Het energieverbruik per persoon zit in de lift

26 maart 2010

Extra energievreters zijn een printer (hoewel die vaak gedeeld wordt met collega’s), een scanner (ook vaak ondergebracht in de printer) en een externe harde schijf. Om het nog maar niet te hebben over kaartlezers, grafische tabletten, docking stations voor een smartphone of ADSL-modems. Geen enkele configuratie is ‘standaard’ maar 300 watt per persoon is een goede schatting.

LaptopDe mobiele werker heeft wat minder, omdat daar alles in de laptop zit en de onderdelen daarvan zo zijn gemaakt dat ze zo min mogelijk energie verbruiken. Een laptop vraagt ongeveer 40 watt bij accubedrijf en circa 75 watt wanneer de oplader wordt gebruikt. Het energieverbruik wordt zo laag mogelijk gehouden door bepaalde onderdelen die niet in gebruik zijn, uit te schakelen; de harde schijf bijvoorbeeld of het beeldscherm.

Wie met grotere systemen werkt, heeft doorgaans heel wat meer energie ‘onder handbereik’. Dat was in de begintijd een bron van zorg. Grote computers werkten met elektronenbuizen en die namen behoorlijk wat energie in beslag. In de jaren vijftig gebruikte een grote computer met gemak 100.000 watt of meer. IBM zag dat met lede ogen aan, en probeerde het tij te keren door de introductie van een systeem dat later de naam mainframe zou krijgen. De eerste van die familie, de IBM/360, zag het levenslicht in 1964. Dit apparaat gebruikte, afhankelijk van de opgestelde configuratie, een hoeveelheid energie die in slechts tientallen kilowatts werd uitgedrukt.

Een rekencentrum bevatte slechts één mainframe en vaak was het centrum letterlijk om de machine heen gebouwd. Het rekencentrum werd bevolkt door een relatief grote staf, bestaande uit systeemanalisten, programmeurs, operators (die het zware werk moesten doen zoals het vervangen van tapes en disk-packs) en ponstypistes. Per persoon was het energieverbruik vergelijkbaar met dat van een hedendaagse desktop-pc. Sinds die tijd zijn de verhoudingen alleen maar schever getrokken. Mainframes werden steeds krachtiger en de hoeveelheid mensen rond het apparaat werd daarentegen kleiner.

Mainframes werden in de begintijd gebruikt in een closed shop-omgeving. Wie iets berekend wilde hebben, meldde zich nederig bij het loket en gaf zijn werk over aan de deskundigen. Dat principe werd verlaten voor de open shop, waar de toegang tot het mainframe veel soepeler verliep. Er waren minder mensen nodig om de machinerie aan de praat te houden.

RekencentrumTegenwoordig is een rekencentrum gevuld met veel meer apparatuur dan men veertig jaar geleden ooit voor mogelijk had gehouden. De energieconsumptie vloog, door het gebruik van bladeservers en consolidatie en virtualisatie, de hoogte in. Een datacentrum van tegenwoordig slurpt zonder blikken of blozen 20 megawatt of meer uit het elektriciteitsnet. Onder invloed van internet zijn de centra ook groter en groter geworden. Een datacentrum dat 60 megawatt nodig heeft, is geen zeldzaamheid meer. En vaak wordt zo’n centrum gebruikt in een lights out-stand, waarbij er geen mens meer aanwezig is; hooguit één mannetje voor de noodzakelijke onderhoudsklusjes. Die ene man is dan wel de baas over 60 megawatt en dat is 240.000 keer zoveel als waar de pc-gebruiker de baas over mag spelen. /r.keijzer@sdu.nl

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!