Innovatie & Strategie

Governance
Mathieu Michel

‘Digitalisering moet overal op het hoogste niveau komen’

In België heeft digitalisering haar eigen staatssecretaris. Wat kan Nederland daarvan leren?

© Mathieu Michel
7 juni 2021

In België heeft digitalisering haar eigen staatssecretaris. Wat kan Nederland daarvan leren?

In Nederland wordt al ruim tien jaar gediscussieerd over of er nu wel of geen minister van Digitale Zaken moet komen. Buurland België is daar al over uit: ja, op dit onderwerp moet een bewindspersoon zitten. Dat werd eerst een minister, nu is het onderwerp toebedeeld aan staatssecretaris Mathieu Michel.

Digitalisering en ICT zijn in de afgelopen jaren steeds belangrijkere onderwerpen geworden, zeker nu technologie in steeds meer onderdelen van de samenleving voorkomt. In België was dat aanleiding om het onderwerp 'digitale agenda' toe te voegen aan de overheidstaken. In 2014 kwam dan ook de eerste minister van Digitale Agenda: Alexander de Croo.

Destijds was Digitale Agenda echter slechts een van de onderwerpen die een minister kreeg toegewezen. De minister van Digitale Agenda was tussen 2014 en 2020 tevens de minister van Ontwikkelingssamenwerking, Telecommunicatie en Post. Een apart ministerie voor de Digitale Agenda is er nog niet geweest.

Tegenwoordig heeft het Belgisch kabinet ook geen minister van Digitale Agenda meer, maar een staatssecretaris voor Digitalisering: Mathieu Michel. “Mijn bevoegdheden gaan bijna alleen maar over digitalisering; dat is een groot verschil”, vertelt hij aan AG Connect. “De minister voor mij besteedde bij wijze van spreken 20% van zijn tijd aan de digitale agenda en 80% aan andere onderwerpen. Als staatssecretaris gaat 80% van mijn werk over de digitale agenda. Dat is heel belangrijk, want nu besteden we meer aandacht aan digitalisering.”

Alle neuzen dezelfde kant op

Als staatssecretaris heeft Michel een divers pakket aan verantwoordelijkheden. Veel daarvan draait om richting geven en suggesties doen. Net als Nederland bestaat België namelijk uit provincies en gemeenten, ieder met een eigen bestuur en eigen regels. Als staatssecretaris heeft Michel niet de mogelijkheid om beslissingen te maken voor een specifieke regio. “Maar ik kan wel proberen om alle neuzen in dezelfde richting te krijgen. Dus ik geef anderen suggesties, maar ze maken zelf de beslissingen.”

Op landelijk niveau heeft Michel wel de mogelijkheid om beslissingen te nemen over bepaalde onderwerpen. “Bijvoorbeeld over de ontwikkeling van onze eigen administratiemogelijkheden, hoe we met fake news omgaan, privacy en de manier waarop algoritmen transparanter moeten worden.” Zeker privacy en algoritmen zijn voor Michel belangrijke onderwerpen, vertelt hij. “Het begin van digitalisering is vertrouwen, en dat gaat over privacy en persoonsgegevens. Dat is volgens mij echt het startpunt.”

Achtergrond in digitalisering

Mathieu Michel (1979) komt uit een echt politiek gezin. Zijn vader Louis Michel is voormalig Eurocommissaris en zijn oudere broer Charles Michel was tussen 2014 en 2019 premier van België. Michel is net als zijn vader en broer lid van de Franstalige liberale partij Mouvement Réformateur. Sinds oktober 2020 is Michel staatssecretaris voor Digitalisering, Administratieve Vereenvoudiging, Privacy en Regie der Gebouwen binnen de regering-De Croo.

Ook vóór zijn rol als staatssecretaris voor Digitalisering werkte Michel al veel met het onderwerp. Hij werkte eerder als provincieraadslid en als gedeputeerde in de provincie Waals-Brabant, waar hij zich ook over digitalisering boog. “Ik heb daar met de 27 gemeenten gewerkt om hun digitale strategieën coherent te maken. Digitalisering stopt niet bij de gemeentegrenzen”, vertelt hij.

Voor de provincie zelf richtte hij zich op drie digitale thema’s. Zo hield Michel zich veel bezig met smart cities, maar ook met digitalisering in het onderwijs. “Daar zijn we in België wat laat mee begonnen. We leren leerlingen niet snel genoeg digitale vaardigheden aan.” Daarnaast lag de focus van Michel op digitale ecosystemen, zoals e-commerce en start-ups.

De komst van de Europese privacywetgeving GDPR was volgens Michel dan ook een belangrijke stap voor de Belgische politiek. Maar met COVID-19 is nog veel duidelijker geworden hoe belangrijk het is om de omgang met persoonsgegevens af te kaderen. “De manier waarop we in België persoonsgegevens verwerkten, was nog een beetje als in het Wilde Westen. De crisis heeft ons laten zien dat er nog veel te doen was om een goed kader te ontwikkelen op het gebied van persoonsgegevens. Ik sta nu met beide voeten in dat dossier.”

Nauwere samenwerking voor Benelux

Daarnaast is net als in Nederland de afhankelijkheid van grote techbedrijven uit bijvoorbeeld de VS en China onderwerp van gesprek. “Maar ik vind dat het antwoord op die afhankelijkheid geen nationaal antwoord mag zijn. Dat moet een Europees antwoord zijn. België is te klein om daar alleen over te besluiten, net als Nederland.” Michel volgt daarom ook de ontwikkelingen van nieuwe Europese wetten als de Digital Services Act, de Digital Market Act en de Data Governance Act.

België heeft natuurlijk wel een mening over hoe er met die afhankelijkheid moet worden omgegaan. Om die mening net zo goed te kunnen delen als grote Europese landen als Frankrijk en Duitsland, pleit Michel voor een nauwe samenwerking binnen de Benelux. “We zijn op verschillende punten eensgezind, dus het kan interessant zijn om samen op te gaan.”

De afhankelijkheid van grote techbedrijven is bovendien niet alleen een Europees onderwerp, maar speelt bijvoorbeeld ook bij de inkoop van software en diensten voor de overheid zelf. Hoewel Michel niet bang is om niet-Europese oplossingen te gebruiken, vindt hij het wel belangrijk dat er meer Europese alternatieven komen. “We moeten een Europese soevereiniteit hebben.”

Er moet daarom ook meer geïnvesteerd worden in digitalisering, vindt hij. “We investeren ook in bijvoorbeeld defensie. Maar volgens mij is het investeren in digitalisering net zo strategisch als investeren in defensie. Onze soevereiniteit op het gebied van digitalisering, servers, IT en beveiliging is heel belangrijk.”

Minister voor Nederland

Digitalisering heeft in België met de komst van ministers en nu een speciale staatssecretaris een steeds belangrijkere rol gehad. Toch moet ook daar nog veel gebeuren, vindt Michel. Hoewel hij zijn aandacht nu vooral aan digitalisering kan besteden, zitten zijn mensen nog verspreid over verschillende ministeries. “Dat is het belangrijkste dat moet veranderen: er moet één ministerie komen. Dat bestaat nu nog niet, maar we gaan langzaamaan wel die kant op. En het belangrijkste ding wat moet veranderen, is dat er één ministerie komt met zijn eigen mensen.”

Ook Nederland heeft volgens Michel baat bij een eigen minister van Digitale Zaken. “Ik laat Nederland hier natuurlijk zelf over beslissen”, lacht hij. “Maar ik denk dat het voor alle organisaties en instellingen belangrijk is om digitalisering op het hoogste niveau te plaatsen. Dat is belangrijk, want digitalisering is overal.”

In deze serie onderzoekt AG Connect hoe organisaties en overheden in Europa omgaan met de afhankelijkheid van niet-Europese leveranciers. We spreken daarvoor met IT-beslissers, wetenschappers en organisaties uit verschillende Europese landen. De serie is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van het mediafonds van de Europese Unie.

MAGAZINE AG CONNECT

Dit artikel is ook gepubliceerd in het magazine van AG Connect (meinummer 2021). Wil je alle artikelen uit dit nummer lezen, klik dan hier voor de inhoudsopgave.

Lees meer over Innovatie & Strategie OP AG Intelligence
Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.