Hoger onderwijs ontbeert ICT-regisseur

25 juni 2010

Gezien de (inter)nationaal zelfgekozen dynamiek in de onderwijswereld is centrale ICT-regie binnen de Nederlandse hogescholen hard nodig. Deze dynamiek is enerzijds het resultaat van politieke keuzes binnen de Europese Unie om de internationale mobiliteit van studenten te verhogen. Anderzijds hebben onderwijsinstellingen gekozen voor vraaggestuurd (klantvraag is leidend) en competentiegericht onderwijs. Centrale ICT-regie is noodzakelijk om zowel op strategisch (concurrentievoordeel), tactisch (het niveau van adequate sturing) als operationeel niveau (de ‘werkvloer’) de voordelen van ICT te kunnen benutten. Veel organisaties buiten het onderwijs hebben daarom een CIO als centrale ICT-regisseur. De CIO is de persoon die inhoud geeft aan de deugdelijkheid van het ICT-bestuur en -beleid binnen de organisatie, de IT-governance. Binnen de instellingen voor hoger onderwijs echter wordt de term ‘CIO’ formeel meestal niet gebruikt. Dit heeft vooral te maken met het feit dat een CIO zich op het hoogste bestuurlijke niveau moet bewegen om invloed te kunnen hebben op het gebied van ICT en bedrijfsvoering, en vanzelfsprekend iemand is die verstand van zaken heeft. Door een gebrek aan kennis van en affiniteit met ICT voldoet de gemiddelde Nederlandse onderwijsbestuurder niet aan deze vereisten. De taken die behoren tot het domein van de CIO worden echter wel degelijk uitgevoerd. In de praktijk kunnen deze bij meerdere personen tegelijk belegd zijn die zich zelf ergens in de organisatiestructuur bevinden, met alle lijnperikelen van dien. Door een gebrek aan kennis van of affiniteit met ICT delegeren onderwijsbestuurders graag de CIO-functie, echter zonder het bijbehorende mandaat. Dit leidt op het gebied van ICT en onderwijslogistiek tot regieloze onderwijsinstellingen waarin de traditionele onderwijsverkokering niet wordt doorbroken en waar iedere opleiding of docent met bijbehorende financiële consequenties zijn eigen onderwijsomgeving creëert. Gevolg is een verspilling van tijd, geld en een gebrek aan noodzakelijke onderwijsverbetering. Een verbetering die in het licht van politieke doelen ten aanzien van de Europese kenniseconomie bitter hard nodig is.

Nederlandse hogescholen hebben van oudsher weinig te klagen gehad over financiële middelen. Overheidsgelden zijn door de jaren heen relatief ruimhartig toegekend en de fusies met andere hogescholen en universiteiten hebben schaalvoordelen gebracht. Zoals in alle overheidssectoren moet nu echter de broekriem worden aangehaald. Uitgaven worden kritisch tegen het licht gehouden en dat geldt ook voor de ICT-budgetten. Waar(de) voor het geld is de nieuwe bestuurlijke werkelijkheid.

De waarde van ICT ter ondersteuning van de administratieve bedrijfsvoering staat in het algemeen niet ter discussie. Zonder ICT immers geen deugdelijke procesgang. Dat ligt anders voor het onderwijs, het primaire proces en de onderwijslogistiek. Het huwelijk tussen ICT en onderwijs is nog steeds niet altijd even gelukkig. Dat heeft mede te maken met het probleem dat men kan omschrijven als de ‘dubbele autonomie’. Het gevolg hiervan is enerzijds een gebrek aan flexibiliteit en anderzijds een tekort aan innovatief vermogen.

Wat is dubbele autonomie? Op het operationele niveau maakt de docent op basis van zijn vakkennis samen met de student het onderwijs. Binnen het onderwijs worden docenten geconfronteerd met een toenemende verantwoordingsbehoefte van onderwijsbestuurders en accrediterende instanties. Dit leidt in de praktijk tot een intensiever gebruik van ICT-systemen en dus tot een dominantere positie van ICT in het onderwijs. Door de gelijktijdige stijging van de administratieve druk en de dalende onderwijsvergoedingen blijft er steeds minder tijd over om na te denken over de innovatie van het onderwijs. Het gevolg is dat de docent zich onder de vlag van autonomie verder terugtrekt. De tweede autonomielaag wordt gevormd door de opleidingen binnen de instelling. Het opleidingsmanagement heeft relatief veel macht en ruimte om zelfstandig beslissingen te nemen. Daarnaast is er in veel gevallen sprake van integraal management waardoor managers meerdere dossiers, waaronder die van ICT, tegelijk in de lucht moeten zien te houden, waardoor het handhaven van de status-quo vaak het voornaamste doel wordt. Door de dubbele autonomie krijgen de onderwijsverbetering en de flexibilisering van de onderwijslogistiek niet de kans die zij verdienen.

Onderwijsverbetering heeft betrekking op de manier waarop onderwijs wordt aangeboden. Als we kijken naar de wijze van communiceren en leren van studenten (interactief), zien we een kloof ontstaan met de traditionele onderwijsdidactieken (reactief). Deze kloof is alleen overbrugbaar door geïntegreerd gebruik te maken van moderne technologie binnen een digitale leeromgeving. Naast de didactische verbetering met ICT is bovendien flexibilisering van het onderwijs noodzakelijk omdat de huidige onderwijscontext wordt gedomineerd door vraagsturing en competentiegericht opleiden. Dit betekent dat de student zijn competenties kan behalen door binnen zekere grenzen eigen keuzes te maken ten aanzien van de inhoud van zijn onderwijsloopbaan die dwars door opleidingen, onderwijsinstellingen en zelfs landen heen kunnen lopen. Ook de Europese onderwijspolitiek stuurt sterk op internationale flexibilisering van de studieloopbaan. Vraaggestuurd en competentiegericht onderwijs zijn echter alleen te realiseren als zowel het onderwijs, de opleidingen alsook de onderwijsinstellingen dit organisatorisch kunnen ondersteunen. Daarvoor is standaardisatie onontkoombaar, maar dan moet hierover op instellingsniveau wel consensus bestaan.

Het is de dubbele autonomie, maar ook het gebrek aan stevige centrale ICT-regie die het ontwikkelen en gebruik van dergelijke standaarden in de weg staan. Standaarden hebben onder andere betrekking op het identificeren en administreren van de (internationaal) shoppende student, op de wijze waarop gecommuniceerd wordt, op de wijze waarop studieprogramma’s worden opgebouwd en op toepassingen die gebruikt worden in het (digitale) leerproces. Zonder standaardisatie is flexibilisering een utopie, zonder centrale ICT-regie is standaardisatie een utopie en zonder een centrale ICT-regisseur is ICT-regie een fictie.

Wat gebeurt er momenteel op het niveau van de onderwijsinstellingen zelf, maar ook tussen instellingen, om de impasse te doorbreken? Binnen de instellingen is er groeiende aandacht voor IT-governance. Dit komt tot uiting in de discussies die gevoerd worden over de methodische inbedding van IT-governance (bijvoorbeeld CobiT, ITIL, ASL, BiSL) en de koppeling tussen de vraag- en aanbodzijde van ICT via informatiemanagement. De informatiemanager is onder meer de intermediair tussen de traditionele afdeling ICT (aanbod) en de verschillende gebruikers van ICT (vraag). De vaak latente en gefragmenteerde behoeften van de afnemers kunnen door de informatiemanager manifest worden gemaakt en opgeschaald en de noodzakelijke ICT-veranderingen vanuit de aanbodkant kunnen door hem worden gefaciliteerd. De expertmacht van de traditionele ICT-afdeling binnen de ‘onderwijsbusiness’ neemt hiermee af. Sterker nog, vanuit kosten-, kwaliteits- en flexibiliteitsoverwegingen wordt op ICT-gebied steeds minder in eigen huis gedaan. Dit vraagt wel om een stevige centrale ICT-regie in de functie van een CIO. Onderzoek heeft uitgewezen dat de functionarissen die zich in de externe omgeving van de hogescholen CIO mogen noemen, zich voornamelijk verantwoordelijk voelen voor de performance van ICT ten behoeve van de bedrijfsvoering (efficiency). De belangrijkste reden hiervoor is dat deze goed meetbaar is en dus vanuit verantwoordingsperspectief voor de bestuurders het zichtbaarst is. Daar waar het de relatie van ICT met de onderwijskwaliteit betreft (effectiviteit), wordt de verantwoordelijkheid bij andere functionarissen gelegd, die over het algemeen te weinig kennis hebben om hiervoor ook echt de verantwoordelijkheid te kunnen dragen (docenten, onderwijsmanagers, onderwijsadviesdiensten).

Tussen instellingen wordt er ook veel gediscussieerd. Hbo-instellingen hebben een centraal overleg COMIT (Coördinerend Overleg Managers Informatie Technologie) voor functionarissen die CIO-taken binnen de instelling vervullen. Daarnaast heeft SURFfoundation, het samenwerkingsverband waarin universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstellingen samenwerken op diverse ICT-terreinen, een CIO-overleg opgestart. Het doel is om de CIO-functionarissen van universiteiten en hogescholen kennis en ervaring uit te laten wisselen met betrekking tot uiteenlopende CIO-gerelateerde issues.

Binnen dit overleg wordt onder meer aandacht besteed aan het nut en de noodzaak van IT-governance binnen en tussen hogeronderwijsinstellingen. Dit overleg bestaat sinds kort en zal zijn waarde, onder andere voor de onderwijsbestuurders, nog moeten bewijzen.

In een dynamische (internationale) hogeronderwijscontext is centrale ICT-regie onmisbaar om de effectiviteit en efficiency van het hoger onderwijs te verhogen. Het gaat immers om de besteding van publieke middelen. Dit kan alleen als onderwijsbestuurders voldoende ICT-bewust zijn. Dit bewustzijn ontbreekt vaak. Er is in dat opzicht nog een wereld te winnen.

Rolf Bruins is lid van de kenniskring van het lectoraat ‘ICT en onderwijsinnovatie’ binnen de Hogeschool Windesheim in Zwolle. Hij heeft onderzoek gedaan naar IT-governance binnen het hoger beroepsonderwijs in Nederland. Daartoe zijn tien van de grootste hbo-instellingen bezocht en CIO’s geïnterviewd. Het rapport waarop dit artikel is gebaseerd, is te downloaden op de site

www.licto.nl. Bruins is tevens auteur van twee boeken over informatiemanagement (Pearson Education).

Peter van ’t Riet is lector van het lectoraat ‘ICT en onderwijsinnovatie’ binnen de Hogeschool Windesheim in Zwolle. Zijn lectorale rede ‘ICT-bewustzijn als succesfactor in onderwijsinnovatie’ kan worden gedownload op de website van het lectoraat:

www.licto.nl.

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Laat de klantenservice je terugbellen!