Management

Governance
smart city

G40: Meer samenwerken in Smart City-projecten

Het wiel wordt steeds opnieuw uitgevonden.

© Shutterstock
28 september 2020

Het wiel wordt steeds opnieuw uitgevonden.

Gemeenten moeten meer samenwerken in het opzetten van projecten en onderzoeken voor slimme toepassingen en digitale technieken in wonen, klimaat, mobiliteit en energietransitie. In de 40 grootste gemeenten blijken er ruim 400 Smart City-initiatieven te zijn ontwikkeld, maar regelmatig wordt het wiel opnieuw uitgevonden, zo concludeert de G40 zelf in een inventarisatie. 

Sinds het kabinet de NL Smart City-strategie opstelde in 2016, zijn veel steden soms enkele, maar vaker tientallen pilots gestart om de eigen stad, verkeer, en openbare ruimte slimmer en digitaler te maken. Te denken valt aan slimme verkeerslichten, sensoren die de drukte in een stadcentrum registeren, maar ook manieren om burgers makkelijker bij het stadsbestuur te betrekken, de afvalinzameling te verbeteren of om de eigen dienstverlening te verbeteren, zoals de digitale aangifte van een geboorte.

Coördinatie ontbreekt

Maar al die projecten en pilots missen vaak duidelijke coördinatie onderling. In gemeente worden daarom vergelijkbare pilots gestart, zonder dat ze daarvan op de hoogte zijn, of dat er uitwisseling plaatsvindt van de ervaringen. Het wiel wordt daardoor regelmatig opnieuw uitgevonden: nuttige ervaringen en oplossingen die in een pilot naar voren kunnen komen, zij niet bekend bij een gemeente die eenzelfde pilot start.

In een inventarisatie van Smart City-projecten door de G40 en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat blijkt dat het vaak moeilijk is om een project van de pilot-fase op te schalen naar een grotere of bredere toepassing. Dat komt door het gebrek aan samenwerking, maar vaak ook door regelgeving, een gebrek aan steun binnen de gemeentelijke organisatie en door bestuurders, en een gebrek aan kennis over data en cybersecurity.

Effectiever mensen en middelen inzetten

Volgens de G40 is het daarom belangrijk dat steden meer samenwerken. Zo kunnen verschillende Smart City-pilots beter worden toebedeeld aan groepen steden die zich met een specifiek deelonderwerp, bijvoorbeeld smart mobility, of smart governance, bezig houden. Zo kunnen projecten ook makkelijker worden opgeschakeld tot een regionaal niveau.

Volgens Wim Willems, wethouder in de gemeente Apeldoorn, die voorzitter is van de G40 themagroep Smart Cities, kunnen gemeenten beter de krachten bundelen om middelen en mensen effectiever in te zetten. ‘Daarnaast bieden we als Stedennetwerk G40 het rijk een aanzet tot een gezamenlijke samenwerkingsagenda. Ik nodig het rijk van harte uit om gezamenlijk in deze agenda te investeren. Wij kunnen dan niet alleen versneld en effectief de gezamenlijke doelstellingen realiseren op het gebied van wonen, klimaat en mobiliteit, maar ook een impuls geven aan het bedrijfsleven, onderzoek en onderwijs.’

Dit artikel is geschreven door Michiel Maas en eerder gepubliceerd op de website van Binnenlands Bestuur.

Lees meer over
Lees meer over Management OP AG Intelligence
Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.