Googles preoccupatie met snel internetten

11 december 2009
Dat lokaliseren van websites kan een relatief tijdrovend klusje zijn. DNS is namelijk een hiërarchisch georganiseerd adresboek. Wanneer een gezocht adres niet in hetzelfde domein zit, wordt dat opgezocht in een overkoepelend adresboek, van waaruit vervolgens weer lokale adresboeken worden geraadpleegd. Het bewaren van eenmaal opgezochte paden versnelt het leggen van contact met sites in andere domeinen aanzienlijk.
DNS-cachingservers zijn op zich niets nieuws. Ze worden ook gebruikt door leveranciers van internetdiensten en soms ook door bedrijven. Google denkt met zijn caches betere prestaties te kunnen leveren door de inzet van serverclusters. Ook is er volgens Google voordeel te behalen uit het feit dat men bij het opvragen van een adres kan putten uit een groter bestand aan gecachte adresbevragingen dan bij een DNS-cache van één aanbieder. Een speciaal ontwikkeld algoritme kan bovendien zoekpaden verversen die op het punt staan uit de cache te worden gegooid, als het historische opvraagpatroon daartoe aanleiding geeft. Daardoor zou een vraag vaker vanuit de cache beantwoord kunnen worden.
Public DNS zou ook veiliger in het gebruik zijn. Google heeft verschillende mechanismen geïmplementeerd om te voorkomen dat kwaadwillenden de DNS-caches vervuilen met valse verwijzingen. Ook stuurt Public DNS altijd een NXDOMAIN-record terug wanneer men een niet-bestaand adres opvraagt. De browser meldt bij ontvangst van zo’n bericht dat er een DNS-fout is opgetreden.
Met dat laatste onderscheidt Google zich van OpenDNS, een vergelijkbare gratis dienst die wordt bekostigd uit advertenties op de ‘redirect’-pagina’s die men te zien krijgt bij een onvindbaar adres. Oprichter David Ulevitch van OpenDNS vindt echter niet dat Google daar een argument aan kan ontlenen. Google verdient zijn geld nagenoeg geheel aan advertenties, stelt hij. Qua prestaties doet OpenDNS op dit moment in ieder geval niet onder voor Public DNS, blijkt uit een eerste test. OpenDNS biedt wel meer gebruiksgemak in de vorm van een bedieningspaneel waar men eigen instellingen kan opgeven. Anderzijds kan er bij Public DNS nog veel veranderen. Googles DNS-cache is nog in een experimenteel stadium.
Public DNS is maar een van de voorbeelden van Googles preoccupatie met het sneller maken van internet. Achtergrond daarvan zijn onderzoeken die laten zien hoe snel websurfers afhaken als het openen van een pagina langer op zich laat wachten. Die snelheidsmanie toont zich ook in de eigen browser Chrome, een kale, snelle browser die de concurrentie de hielen laat zien bij het verwerken van de JavaScripts waarin de interactieve mogelijkheden van moderne websites zijn vervat. Met Chrome OS bouwt Google voort op dat concept: een besturingssysteem zonder ballast voor het draaien van applicaties in het web, dat het mogelijk maakt een pc in seconden op te starten.
Ook het aloude hypertext transfer protocol wordt door Google inmiddels op de korrel genomen. Probleem met http is dat het ontwikkeld is voor de afhandeling van één bestandsoverdracht per sessie. Een hedendaagse webpagina kan makkelijk uit tientallen componenten – en dus evenzovele bestanden – bestaan, en dan treden er onder http allerlei inefficiënties op, zoals het herhaaldelijk verzenden van dezelfde header. Ook bijvoorbeeld het feit dat niet consequent van compressie gebruikgemaakt wordt, vertraagt de afhandeling. Servers kunnen ook niet ongevraagd informatie sturen naar een client, ook al is zonneklaar dat die daar op zit te wachten. Onder http moet iedere download van een elementje wachten tot de client daarom vraagt.
Google heeft een alternatief ontwikkeld in de vorm van SPDY, uit te spreken als het Engelse SPeeDY. Het SPDY-protocol adresseert deze problemen door de vragen van clients en antwoorden van servers als het ware te bundelen en in een stroom versleuteld en gecomprimeerd over de lijn te zetten. In een eerste test boekten de ontwikkelaars van Google een snelheidswinst bij laadtijden van 27 tot 60 procent, afhankelijk van de complexiteit van de webpagina.
Dat klinkt veelbelovend, maar van concept naar standaard is nog een lange weg. SPDY in zijn huidige vorm heeft zeker ook nadelen, zoals de noodzaak het internetverkeer bij iedere correspondentie te comprimeren, versleutelen, decomprimeren en ontcijferen. Dat legt een behoorlijk beslag op de processors van clients en servers. Ook moet er een manier ontwikkeld worden om browsers kenbaar te maken dat ze een SPDY-verbinding moeten opzetten. Dat vereist zoiets als het invoeren van spdy:// in de url van de website. Probleem daarmee is natuurlijk dat niet alle browsers die in gebruik zijn dat bij invoering zullen ondersteunen.
 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!