‘Een op de vijf had voor een bètaprofiel kunnen kiezen’

26 november 2010

Via een brandbrief luidden de HR-managers van IBM, Siemens en Xerox onlangs de noodklok (zie AG 44) over het aankomend tekort aan technisch geschoolde werknemers. Een van de oorzaken is dat bètastudies niet populair zijn.

Hanke Korpershoek onderzocht scholieren in de bovenbouw en bekeek wie er wel en wie er juist niet kiezen voor een bètaprofiel. Zij volgde een cohort van ongeveer vierduizend leerlingen vanaf 1999, vanaf de brugklas tot en met het einde van hun voltijdse opleiding. Het is de eerste lichting scholieren die moest werken met het systeem van profielkeuzes; dat werd in 1998 ingevoerd.

Bèta’s zijn introverter
De promovenda ontdekte een verschil in persoonlijkheid; de ‘bèta’s’ zijn introverter dan de overige leerlingen. Dat geldt ook voor de mensen die nu een technisch beroep hebben, merkt Stefan van der Mark van werving-en-selectiebureau RYP Search, in zijn dagelijkse praktijk. Hij heeft zijn benadering van kandidaten voor technische functies daarop aangepast. Zij vragen meteen ‘Wie bent u?’, en ‘Hoe komt u aan mijn nummer?’ als hij hen belt. Van der Mark: “Dat is een groot contrast met salesmensen, die zijn gelijk aan het praten. Voor technische kandidaten moet je eerst een omgeving creëren waar zij zich welkom voelen. Ik vraag ze naar de website te kijken en bel later terug. Een nader gesprek voeren we in een andere omgeving dan een kantoor, bijvoorbeeld een kroegje, waar we niet tegenover maar naast elkaar zitten.”

Het Platform Bèta Techniek voert al sinds 2003 campagnes met het doel meer leerlingen in een bètaprofiel te krijgen. In hun laatste rapport staat dat zij hun doelstellingen voor bovenbouwleerlingen hebben gehaald. Dat komt vooral doordat leerlingen van het vwo sinds 2007 kunnen kiezen voor een combinatie van profielen.

Er is geen causaal verband
Bij acties om scholieren te interesseren voor een bètaprofiel, kan misschien ook rekening worden gehouden met hun persoonlijkheid. De onderzoeksresultaten van Korpershoek zijn wat dat betreft interessant. “Maar let op, het is geen causaal verband”, aldus Korpershoek. Haar onderzoek toont alleen maar aan dat het samenhangt. Daaruit volgt níet de conclusie dat de persoonlijkheid van een leerling bepalend is voor welk profiel hij of zij kiest. “En het is natuurlijk niet wenselijk om leerlingen op basis van hun persoonlijkheid een bepaalde keuzerichting in te duwen”, aldus Korpershoek. “Studieadviseurs kunnen leerlingen helpen die zelf niet weten wat ze moeten kiezen. Zij kunnen dan verder kijken dan alleen naar de schoolcijfers. Bijvoorbeeld door te zeggen: ‘Je lijkt me een type voor een bepaald vak; heb je aan zo’n studie gedacht?’.” Dat is vooral zinvol bij leerlingen die zelf niet zo snel aan een bètaprofiel denken omdat hun vrienden en vriendinnen of familie dat ook niet doen. Daar is nog een wereld te winnen.

Uit het onderzoek komt namelijk naar voren dat ‘onderbenut talent’ vaak voorkomt; leerlingen die volgens testuitslagen aanleg hebben voor bètavakken maar er toch niet voor kiezen. Korpershoek: “Uit de testresultaten blijkt dat een op de vijf net zo goed voor een bètaprofiel had kunnen kiezen.”

Beeld van bèta is bepalend
Waarom zij dan toch de voorkeur geven aan een ander profiel, is niet gevraagd. Korpershoek heeft het vermoeden dat het samenhangt met het beeld dat leerlingen hebben van bètavakken. “Misschien denken zij dat ze later in hun werk weinig met andere mensen in contact komen en niet zoveel hoeven samen te werken als ze die vakken kiezen. Extraverte kinderen willen dat juist graag wel. En als ze kijken naar de leraar en de leerlingen die het wel kiezen, krijgen ze de indruk dat zij daar niet bij horen.”

Volgens Wessel van Alphen, directeur it-staffing, die zzp’ers detacheert, klopt dit beeld niet. “Ik vind dat leerlingen hun eigen keuze moeten maken. Maar als zij denken dat in de automatisering alleen maar nerds werken, dan is dat een verkeerd beeld. In de automatisering gaat het vooral om inzicht in de processen. Dat is heel boeiend, je moet relaties kunnen leggen met andere systemen. Een automatiseerder moet creatief zijn, vragen beantwoorden, problemen oplossen, overleggen met anderen, schermen ontwerpen. Je maakt echt iets. Daarna draag je het over aan de gebruikers, die je moet instrueren.” Volgens Van Alphen moet er betere voorlichting komen over het soort werk dat je kunt doen met techniek. Dat kan de extraverte twijfelende leerlingen met bètatalent overtuigen.

Korpershoek beaamt dat: “Voor veel kinderen die voor de keuze staan, is het niet duidelijk wat ze met een bètaprofiel kunnen. Uit een eerder onderzoek blijkt dat 15-jarige scholieren niet zozeer kijken naar de beroepen, maar naar de vakken op school. Ze zien het nut niet van bijvoorbeeld natuurkunde en vinden het daarom niet interessant.”

Het zijn voornamelijk jongens
Van de leerlingen die wél voor het bètaprofiel kiezen, heeft Korpershoek een typering gemaakt. “Het zijn voornamelijk jongens. Ze kiezen het profiel Natuur en Techniek of Economie omdat jongens dat nou eenmaal kiezen. Ze zijn er goed in, vinden het leuk of interessant, maar hebben nog niet duidelijk voor ogen wat ze ermee gaan doen. Meisjes die een bètaprofiel kiezen, weten al dat zij na hun middelbare school een bètastudie gaan doen.”

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!