Gericht overstappen naar de cloud

23 juli 2010
Bedrijven lonken massaal naar het nieuwe fenomeen cloud computing. Ze zien allemaal voordelen en kunnen haast niet wachten om de eigen systemen de deur uit te doen.

“En op dat moment moet je je afvragen: welke kant wil zo’n bedrijf nou precies op, hebben ze alles wel goed overdacht en is er een behoorlijk plan gemaakt om de overstap daadwerkelijk te maken? Het heeft niet zoveel zin om in één keer alle eigen apparatuur weg te doen en over te stappen op ‘software uit de muur’. Er moet binnen de organisatie voldoende draagvlak voor zijn”, zegt Jason Noel, vicepresident van de afdeling Management Advisory Services van Unisys.

“Geen enkel bedrijf neemt van de ene op de andere dag de beslissing om alles over te hevelen naar de cloud. Voordat zo’n stap wordt genomen zal aan een paar belangrijke voorwaarden moeten worden voldaan. Ten eerste moet de directie achter het plan staan en in de tweede plaats – zeker niet onbelangrijk – er moet voldoende geld voor zijn. Een overstap naar cloud is niet gratis”, zegt Noel.

Uit de dagelijkse praktijk blijkt dat de algemeen directeur (CEO) en de technisch directeur (CTO) de meest aangewezen personen zijn om een overstap naar cloud computing in gang te zetten. Noel: “Vaak wordt de CIO naar voren geschoven als beste kandidaat, maar die meneer of mevrouw is niet de driver voor veranderingen. Ik praat veel liever met een senior VP van een onderneming en dan mogelijk samen met de CTO. Dat duo verdient de voorkeur.”

Het samenbrengen van de juiste mensen voor een project noemt Noel ‘de bouw van een interactiemodel’. Het schept de basis voor de volgende werkzaamheden, die volgens een top-downbenadering worden uitgevoerd. Noel: “Er moet een duidelijke sturing van bovenaf zijn, dan loopt alles in goede banen zo leert de praktijk.”

Er wordt vaak gesproken over ‘de’ cloud, alsof er maar eentje mogelijk zou zijn. In plaats daarvan zijn er verschillende cloudtypen, zoals een interne cloud, een private externe cloud en een public externe cloud. “Drie cloudtypen, die soms fysiek heel ver van elkaar verwijderd kunnen zijn. Ga je lukraak je toepassingen over de genoemde clouds versnipperen, dan kan dat leiden tot een hoge latency. Stel, de ene helft van een toepassing blijft binnen de eigen muren van een bedrijf, de interne cloud, terwijl de andere helft ergens in de publieke cloud terechtkomt. Als die twee delen zeer vaak gegevens met elkaar uitwisselen, dan gaat dat erg veel tijd kosten. Het resultaat: de applicaties gaan langzamer draaien en het bedrijf is juist slechter af door de overstap naar cloud computing. De performance stort dan in.”

Om deze situaties te voorkomen, is het zaak dat eerst een analyse wordt gemaakt van de software die een bedrijf in huis heeft en dat wordt gekeken hoe de delen van die software invloed op elkaar hebben. Dan is het mogelijk om delen die veel met elkaar communiceren bij elkaar in eenzelfde cloud te plaatsen. “Wij hebben daarvoor een techniek in gebruik die is ontwikkeld voor de Wachovia Bank in de Verenigde Staten. Ooit was dat een privéonderneming, tegenwoordig is het een dochtermaatschappij van Wells Fargo. Voor die bank is een zogeheten decompositietechniek gemaakt, waarmee de aanwezige software wordt onderverdeeld in zes categorieën. Die kun je later groeperen voor het beste resultaat, dat wil zeggen: ze in dezelfde cloud onderbrengen”, aldus Noel.

Het team dat de schiftingstechniek voor de bank heeft ontwikkeld, is inmiddels voor zichzelf begonnen met het bedrijf Adaptivity. “En daar heeft Unisys een samenwerkingsovereenkomst mee gesloten. Het belangrijkste is eigenlijk de detectie van de software die behoefte heeft aan een lage latency, met andere woorden snelle processen die niet lang kunnen wachten op andere softwaremodules. Toepassingen die veel gebruikmaken van het geheugen zijn ook een punt van aandacht. Die moet je beslist niet in een andere cloud plaatsen dan je snelle storage. En dan zijn er applicaties die in korte tijd heel wat rekenwerk verzetten, bijvoorbeeld voor het doen van een uitgebreide analyse op je datawarehouse. Die moeten bij voorkeur in een cloud worden gezet waar veel rekenpower beschikbaar is. Een programma dat alleen wordt gebruikt voor het doen van een snelle ad hoc query kan toe met veel minder rekenkracht”, aldus Noel.

Als de verdeling eenmaal is gemaakt, kan er pas worden gekeken naar welke cloud(s) de applicatie het beste gemigreerd kunnen worden.

En als de uiteindelijke beste keuze dan eenmaal is gemaakt, kan de wetgever altijd nog roet in het eten gooien. Noel: “Bijvoorbeeld bij de verwerking van persoonlijke gegevens. Elk land heeft daar zijn eigen regels voor. Bijvoorbeeld dat de verwerking van de gegevens per se in het eigen land moet gebeuren, maar dat de opslag best in een ander land mag plaatsvinden. Of precies andersom. En ook zijn er landen waar zowel verwerking als opslag van privacygevoelige gegevens in eigen land moet gebeuren. De regels op dat gebied zijn knap ingewikkeld.”

Bedrijven die nog aanhikken tegen het verschijnsel cloud computing, raken vaak overtuigd met extra argumenten. “Het helpt enorm als ze in de gaten krijgen dat een cloud desgewenst ook snel kleiner gemaakt kan worden. Downscaling van de systemen en dus verlaging van de kosten. Dat is iets wat bij traditionele hardware niet mogelijk is”, zegt Noel.

Lees meer over
Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.