even voordat de vraag vanuit de markt op gang kwam. Bijvoorbeeld in de game-industrie zien we veel interesse voor ons platform ontstaan, in de grootzakelijke markt was dit al langer zo. Inmiddels is het tekort aan .NET-specialisten nijpend. Maar het duurt nou eenmaal een aantal jaren voordat de ‘pull’ vanuit de markt richting het onderwijs effect begint te sorteren.” De vraag naar IT’ers met kennis van .NET zal de komende tijd toenemen, denkt hij. Timmer verwacht dat organisaties vaker over de landsgrenzen zullen kijken bij hun zoektocht naar personeel.

 

- Java, C, PHP of toch C#? -

Hoe komt de keuze tot stand?

Hogescholen hanteren verschillende methoden om tot een keuze te komen welke programmeertalen worden onderwezen. Zo heeft Inholland een curriculumcommissie, maar er wordt ook gekeken naar het aanbod van docenten en de vraag vanuit projecten. “Er wordt zeker geluisterd naar het werkveld via de curriculumcommissie en bij de stagecontacten”, vertelt teammanager Daniëlle Leentjens.

Bij Saxion Hogescholen wordt de keuze voor een bepaalde programmeertaal gemaakt door de leerplancommissie, in samenspraak met de docenten. Jan Stroet: “Bij onderwijsvernieuwingen en -evalu-aties wordt ook de vraag gesteld in welke taal geprogrammeerd moet worden. En alle opleidingen van onze academie hebben een beroepenveldcommissie, met vertegenwoordigers uit het IT-bedrijfsleven. Een paar keer per jaar geven zij commentaar op de inrichting van de opleidingen.”

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!