CONFLict Tweedehans software; zo gek nog niet?

26 november 2010

De situatie betrof de volgende: partij A was in het verleden software gaan gebruiken van softwareleverancier X. Daartoe was een licentieovereenkomst tot stand gekomen en partij X had de software op een aantal werkstations geïnstalleerd. Vervolgens heeft partij A de werkstations met daarop de software overgedragen aan een derde, partij B. Partij B is de software vervolgens gaan gebruiken. Dat tot ontevredenheid van partij X, auteursrechthebbende op de software en tevens de licentiegever. Met een beroep op haar auteursrechten stelde zij zich op het standpunt dat het gebruik door B onrechtmatig was en dat B feitelijk een nieuwe licentie bij X diende af te nemen en daarvoor diende te betalen. Hierbij beriep X zich op het feit dat de oorspronkelijke licentie op de software aan A was verstrekt en dat het hier een niet-overdraagbaar gebruiksrecht betrof. In de licentieovereenkomst stond ook inderdaad vermeld dat het gebruiksrecht niet aan derden mocht worden overgedragen.

Rechtbank wees vordering af
Hoewel het standpunt van de softwareleverancier op het eerste gezicht wel hout leek te snijden, wees de rechtbank Dordrecht de vordering van de leverancier echter af. De redenering die de rechtbank volgde, is de volgende: indien een auteursrechtelijk beschermd werk voor de eerste keer rechtsgeldig en met medeweten van de auteursrechthebbende in het verkeer is gebracht, dan kan verdere verhandeling geen inbreuk opleveren op het auteursrecht. Dit is wat men noemt het ‘uitputtingsbeginsel’. De auteursrechthebbende heeft het recht om het auteursrechtelijk beschermde werk op de markt te brengen. Heeft hij dat eenmaal gedaan, dan mag de gebruiker het vervolgens ook doorleveren, zonder dat de auteursrechthebbende zich daartegen kan verzetten.

Daarnaast werd vastgesteld door de rechtbank dat de gebruikshandelingen van partij B binnen de grenzen van artikel 45j van de Auteurswet vielen. Kort gezegd houdt dat artikel in dat tenzij anders is overeengekomen, de reproductie van software die noodzakelijk is voor het met de betreffende software beoogde gebruik, is toegestaan zolang die reproductie geschiedt door de rechtmatige verkrijger van een exemplaar van de software. Nu B uitsluitend de normale gebruikshandelingen verrichtte met de software, meende de rechtbank dat B een beroep kon doen op artikel 45j Auteurswet. In dit geval was de rechtbank tevens van oordeel dat niet alleen de oorspronkelijke verkrijger (partij A) was aan te merken als de rechtmatige verkrijger van de software, maar dat dit ook gold voor de opvolgende verkrijger (partij B), die de werkstations inclusief software van A had gekocht.

Verbod op overdracht software aan derden
Resteert nog de vraag hoe zich dit verhoudt tot de algemene voorwaarden van X die het aan partij A uitdrukkelijk verboden om de software (al dan niet met werkstations erbij) aan derden over te dragen. De rechtbank heeft daarvan geoordeeld dat een dergelijke regeling haaks staat op het wettelijk vastgelegde uitputtingsbeginsel dat hierboven werd omschreven. Om die reden kon deze bepaling dan ook niet worden tegengeworpen.

Al met al een interessante uitspraak. Voor softwareleveranciers kan deze uitspraak vervelend uitpakken. Er kan in ieder geval niet zonder meer van worden uitgegaan dat het doorleveren van software door een oorspronkelijke gebruiker tegengehouden kan worden. Onder omstandigheden zal de leverancier van de software moeten accepteren dat ook opvolgende verkrijgers van exemplaren van de software de software rechtsgeldig mogen gebruiken.

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!