Innovatie & Strategie

Klantinteractie
Man schreeuwt door microfoon

De ideale digitale gemeente geeft alle burgers een stem

Experts delen adviezen om tot een betere digitale gemeente te komen.

20 december 2022

Experts delen adviezen om tot een betere digitale gemeente te komen.

Vrijwel alle gemeenten in Nederland hebben in meer of mindere mate een digitale aanwezigheid. Maar om een echt goede digitale gemeente te worden, zijn er nog diverse uitdagingen die aangepakt moeten worden en kansen die gegrepen kunnen worden, menen experts.

Hoe zorg je als gemeente bijvoorbeeld dat álle inwoners een stem hebben in de digitale gemeente? Dat bleek het overkoepelende thema tijdens een expertmeeting van de gemeente Amsterdam rondom de Digitale Stad, waarin de gemeenteraad zich op initiatief van GroenLinks en Volt liet bijpraten over de huidige stand van zaken wat betreft de digitale stad. De uitdagingen en kansen die de experts daar deelden, zijn echter op meer gemeenten dan alleen Amsterdam van toepassing.

Betrek de burger

Zo hebben lang niet alle inwoners nu een stem in de (digitale) gemeente, stelt onder meer Sander van der Waal, onderzoeksdirecteur bij de Waag. Dat is onder meer doordat er veel binnen de wereld van tech gebeurt waar mensen weinig vat op hebben. Van der Waal vergelijkt het met een ijsberg: alleen de top is zichtbaar. “Die top bestaat uit de applicaties, maar daaronder zit de gesloten black box, de dominantie van big tech, waarde-extractie en surveillance-kapitalisme.”

Om daar meer grip op te krijgen, moet er anders gekeken worden naar de manier waarop technologie ingezet wordt in een stad. “Het gaat niet alleen over de technologie zelf, maar ook over hoe het ontworpen wordt en hoe het ontwerp gebaseerd is op een aantal kernwaarden. Hoe zorgen we bijvoorbeeld dat die techstack inclusief is?”

Om het probleem aan te pakken en de macht over tech terug te winnen, moeten vier uitgangspunten aangehouden worden, aldus Van der Waal. Allereerst moeten uitgangspunten en aannames expliciet worden gemaakt en gezorgd worden dat alle belanghebbenden betrokken zijn bij het project. Ook moeten mensenrechten gewaarborgd en publieke waarden gerespecteerd worden, en moet het financieel-economisch model de mens én de planeet in acht nemen.

Maar er moet vooral ook aandacht zijn voor die inwoner zelf, zodat de maatschappij als geheel grip houdt op digitalisering. Want juist dat blijkt nu lastig. “We merken in de praktijk dat het voor inwoners lastig is om zich te manifesteren tegen het geweld van technologie”, aldus Van der Waal. Aandacht voor de manier waarop inwoners zich organiseren en hoe zij gezamenlijk een stem kunnen krijgen, is dus van groot belang.

Transparant en toetsbaar

Dat inwoners nu niet altijd een stem hebben in een digitale gemeente, komt ook doordat er nog geen sprake is van echte transparantie. Toegegeven, veel gemeenteraadstukken staan wel online en vergaderingen worden live op het internet uitgezonden. Maar er is bijvoorbeeld weinig financiële transparantie, ziet Jesse Renema, projectleider bij de Open State Foundation. “Er zijn geen detailgegevens publiek beschikbaar en er zijn geen data over contracten of leveranciers.”

“Er bestaat vaak een misverstand over de maatschappelijke meerwaarde hiervan, terwijl die er wel aan zit. Zeker als je wil kijken hoe we maatschappelijke doelstellingen kunnen bereiken, hoe geld goed wordt ingedeeld en hoe een thema gekoppeld kan worden aan het uitgeven van geld.” Wie daar geen zicht op heeft, kan er dus ook niet iets van vinden en zijn stem niet laten horen. Dat terwijl dergelijke data vaak wel ergens intern aanwezig zijn en openbaar zouden kunnen worden gemaakt.

Maar transparantie is ook op andere vlakken belangrijk, zoals in de rechtsbescherming. De Raad van State concludeerde vorig jaar dat veel besluiten en beschikkingen door digitalisering niet goed meer te toetsen zijn door bestuursrechters, waardoor de partij die tegenover de overheid staat op een enorme achterstand staat. Volgens Robert Goené, onderzoeker en filosoof op het gebied van rechtsbescherming, is bij een beschikking bijvoorbeeld nog niet altijd duidelijk welke gegevens gebruikt zijn, waar die vandaan komen en met welk doel die verzameld zijn.

“En algoritmes blijven niet transparant”, aldus Goené. Zelfs het algoritmeregister, waarin bijgehouden wordt welke algoritmes gebruikt worden, laat nog te wensen over. “Daar staat op dit moment nog niet heel veel meer informatie in dan je nodig hebt voor de privacyverklaring. Het is vooral een procesbeschrijving.” Daardoor zijn algoritmes vaak niet toetsbaar voor burgers, wat ook het vertrouwen van de inwoner in de eigen overheid niet ten goede komt, stelt Goené.

Hij ziet dan ook graag dat er bijvoorbeeld meer open source wordt gewerkt. “De publieke software die gebruikt wordt in besluitvormingsprocessen moet toetsbaar zijn. En dat betekent dat je op een andere manier moet gaan ontwikkelen en aanbesteden. Veel meer samen met bedrijven, en soms met bedrijven die misschien nog helemaal niet bestaan. Maar zet samen deze stappen om het vertrouwen in de overheid te vergroten.”

Digitale (on)gelijkheid

Een deel van de Nederlanders heeft daar bovenop ook het probleem dat de digitale wereld ver van hen af staat. En dat terwijl er al snel naar een website verwezen wordt. “Als je de gemeente belt, hoor je vaak als eerste: ‘Wist u dat u het antwoord op vragen ook op onze website kunt vinden?’”, vertelt dr. Nicole Goedhart van het Amsterdam UMC. Zij schreef een proefschrift over digitale ongelijkheid in Amsterdam en concludeerde dat die uit vier lagen bestaat.

Logischerwijs begint het met het bezit van een telefoon, laptop of computer. Maar daar zitten ook direct eisen aan: zo’n apparaat moet nieuw genoeg zijn om er ook apps op te kunnen installeren. Zo waren er volgens Goedhart diverse mensen die de corona-app niet konden installeren, omdat hun telefoon te oud was. Of iemand die de communicatie-app van school en de GroeiGids van haar telefoon moest verwijderen, omdat ze anders geen Zoom kon installeren. En zonder Zoom kan ze de taallessen niet volgen. “En het gaat niet alleen om het hebben van apparatuur, maar ook om het hebben van toegang tot wifi.” Volgens het CBS heeft 3,2% van de Nederlanders nu thuis geen toegang tot het internet.

Maar zelfs al heeft iemand een nieuwe smartphone én toegang tot wifi, zelfs dan kan er afstand zijn tot een digitale stad. “Het gaat ook om het vertrouwen in je eigen kunnen. Als je continu geconfronteerd wordt met een wereld waarin je niet bekend bent, die ver van je af staat, hoe blijf je dan vertrouwen houden in je eigen kunnen?” Bovendien zijn vaardigheden vaak enorm versplinterd: iemand snapt TikTok of Facebook wel, maar de online diensten van de gemeente niet. Meer digitale vaardigheden ontwikkelen of bijblijven met de vaardigheden is niet altijd een optie. “Ik heb wel de mogelijkheid om acht uur per dag achter een scherm te zitten, maar er zijn ook mensen die in de verpleging werken of als buschauffeur en niet steeds de mogelijkheid hebben om hun vaardigheden te verbeteren.”

“Als we kijken naar de complexiteit van digitale ongelijkheid, dan gaat het dus vooral over kansenongelijkheid. Het stapelt zich bovenop de bestaande vormen van ongelijkheid, van de economische verschillen en mogelijkheden die je hebt in je dagelijkse leven”, verklaart de onderzoeker. “We moeten dit gaan benaderen als een urgent en complex probleem, met een collectieve verantwoordelijkheid, die dus ook bij de maatschappij ligt.”

Ze adviseert dan ook om te werken aan het maatschappelijk bewustzijn dat niet iedereen automatisch mee kan komen in de online wereld. Daarnaast zou een stad gratis wifi mogelijk moeten maken en toegang moeten bieden tot apparatuur. “En zet in op veilige havens voor ondersteuning en de mogelijkheid om te leren.”

Pak kansen aan

De digitale stad komt gelukkig niet alleen met uitdagingen, maar ook met kansen. Daniel Charite, innovatiedirecteur bij Deloitte, ziet bijvoorbeeld een kans in het anonieme van digitalisering. “Dat zijn diensten om bij mensen en zaken te komen, waar je nu als overheid bijna niet bij komt. Dat zijn bijna allemaal dingen rondom schaamte.”

Bij problemen als armoede of (seksueel) overschrijdend gedrag speelt bijvoorbeeld ook veel schaamte, waardoor mensen het lastig kunnen vinden om hulp te zoeken. Een chatbot – zoals nu ook al bestaat voor mensen met suïcidale gedachten – kan mogelijk helpen. “Mensen kunnen veel gemakkelijker uitreiken naar iets digitaals, wat anoniem aanvoelt, dan dat ze naar een hulpverlener gaan. Er zijn dus ook kansen om met dit soort kanalen, die heel onpersoonlijk lijken, te helpen.”

Ook ziet hij mogelijkheden om meer te verbinden met de burger. Zo kan digitaal gevraagd worden waar zij zelf nog uitdagingen of kansen zien, bijvoorbeeld in het verplegingstehuis waar zij wonen. Randvoorwaarde voor dit alles is echt wel dat de overheid is waar de burger is. “De overheid is er heel sterk in om een café te bouwen naast het café waar iedereen al staat. Maar als je een leeg café hebt, komt daar niemand naar binnen. Dus je moet dealen met de kanalen waar de burger nu eenmaal is, wat je daar ook van vindt”, aldus Charite. “En uiteindelijk kun je digitaal natuurlijk alleen succesvol maken als de infrastructuur voor iedereen bereikbaar en beschikbaar is.”

Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.