Finale risicotest mobieltjes

29 april 2010

De coördinatoren van deze COSMOS-studie, professor Paul Elliot van het Britse Imperial College en professor Anders Ahlbom van het Zweedse Karolinska Institute Sweden, willen met het onderzoek definitief een einde maken aan de onzekerheid waartoe vele kleinschalige onderzoeken hebben geleid.

Het nieuwe onderzoek heeft een andere opzet dan het eveneens grootschalige Interphone-onderzoek van het Internationale Agentschap voor het Onderzoek naar Kanker (IARC) van de Wereldgezondheids­organisatie (WHO), waarvan de resultaten vorig jaar werden gepubliceerd. Voor dit onderzoek zijn over een periode van tien jaar in dertien landen grote hoeveelheden mensen met bepaalde vormen van kanker en vergelijkbare groepen zonder kanker gevraagd naar hun belgewoonten. Uit de voorlopige resultaten bleek dat er significant groter risico bestaat op hersentumoren bij mensen die tien jaar of langer intensief een mobiele telefoon gebruiken. Het definitieve rapport verschijnt naar verwachting binnenkort.

“Het nadeel van deze aanpak is dat mensen die de ziekte hebben meer geneigd zijn deel te nemen aan een onderzoek en bovendien meestal meer hebben nagedacht over mogelijke oorzaken”, zegt Anke Huss, wetenschappelijk medewerker van het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS) van de Universiteit van Utrecht. Huss maakt onderdeel uit van de onderzoeksgroep die betrokken is bij het Nederlandse deel van het COSMOS-onderzoek. “Het grote verschil is dat we in dit onderzoek gedurende de looptijd het belgedrag van de deelnemers regelmatig inventariseren en tevens de ontwikkeling van problemen volgen. Ook kijken we naar heel verschillende problemen, variërend van slapeloosheid en hoofdpijn tot hart- en vaatziekten en de vorming van zeldzame vormen van kanker.”

In Engeland, Zweden, Finland en Denemarken worden samen bijna tweehonderdduizend mensen van 18 jaar en ouder geworven onder de abonnees van mobieletelefonieaanbieders. In Engeland hebben de vier grootste mobiele aanbieders al toegezegd in totaal 2,4 miljoen abonnees te benaderen met de vraag om deel te nemen.

In Nederland zullen zo’n vijftigduizend tot zeventigduizend mensen, die al meedoen met een aantal langlopende epidemiologische studies, extra vragenlijsten krijgen voorgelegd ten behoeve van COSMOS. De Nederlandse onderzoekers kijken in tegenstelling tot de andere COSMOS-groepen niet alleen naar elektromagnetische velden van mobiele telefoons maar ook van andere bronnen in de dagelijkse omgeving thuis en op het werk.

Volgens de planning kan na vijf jaar een voorlopige conclusie worden getrokken over lichte fysieke aandoeningen, zoals de effecten van mobiel telefoongebruik op het ontstaan van hoofdpijn, depressies of meer algemeen de kwaliteit van het leven. Na tien jaar kan uitsluitsel worden gegeven over effecten op de ontwikkeling van algemene vormen van kanker en na nog eens vijf jaar moet ook een beeld bestaan met betrekking tot zeldzame kankervormen en bijvoorbeeld hersenziekten als multiple sclerose.

Aan het Nederlandse deel van het COSMOS-onderzoek werken ook het RIVM, het Universitair MedischCentrum Utrecht (UMCU), het Nederlands Kanker Instituut (NKI), het VU Medisch Centrum, de Universiteit Maastricht en TNO Quality of Life mee. Het Nederlandse onderdeel is voor acht jaar gefinancierd door ZonMw, de organisatie voor verbetering van preventie, zorg en gezondheid. De Britse onderzoekers zijn nu als eerste begonnen met de studie. In Nederland volgt de aftrap eind van dit jaar. Gezondheid

-- Gezondheid ------------------------------------

Tegenspraak

Sinds het gebruik van mobiele telefonie eind jaren negentig een grote vlucht nam en mobieletelecombedrijven steeds meer masten plaatsten om de dekking van hun netwerken te verbeteren, bestaat er zorg over de gezondheidsrisico’s. Inmiddels zijn honderden grotere en kleinere onderzoeken gedaan van heel uiteenlopende wetenschappelijke kwaliteit. De resultaten staan soms lijnrecht tegenover elkaar. Zo concludeerden Israëlische onderzoekers in 2008 dat er een relatie is tussen mobiel bellen en een zeldzame vorm van speekselklierkanker. In 2006 had juist een Zweedse groep vastgesteld dat dat verband niet bestond. Veelal oordelen de onderzoekers van dit type kleinschaliger onderzoek dat veel meer gegevens nodig zijn om de conclusies te valideren. De opzet van de onderzoeken verschilt echter vaak zodanig dat de resultaten niet goed zijn te vergelijken. Er is grofweg een verdeling te maken tussen onderzoeken die zich richtten op de potentiële schade die het mobiele apparaat heeft op de telefoongebruiker en de studies naar de effecten van zendmasten op het welbevinden van de mens ook al belt deze niet mobiel. Het Nederlandse TNO concludeerde in 2003 uit het COFAM-onderzoek dat zendmasten voor mobiele netwerken het welbevinden van mensen kunnen aantasten, maar dat de statistische onderbouwing onvoldoende was. Een herhaling van het onderzoek in Zwitserland in 2007 weersprak de conclusie van TNO weer.

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Laat de klantenservice je terugbellen!