Management

Juridische zaken

eJustice daagt Justitie uit

5 augustus 2011

Justitie is wat Europees beleid betreft een groeimarkt. Dit komt doordat er door het Verdrag van Lissabon meer en sneller besluitvorming plaatsvindt in Europees verband. Een belangrijke nieuwe ontwikkeling vanuit Europa is het programma eJustice. eJustice moet ervoor zorgen dat grensoverschrijdende rechtshandelingen eenvoudiger kunnen plaatsvinden. Zoals bijvoorbeeld het aanspannen van een rechtszaak vanuit Nederland tegen een bedrijf in een andere EU-land. De inzet van ICT speelt hierbij een centrale rol. Het ministerie van Justitie is goed betrokken bij eJustice. Dat is ook noodzakelijk, want het programma raakt diverse actoren in de uitvoering van het justitiedomein, zoals de rechterlijke macht, beoefenaren van juridische beroepen, bedrijven en burgers. Instanties als de Kamers van koophandel en het Kadaster, die belangrijke registers onderhouden, worden ook door eJustice geraakt.

Waaier van ontwikkelingen
Tot aan het Verdrag van Lissabon was de inzet van ICT binnen Justitie vooral in het nieuws als het ging om de opsporingssystemen van Europol (uitwisseling tussen politiediensten van de lidstaten), systemen voor grensbewaking zoals het Schengen Informatie Systeem en het Visa Informatie Systeem. Algemeen kenmerk van deze systemen was dat ze centraal werden ontwikkeld, en daardoor redelijk ‘herkenbaar’ waren qua opzet en besluitvorming. Bovendien hadden alle deelnemende lidstaten een duidelijk gedeeld en gemeenschappelijk belang bij deze systemen.

Het programma eJustice heeft nadrukkelijk een ander karakter. Onder de noemer eJustice vindt op dit moment een waaier van ontwikkelingen met bijbehorende gegevensuitwisseling en uitbouw van ICT-systemen plaats. eJustice heeft meer een decentraal karakter, in de zin dat het qua opzet veel meer uitgaat van het koppelen van bestaande systemen binnen de lidstaten om tot gewenste uitwisseling te komen. Daarnaast is eJustice minder herkenbaar, omdat veel eJustice-beleid achter de coulissen wordt ontwikkeld in besluitvormingsprocedures via comités en pilots.

Een goed voorbeeld hiervan is de Europese grootschalige pilot e-Codex. Het doel van deze pilot is het ontwikkelen van bouwstenen die de werking van grensoverschrijdende processen binnen het werkveld van justitie ondersteunen. De Europese Commissie financiert een deel van de pilot en er nemen overheids- en private partijen aan deel. Op dit moment participeren vijftien lidstaten waaronder Nederland. Hoewel het een proefproject is, gaat het de facto om de eerste ontwikkeling en uitrol van een nieuwe infrastructuur voor uitwisseling binnen het domein van justitie.

De onderwerpen die in de pilot worden behandeld, zoals elektronische identificatie en documentstandaarden, kunnen (vergaande) gevolgen hebben voor de ICT-infrastructuur van bijvoorbeeld de Nederlandse politie en andere actoren binnen het domein van justitie. Op zijn minst zullen deze partijen moeten zorgen dat ze kunnen aansluiten op de nieuwe infrastructuren die Europees worden ontwikkeld. Dit leidt ook tot nieuwe procedures: een onderdeel van eJustice is het elektronisch uitwisselen van strafbladen (ECRIS). Voor bepaalde beroepen (bijvoorbeeld in de kinderopvang) zal consultatie van dit register ongetwijfeld routine worden.

Bijkomend aspect is dat deze Europese infrastructurele eisen zich ontwikkelen buiten het gezichtsveld van Nederlandse instrumenten als Nora en andere. Afstemming van de uitkomsten uit de e-Codex-pilot zou dus feitelijk niet alleen vanuit de invalshoek van Justitie moeten plaatsvinden, maar vanuit een breder, nationaal oogpunt. Is bijvoorbeeld DIGID bruikbaar voor de elektronische identitifcatie binnen het domein van justitie?

Een ander voorbeeld van een systeem waar in het programma eJustice aan gewerkt wordt, is het uitwisselen van gegevens uit handelsregisters. Hier is op korte termijn dwingende regelgeving op handen. Uitwisseling gebeurt nu al via het European Business Register. Hier nemen ook Europese landen van buiten de EU aan deel. Er ligt een voorstel voor een richtlijn. Als dit voorstel wordt aangenomen kan er bindende regelgeving komen waar de Nederlandse KvK’s aan mee moeten doen. Op dit moment is het nog onduidelijk welk systeem er gebruikt zal gaan worden. Het European Business Register is een optie, een andere optie is het Internal Market Information System dat nu al voor de uitvoering van de Europese Dienstenrichtlijn wordt gebruikt. De Commissie zou ook kunnen kiezen voor een nieuw eigen systeem. Het besluit hierover wordt niet door middel van een Europese richtlijn genomen maar gedelegeerd naar een comité met experts. In Nederland houden de Kamers van Koophandel deze ontwikkeling in de gaten. Voor andere partijen is het ook belangrijk om deze ontwikkeling te volgen. Het uitwisselen van de gegevens van de Kamer van Koophandel raakt bijvoorbeeld ook het stelsel van basisregisters. Hier geldt dus ook dat vanuit nationaal oogpunt de sectorale ontwikkeling op het gebied van justitie moet worden gevolgd.

Prioriteit
Europa rukt dus op, ook in het domein van justitie. Actoren binnen dit domein, maar dus ook daarbuiten, dienen de ICT-gevolgen nauwlettend in de gaten te houden. Daarnaast verdient het sterk de aanbeveling om, waar nodig en mogelijk, invloed uit te oefenen op de Europese ontwikkelingen. Dat kan niet alleen door experts en vertegenwoordigers af te vaardigen naar comités en pilots, maar ook door actief eigen good practices in te brengen. Dat vereist wel dat actoren binnen het domein van Justitie Europa als prioriteit benoemen en voldoende kennis en capaciteit hiervoor vrijmaken.

Drie clusters van onderwerpen

E-Justice bestaat uit drie gebieden: een deel dat vooral is gericht op de interne markt, een ander deel dat vooral is gericht op het voorlichten van burgers en een derde onderdeel dat zich richt op informatie-uitwisseling in de politie- en justitiewereld.

De ontwikkelingen op het eerste gebied richten zich op het beter laten functioneren van de Europese interne markt. De interne markt wordt gehinderd door ondoorzichtige en ontoegankelijke regelgeving en processen in de lidstaten. Onder eJustice vallen projecten die dit moeten verbeteren zoals betere toegang tot kadastrale gegevens, of het onderling verbinden van handelsregisters. Uitwisseling in dit kader is vaak van onderop in gang gezet bijvoorbeeld door samenwerking tussen Europese zusterorganisaties. De beoogde informatie-uitwisseling richt zich veelal op het koppelen van bestaande, nationale informatiesystemen. In eerste instantie worden deze ondergebracht onder het eJustice-portaal. Later kunnen zij door de Europese Commissie nog worden veranderd in een verplicht Europees systeem.

De tweede groep onderwerpen binnen eJustice richt zich meer op het voor burgers toegankelijk maken van informatie over rechtsstelsels in andere EU-landen. Een voorbeeld hiervan is het eJustice-portaal waar in elke officiële taal van de Unie veel informatie over de verschillende rechtsstelsels in alle lidstaten te vinden is. Hierbij gaat het vooral om het zenden van informatie vanuit de lidstaten. Op zich lijkt dit voor Nederland geen onoverkomelijke uitdaging.

De derde categorie is uitwisselen van informatie binnen het justitie- en politie­gebied. Het meest in het oog springende onderwerp is de Europese uitwisseling van strafbladen. Dit zal vanaf april 2012 gaan gebeuren via het systeem European Criminal Record Information System (ECRIS). Het systeem faciliteert de onderlinge uitwisseling van strafrechtelijke gegevens. Er zullen strafbladen worden uitgewisseld, maar ook biometrische gegevens. Het systeem kent een automatisch vertaal­systeem.

Implementatie in onderdelen
Sinds 2010 heeft de Europese Commissie een eJustice-portaal. Via deze portaalsite is informatie te vinden over grensoverschrijdende juridische kwesties. Verder wil de Europese Commissie met deze site de kennis over de verschillende rechtsstelsels in de Europese Unie vergroten.

De portaalwebsite is beschikbaar in 22 talen. Het portaal bevat 12.000 pagina’s met informatie over onder andere rechtsbijstand, afhandeling van verkeersovertredingen, verhuizing, overlijden, opleiding van justitieel personeel, videoconferenties en kadasters. In de toekomst kunnen burgers op de portaalwebsite ook een grensoverschrijdende vordering of een betalingsbevel uitvoeren. Of bijvoorbeeld een advocaat in Hongarije vinden die gespecialiseerd is in echtscheidingsrecht. Het portaal is te vinden via: https://e-justice.europa.eu.

Grensoverschrijdende informatie

De planning van een aantal zaken die onder eJustice vallen:

  • De interconnectie van insolventieregisters (waarin onder meer faillissementen worden bijgehouden) vordert en dit project moet in 2012 worden geïntegreerd in het eJustice-portaal.
  • Het European Criminal Record Information System (ECRIS) moet op 7 april 2012 in werking treden.
  • Voor het Europees betalingsbevel moet in 2013 een online-applicatie beschikbaar zijn.
  • In 2012 moet er een Europees onlineboekingssysteem zijn voor videoconferencing.
  • Het uitwisselen van informatie uit handelsregisters op Europees niveau moet als de richtlijn wordt aangenomen per 1 januari 2014 in de lidstaten zijn ingevoerd.

 

Evert Jan Mulder is hoofd van de Europa Unit en Ingrid van Wifferen is consultant en onderzoeker bij de Europa Unit van Het Expertise Centrum.

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Laat de klantenservice je terugbellen!