De robot wordt alomtegenwoordig

1 april 2011
De nieuwe prof was al hoofddocent bij de onderzoeksgroep Intelligent Autonomous Systems van het Instituut voor Informatica van de UvA. Tevens is hij verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA), waar hij wetenschappelijk manager is van het kenniscentrum Create-IT voor Media, Creatie en Informatie. Automatisering Gids vroeg Kröse wat we de komende jaren vanuit zijn onderzoeksgebied kunnen verwachten.

Wat houdt ‘ambient robotics’ in?
“Laat ik beginnen met ‘robotics’, dan komen we daarna vanzelf bij ‘ambient’. Robotics gaat over systemen die taken van mensen overnemen. Omdat mensen die taken vervelend vinden of omdat een robot het beter, sneller, goedkoper kan doen. Taken uitvoeren is in essentie een cyclische herhaling van waarnemen, redeneren en handelen. Die cyclus is dan ook de essentie van robotica.
In sciencefictionfilms zijn robots machines die rondlopen om mensen te helpen. In de praktijk is dat lastig. Vanwege fysieke belemmeringen zoals drempels en trappen, maar ook omdat zo’n klassieke robot maar op één plek tegelijk aanwezig is, terwijl je als robot natuurlijk veel meer kunt betekenen voor gebruikers als je op meerdere plekken tegelijk kunt waarnemen en ingrijpen. Daarop slaat de term ‘ambient’. In de praktijk betekent dat dat in een huis op tal van plaatsen sensoren en camera’s aanwezig zijn die op de plekken waar dat wenselijk is informatie verzamelen (waarnemen) voor kunstmatig intelligente verwerking (redeneren) en ingrijpen (handelen).”

Is dat toekomstmuziek, of kunnen we daar ook nu al ons voordeel mee doen?
“Het is toekomstmuziek in de zin dat we nog heel veel kunnen verwachten, bijvoorbeeld in de zorg. Daar ligt een enorme uitdaging om het zorgniveau op peil te houden of zo mogelijk te verbeteren, terwijl er door de veroudering van de bevolking steeds meer vraag komt en de arbeidsmarkt krapper wordt. Ambient robotics kan daar heel veel gaan betekenen. Denk bijvoorbeeld aan zorgappartementen waarin gedrag wordt waargenomen en geanalyseerd om op basis daarvan te komen tot een efficiëntere inzet van personeel en personalisering van het zorgaanbod. Samen met onder meer Waag Society, de VU, HvA, Inholland en de gemeenten Amsterdam en Almere ontwikkelen we een ‘health­lab’, waarin gedistribueerde systemen in appartementen automatisch gezondlevenadvies voor de bewoners genereren. Bij zorgcentrum ‘Naarderheem’ werken we aan een netwerk van sensoren waarmee ’s nachts het gedrag van dementerende ouderen wordt gemonitord. Bij de bibliotheek van Almere bouwen we een systeem dat via social networks de interesses van leden herkent en vertaalt in gepersonifieerd informatieaanbod.
In die zin is ambient robotics dus zeker geen toekomstmuziek meer. In auto’s zijn mensen nu al steeds meer omgeven door robotics. In sommige duurdere modellen komen de ruitenwissers vanzelf in actie als het begint te regenen en past de stoel zich automatisch aan de bestuurder aan. Daimler Chrysler heeft aangekondigd in de dure serie Mercedessen een systeem in te bouwen dat op voetgangers let en verkeersborden herkent.”

Wat zijn technisch gezien op dit moment de belangrijkste uitdagingen?
“Dat zal per onderzoeker verschillen, maar voor mij geldt dat ik me vooral uitgedaagd voel door de ‘redenatiekant’ van de robotica. Juist de ‘ambient’-aanpak van robotica leidt tot grote collecties van data, afkomstig van veel sensoren en camera’s en vaak over langere perioden. Hoe maak je daar zinvol gebruik van? Bijvoorbeeld om te komen tot betekenisvolle activiteitenprofielen van afzonderlijke inwoners van een zorgcentrum. Dat is wat wij noemen de ‘big data’-uitdaging. Dat dat niet eenvoudig is, blijkt wel als je bijvoorbeeld nadenkt over die toepassing die ik zojuist noemde, met dat nachttoezicht in een verzorgingstehuis met onder meer dementerenden. Daar zijn permanent persoonsbewegingen op gangen en in appartementen, maar wat betekenen ze? Wat is een toiletbezoek en wat is zwerven? Hoe onderscheidt een robot een verpleger van een patiënt?”

Bestudeert u alleen de technische kant van de zaak, of kijkt u ook naar sociale en ethische facetten ?
“Jazeker. Een heel belangrijk deel van ons onderzoek richt zich op gebruikersacceptatie. Het spreekt natuurlijk niet vanzelf dat eindgebruikers met dit soort intelligente systemen kunnen of willen omgaan. Daarom wordt onder meer nagedacht over intermediaire systemen die bemiddelen tussen intelligente huizen en eindgebruikers. Een aansprekend voorbeeld daarvan vind ik zelf wel de iCat, die Philips ontwikkelde als een meer ‘natuurlijke’ interface ten behoeve van ouderen. Verder is uiteraard privacy een belangrijk maatschappelijk en ethisch facet, waar we ook de nodige aandacht aan besteden.”

U noemde nogal wat voorbeelden van toepassingen in de zorg. Moeten we niet vrezen dat robotica daar menselijke aandacht gaat verdringen en zo vereenzaming en vervreemding zal veroorzaken?
“Dat mag zeker niet gebeuren en is, voor zover ik zie, nu ook niet de inzet. Als wij een systeem maken waarmee het nachttoezicht in een verzorgingstehuis efficiënter wordt en van zes naar drie medewerkers kan, dat betekent dat drie fte meer voor begeleiding overdag. Eigenlijk is het hetzelfde als wat we zien bij telemonotoring. Daarbij raadplegen patiënten hun arts of fysiotherapeut via een telepresence-oplossingen. Dat vergroot de efficiëntie van de zorgverleners, die hun cliënten daardoor vaker kunnen spreken.
 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!