Innovatie & Strategie

Software-ontwikkeling
Diversiteit

De wereld is niet éénvormig of bipolair

Bimodale IT is een versimpeling van de werkelijkheid die je duur kan komen te staan.

© Pixabay CC0
23 mei 2016

Organisaties introduceren nieuwe IT-oplossingen om relevant te blijven in de markt. Dit gebeurt in een wereld die diverser wordt en steeds sneller verandert. Business en IT antwoorden met kortcyclische ontwikkeling en differentiëren in verschillende typen oplossingen. De business laat zich niet meer beperken door opgelegde regels en standaarden vanuit IT.

Eén architectuur voldoet niet meer
Naast beweeglijkheid en differentiatie moet er ook structuur zijn, anders wordt IT onbeheersbaar en onbetaalbaar. Hoe kunnen nieuwe technologieën naast de bestaande gepositioneerd worden? En wat is de impact op de ­besturing van IT? Architecten hebben als opdracht structuur aan te brengen, rekening houdend met kwaliteit en continuïteit én met de strategie van de organisatie. Echter, het wordt in de praktijk duidelijk dat klassieke architectuurwerkwijzen niet meer in alle situaties volstaan. Bijvoorbeeld, klanten van IT ­willen geen concessies aan hun business doen om interne efficiency te bereiken, met het architectuurprincipe ‘reuse before buy before make’. En werkt het principe van ‘elk gegeven heeft een eigenaar’ nog wel als men werkt met open data? Als één verzameling architectuurprincipes voor de hele organisatie niet meer voldoet, wat dan wel?

De wereld is niet eenvormig
Door druk om relevant te blijven voor klanten ontstaat er externe focus met een eigen dynamiek. Markt en externe klanten zijn bepalend voor de IT in plaats van interne efficiency. ­Bedrijven en instellingen zijn voor hun succes afhankelijk van technologische vernieuwing. Omdat snel acteren essentieel is, ontstaat er vaak een tweedeling tussen kernsystemen en nieuwe klantgeoriënteerde diensten. Analistenbureaus spreken van ‘2 speed IT’ (McKinsey), ‘multi speed IT’ (Capgemini) of ‘bimodal IT’ (Gartner). In deze benaderingen ligt de nadruk op twee IT-modellen die variëren in onder andere ontwikkelsnelheid, ontwikkelwijze, ­focus op IT versus business en kosten-batenafwegingen. Erkennen dat er meerdere varianten zijn, ligt voor de hand omdat de wereld nu eenmaal niet eenvormig is.

De wereld is niet bipolair
Tweedeling is, net als eenvormigheid, een versimpeling van de werkelijkheid. De wereld is ook niet tweevormig. Zoals besproken in het artikel 7 misvattingen rond bimodale IT, levert het idee van twee IT-ontwikkelsnelheden het gevaar op dat een muur wordt gebouwd tussen oude legacy en nieuwe innovatieve ontwikkelingen. Dit leidt tot knelpunten omdat interactie tussen beide kanten van deze tweedeling juist erg belangrijk kan zijn voor de organisatie. Bijvoorbeeld de toepassing van digitale leermiddelen op hogescholen heeft karakteristieken van beide kanten. En zo zal elke organisatie onderdelen kennen die niet in één van beide varianten passen.

Het idee van twee ontwikkelvarianten levert voor organisaties in de praktijk meer worstelingen op dan die van eenvormigheid. Ontwikkel- of verandersnelheid kunnen de bepalende variabelen zijn maar dat hoeft niet. Met één set architectuurkaders kon men nog afwijken van de kaders, om recht te doen aan de werkelijkheid. Het motto was dan ‘de uitzondering bevestigt de regel’. Met een tweedeling heeft men het gevoel dat men verplicht moet kiezen tussen twee kaders die vaak geen van beide voldoen.

Unieke subsystemen
Elke organisatie bestaat uit verschillende subsystemen, ieder met een eigen focus en daarom eigen dynamiek, ontwikkelsnelheid, ­kwaliteitseisen, resources en/of besturingsfilosofie. Probeert men hetzelfde architectuurregime op al deze subsystemen toe te passen, dan gaat dat wringen omdat behoeften en strategische focus verschillen. Precies hetzelfde geldt als men moet kiezen uit twee architectuurregimes. Het gaat hierbij niet alleen om IT-ontwikkelsnelheid of om typen applicaties, het gaat om het gehele karakter van een domein met zijn eigen cultuur, waarden en werkwijzen en doel (zie kader: een voorbeeld van subsystemen in een gemeentelijke organisatie).

Eenvoud door differentiatie
Maken we de wereld nu niet onnodig complex? Het hebben van twee modellen lijkt nog enigszins beheersbaar, maar meerdere subsystemen onderscheiden binnen een organisatie maakt het een stuk complexer. Toegegeven, dat lijkt zo. Echter, te veel simplificatie leidt uiteindelijk tot meer complexiteit. Het wringen van ­alle systemen in twee bipolaire kampen levert een geforceerde situatie op. Elke architect binnen een organisatie van enige omvang herkent het verschijnsel dat architectuurkaders vanuit één of twee optieken heel zinvol lijken. Echter in andere delen van de organisatie blijken ze contraproductief te zijn. Het gevolg is een steeds groter wordende architectuurschuld en bijbehorende afwijkingen en uitzonderingen die verklaard en verdedigd moeten worden.

Multidynamische architectuur
Als een architect het bestaan van subsystemen herkent en erkent en ze meeneemt in het formuleren van de architectuurkaders én in de toepassing van die kaders, wordt de wereld juist eenvoudiger. De organisatie wordt dan niet in een slecht passend keurslijf gedwongen. We spreken nu over multidynamische architectuur en het sleutelwoord daarvan is differentiatie. Dat wil zeggen variatie in architectuurkaders en –werkwijzen afgestemd op de specifieke subsystemen van de organisatie. Door de verschillen tussen subsystemen te verwerken in de architectuur ontstaat er lucht om te differentiëren in IT, zonder in oud-nieuwtegenstellingen te vervallen die bij bipolaire zienswijzen constant op de loer liggen.

Business en IT gezamenlijk
Subsystemen worden zo gekozen dat veranderingen binnen een subsysteem niet alleen goed bestuurbaar zijn, maar ook directe toegevoegde waarde bieden aan de business en strategie van de organisatie. Als architecten daadwerkelijk rekening houden met een gedifferentieerde werkelijkheid dan kunnen zij business- en IT-managers helpen om de juiste keuzes te maken. Dan zijn zij niet meer die wereldvreemde en theoretische outsiders die alleen maar barrières opwerpen, maar juist bondgenoten bij het vinden van effectieve en betrouwbare oplossingen voor de organisatie. Multidynamische architectuurkaders worden een essentiële ­factor bij technologische vernieuwing ten dienste van de organisatie.

Handvatten

Het inzicht dat een organisatie in werkelijkheid uit subsystemen bestaat, bewust ontworpen of niet, helpt architecten hun taak effectief uit te voeren. De volgende richtlijnen geven de architect handvatten:

  • Stel vast welke subsystemen bestaan in de eigen organisatie. Waar bevinden zich binnen de organisatie de essentiële verschillen tussen focus en bijbehorende kwaliteits­eisen?
  • Definieer per subsysteem welke inhoud en werkwijze het beste passen bij het definiëren én handhaven van architectuurkaders.
  • Ontwikkel architectuurkaders voor subsystemen op een voor de organisatie herkenbare wijze. Betrek eigenaren van de betreffende bedrijfsprocessen hierbij. Hierbij kan onder meer rekening gehouden worden met bedrijfsactiviteit, strategische focus, sturing, marktpositie, afbreukrisico, continuïteitseisen, kwaliteitseisen, veranderlijkheid, ontwikkelwijze, ontwikkelsnelheid en innovatief karakter. Het resultaat is gecontroleerde differentiatie in plaats van een boekenkast vol met afwijkingen op de architectuur.
  • Implementeer een werkwijze voor het ­handhaven en continu evalueren en aan­passen van de architectuurkaders. Belangrijk hierbij zijn de voorzieningen voor meten en bijsturen van het effect van de architectuurkaders.

Kortom, een multidynamische zienswijze en aanpak van architectuur betekenen een andere manier van denken van architecten. Geen één- of tweevormigheid van architectuurregimes om complexiteit en kosten te reduceren en samenhang te bewaren. Herkennen en erkennen van het unieke karakter van de subsystemen in een organisatie door middel van multidynamische architectuur is het devies. Hiermee gaat bovendien ook de business architectuur zien als nuttig en noodzakelijk middel.

Gemeentelijke subsystemen

Subsystemen waar een ‘multidynamische architectuur’ zich op richt, vallen vaak niet samen met organisatieonderdelen of bedrijfsfuncties. Een gemeentelijke organisatie kent verschillende subsystemen die zich onderscheiden in cultuur, strategische focus, sturing, afbreukrisico, continuïteitseisen, kwaliteitseisen, veranderlijkheid, ontwikkelwijze, ontwikkelsnelheid en/of innovatief karakter:

Het subsysteem ruimtelijk domein heeft als doel om de openbare ruimte aantrekkelijk, ­veilig, efficiënt en leefbaar te maken en te houden voor burgers en organisaties. Dit subsysteem werkt vooral projectmatig in nauwe samenwerking met aannemers en andere partners.

Het subsysteem sociaal domein heeft als doel om sociale ondersteuning te verlenen aan de maatschappij. Dit subsysteem werkt met zeer privacygevoelige informatie en heeft te maken met landelijke wetgeving rond maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg en ­participatie van burgers en bedrijven. Ketenpartners zoals het UWV, zorgkantoren en ­Sociale Verzekeringsbank spelen een essentiële rol.

Verder onderscheiden veel gemeenten de subsystemen dienstverlening en bedrijfsvoering. Dienstverlening concentreert zich op de directe interactie met burgers en organisaties via verschillende kanalen. Klantbeleving is waar het hier om gaat. Bedrijfsvoering houdt zich bezig met ondersteuning van de interne organisatie op het gebied van onder meer financiële administratie, P&O en IT. Hier gaat het veelal om betrouwbaarheid en efficiëntie.

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!