Innovatie & Strategie

Datamanagement
digital twin

Digital twin kan goede hulp zijn voor omgevingsvraagstuk

Maar zorgvuldigheid is geboden!

© Shutterstock Evannovostro
4 juli 2022

Maar zorgvuldigheid is geboden!

Veranderingen in de fysieke leefomgeving doorvoeren was tot nu toe een bijzonder complexe en langdurige zaak. Digital twins lijken dat iets gemakkelijker en vooral meer integraal te maken. Toch dreigen risico’s voor de rechtstaat en democratie als het gebruik van digital twins niet zorgvuldig gebeurt, constateren Rob Peters en Koen Smit.

Een zekere regeringscommissaris gebruikte vijftien jaar geleden vaak de analogie van de ‘postkoets met hulpmotor’. Hij wilde daarmee overbrengen dat bij digitalisering bij de overheid meestal sprake was van een ICT-variant van een papieren proces. En ‘papier’ was al de opvolger van een in repen gesneden plant van de Egyptenaren. De wet heeft ook op papyrus gestaan. Daarvoor stond deze op kleitabletten, en op stelea (zie: Hammurabi). Paul Strijp en Jan van Ginkel startten recentelijk een soortgelijke discussie over de ‘beleidslevenscyclus’ in het magazine iBestuur. De beleidslevenscyclus is een veel gehanteerd begrip in de bestuurskunde en in overheidsland, waarmee je beleidsvorming, ontwerp, vergunning en handhaving, en monitoring ziet als een sturingscyclus met democratisch mandaat. Hun stelling was dat die cyclus misschien wel naar het museum kan, net als al dat papier. De botsing tussen wetsteksten en digitalisering was al eerder opgevallen.

Stapel teksten

Als projectleiders van www.overheid.nl in 2003 liepen we al op tegen de problemen van wetsteksten als de manier waarop een burger zou moeten weten wat hij of zij wel of niet mag doen in de fysieke leefomgeving. Je kreeg immers een hele stapel teksten terug bij een zoekopdracht en moest maar zien uit te zoeken welk artikel op jouw plan van toepassing was. Zou het nu echt beter worden? Voor het eerst sinds enige tijd zien wij redenen om daar geloof aan te hechten. Dit komt door het verschijnsel ‘digital twin’. We zien waterschappen met hun hydrologisch model aan tafel met bodemdalingsspecialisten. We zien de veiligheidsregio’s met LCMS en hun kennis van het begrip risico in gesprek met Rijkswaterstaat met LIWO (Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen). Gemeenten en provincies slaan hun handen ineen om de Veulta in Unity te verbeelden en Nijmegen heeft de vierdaagse in een digital twin gestopt.

De energie waarmee momenteel wordt samengewerkt aan digital twins is aanstekelijk, het concept kon wel eens een aardverschuiving in overheidsland teweegbrengen. Waar je met tekst, regelgeving en procedures nog een veilige afstand had tussen woord en daad, wordt in een digital twin het verschil tussen een ontwerpplan aan de ene kant en het effectplaatje tijdens de monitoring aan de andere kant van de cyclus verontrustend klein. Daar waar men de mond vol heeft van opgavegericht werken en integraliteit wordt in een digital twin het gebrek aan samenhang bij gebiedsgericht werken in één opslag duidelijk.

Omgevingswet

Een belangrijke impuls voor de Nederlandse digital twins was en is het programma omgevingswet. Daar moesten de instituten KOOP (het Kennis- en Exploitatiecentrum voor Officiële Overheidspublicaties) en Geonovum al een koppelvlak ontwerpen tussen de tekstwereld en de wereld van objecten. Dat ze daarbij twee culturen moesten overbruggen tussen de juristen en de (objectgerichte) ICT-professionals, werd een beetje onderschat. Het begrip ‘Toepasbare Regel’ is fantastisch, maar er komt meer bij kijken dan een soort juridische business-rule aan een activiteit en een objectcategorie hangen. Eigenlijk schakel je als samenleving voor de leefomgeving over naar een veel rationeler sturingsmodel.

Een tweede impuls is afkomstig uit het gebied van assetmanagement, waar de community rond het Bouw Informatie Model (BIM) een lange traditie heeft in het modeleren van de fysieke ruimte. Veel steden zijn daarnaast ook al jaren vlijtig bezig met proof of concepts en sensoren onder de vlag van smart cities. Allemaal maken ze dankbaar gebruik van de basisregistraties in PDOK (Publieke Dienstverlening op de Kaart, in feite de data van de verzamelde basisregistraties). Bij de discussie over de Nederlandse referentiearchitectuur digital twin voor de fysieke leefomgeving komen veel van deze impulsen bij elkaar. Dat is het goede nieuws.

Risico's voor rechtstaat

Het slechte nieuws: we moeten dit goed doen, anders krijgt digital twinning serieuze problemen voor de rechtstaat en de democratie. Het klinkt misschien dramatisch, laten we hopen dat het overdreven is. Bij dit prachtige instrument dat een beetje op de gamingwereld begint te lijken – je loopt immers als het ware door een virtuele versie van de Nederlandse steden, landschappen en beleidsplannen – zijn de verwachtingen bij de leek meteen hoog gespannen.

De politiek-maatschappelijke druk (woonopgave, oorlog in Oekraïne, energieopgave, Russisch gas, CO2 uitstoot, Urgenda en de Wet Open Overheid) dwingt tot snelle (her-)ontwerpprocessen. We grijpen dus naar monitors en dashboards en digital twins om uitvoering te geven aan die toegenomen behoefte aan sturing. In de tussentijd zijn onze besluitvormingsprocessen echter nog gebaseerd op papieren annotaties, A-stukken en archieven met slechte metadata. Een papieren watervalsturing, om in agile termen te spreken. De zaaksystemen en midoffices van weleer hebben geholpen om het papier gedigitaliseerd in een workflow sneller heen en weer te schuiven, maar er was geen sprake van echte integratie, van afwegingskaders waarvan je de consequenties van een plan meteen kon doorrekenen en van monitors die beleidseffecten realtime in beeld kunnen brengen. De beleidslevenscyclus wordt als het ware in elkaar gedrukt en een goed geïnformeerde burger of NGO zal de inconsequenties meteen naar de wethouder sturen.

We zijn nog niet goed voorbereid op deze waarheden en dat geeft stof tot nadenken. We hebben een algoritmeregister, maar hoe zit het met modellen voor hittestress of bodemdaling? Kunnen we achteraf bij de Raad van State uitleggen wat het beeld en de afwegingen bij het afwijzen of toekennen van plannen toentertijd waren? En zit er eigenlijk wel een link tussen het stelsel van de omgevingswet en de handhaving of de monitoring? Praten al die modellen met indicatoren al wel een beetje met elkaar of zijn de begrippen nog per domein gedefinieerd en denken we alleen maar dat we elkaar begrijpen?

Publieke waarden beschermen

Al het werk op het gebied van ethische richtlijnen (zoals IAMA, TADA, DEDA, CODIO) was belangrijk om de politiek meer eigenaarschap van digitale uitdagingen te laten voelen, maar we zijn nog niet volwassen bezig met het beschermen van de publieke waarden in een platform, zoals Marleen Stikker en José van Dijck dat bedoelen. De Digital Markets Act vanuit Europa helpt om de Amerikaanse platforms aan banden te leggen, maar we hebben zelf nog niet zo veel alternatieven opgebouwd. De omgevingswet en de digital twin zijn voorbeelden van nieuwe publieke platformen. Daarbij moeten we vanuit die abstracte richtlijnen een vertaling maken naar concrete stelsel- of platformafspraken. Daar is meer onderzoek, meer kennisuitwisseling, meer semantisch monnikenwerk en vooral meer regie bij nodig. We hadden al een ‘Atlas van de leefomgeving’ en een aantal beleidsgebieden hebben hun huiswerk gedaan. Ook met de investeringsaanvraag voor de DTFL (Digitale Tweeling Fysieke Leefomgeving) en de vele fieldlabs waren we op de goede weg, maar daar ging ineens een streep doorheen. Nu worden we weer teruggeworpen op de energie van de leveranciers per aanbesteding, zoals Rotterdam deze onlangs het licht deed zien. We organiseren met vier hogescholen een leergang ‘Beslisbomen voor juristen’ om de burger niet in een wirwar van formulieren te laten belanden. We hangen stukjes digital twin in de ELSA-labs van de veelbesproken AI-coalitie (want die hebben casussen nodig) en piekeren samen over het beheersvraagstuk dat eraan zit te komen.

Zelfs de archiefinspecteurs breken zich momenteel het hoofd over de vraag hoe je dit omgevingsbeeld rechtmatig en sneller uit de eDepots kunt terugtoveren. Nederland loopt hierin voorop. Electronic Arts (EA), u weet wel, onder meer eigenaar van Simcity en games als FIFA, was erg geïnteresseerd in wat we hier in ons kleine landje aan het uitspoken zijn. We zijn er, ondanks al het gemopper, de BIT-rapporten en zogenaamd mislukte ICT-projecten, ook erg goed in, wanneer je het vergelijkt met onze Duitse buren of zelfs op wereldschaal. Maar het valideren van die modellen en het uit kunnen leggen aan de burger is nog wel een uitdaging. En de koppeling naar de wereld van de jurist en daarmee de rechtstatelijke verantwoording is nog maar net begonnen.

Scrum-sessie

De beleidscyclus begint het karakter te vertonen van een Scrum-sessie met sprints aan een ‘omgevingstafel’. We zoeken naar nieuwe manieren om wetten flexibeler te maken, zonder dat de rechtsbescherming te veel wordt aangetast. We denken dat de digital twin hét instrument zal zijn om deze versnelling mogelijk te maken, dus een instrument dat de papieren processen en de bestuurlijke postkoets van Arre Zuurmond ontstijgt. Regelgeving wordt dan nog steeds wel de rechtsbron, maar een ‘rechtszaak’ verwijst dan minstens net zo veel naar een foto-momentopname in een digital twin die de casus ruimtelijk weergeeft. SimCity komt eraan. We zullen dan onze leefomgeving sneller, integraler en flexibeler kunnen (bij-)sturen. Voor die leefomgeving geldt misschien dat de oude lange teksten met omgevingsplannen en wetsartikelen die alleen een specialist kan ontcijferen naar het museum moeten. De digital twin wordt een nieuwe vorm van wet. Maar dan is er wel werk aan de winkel!        

Magazine AG Connect

Dit artikel is ook gepubliceerd in het magazine van AG Connect (juni 2022). Wil je alle artikelen uit dit nummer lezen, zie dan de inhoudsopgave.

1
Reacties
Niels van der Vaart 06 juli 2022 08:30

De beeldspraak van de postkoets met hulpmotor is in zekere zin ook van toepassing op het maken van geografische digital twins: we maken al eeuwen kaarten op papier en ook al jaren digitaal. Deze ontwikkeling maakt het 'integraal afwegen' meer binnen bereik door een holistisch beeld te schetsen van de opgaven. Digital twins worden inderdaad steeds meer geïntegreerd tot intelligent geheel dat meer ondersteuning biedt bij het maken van ontwerpkeuzes. De auteurs hebben een goed punt dat hoe verder dit geïntegreerd wordt, hoe meer haken en ogen er aan zitten op ethisch en juridisch vlak. Het is daarom zaak dat we bij belangrijke beslissingen een momentopname vereeuwigen met daarbij ook traceerbaar hoe dit tot stand is gekomen. Op deze manier kan een dergelijke digital twin integriteit en geloofwaardigheid borgen. Dat vraagt inderdaad wel wat op het vlak van coördinatie en het maken van procesafspraken. Wellicht kunnen we daarbij wat leren van hoe dit in de wereld van grote samenwerkingsprojecten in de bouw geregeld is, met onder andere de ISO19650. Een digital twin kan immers ook juist een kopie zijn van de werkelijkheid om zaken te toetsen. Dan dient het als visueel instrument (meer context met minder woorden) en kan het een brug slaan tussen verschillende processen en stakeholders.

Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.