Computers kunnen argumenteren

3 oktober 2002
Computers hebben in veel domeinen een centrale plaats ingenomen. Bij nadere beschouwing wordt echter duidelijk dat de rol die voor ze is weggelegd in het juridische domein afwijkt van wat door sommigen werd en wordt verwacht. Jaap van den Herik gooide in 1991 de knuppel in het hoenderhok met zijn inaugurele rede ‘Kunnen computers rechtspreken?’, een vraag die hij bevestigend beantwoordde. Tien jaar later bestaat er – getuige de discussie in Automatisering Gids van 2001 (nummers 13, 14 en 18) over de rechtsprekende computer tussen Jos Baeten en Tijn Borghuis, Jaap van den Herik, en Roel Wieringa – nog altijd grote onenigheid over de vraag welke juridische taken met behulp van computertoepassingen kunnen worden uitgevoerd. Maar werd de juiste vraag wel gesteld?
Het antwoord op de vraag of computers kunnen rechtspreken hangt meer af van wat we bereid zijn aan te merken als ‘rechtspreken’ dan van wat computers kunnen. De vraag wat rechtspraak inhoudt, is veeleer maatschappelijk en ethisch van aard en wil ik terzijde leggen. In plaats daarvan staat hier de mogelijke rol van de computer in een juridische context centraal. De belangrijkste taak van een jurist bestaat uit het op correcte wijze beargumenteren van een bepaald standpunt. Daaruit vloeit een alternatieve centrale vraag voort, namelijk: ‘Kunnen computers argumenteren?’. Met het loslaten van de vraag over rechtspreken, wordt ook het concrete bereik van het antwoord breder. Niet alleen juristen, maar ook leken hebben baat bij goede inhoudelijke steun bij het beargumenteren van hun stellingname.
In veel juridische omgevingen, waarbij met name te denken valt aan advocatenkantoren en gerechtelijke instanties, vervult de computer geen inhoudelijke rol. Dat wil zeggen: de computer wordt gebruikt als tekstverwerker en als plannings- en managementinstrument, maar levert geen inhoudelijke ondersteuning bij juridische taken. Met de opkomst van informatiebronnen op cd-rom en op internet is hierin wel enige verandering gekomen, maar de rol van de computer blijft ook in dit geval beperkt tot die van een snel te doorzoeken bibliotheek. Daar is niets mis mee. Sterker nog: de kwaliteit van zoekmachines kan en zal nog flink toenemen, en daarmee de kans dat juristen met hun zoekacties de juiste informatie terugvinden.

Verbeteren
Maar daarmee zijn de mogelijkheden van inhoudelijke computerondersteuning in het juridisch domein niet uitgeput. De computer kan het werk van een jurist ondersteunen en het resultaat verbeteren. De computer levert in zo’n context doorgaans geen tijdwinst op, maar hij kan de kwaliteit van producten wel verhogen. Hoe is dat mogelijk? Door de computer te laten helpen bij het vinden van relevante juridische informatie (regelgeving en jurisprudentie) en bij het casusoplossen (toepassen van regelgeving op concrete juridische vraagstukken). Een ervaren jurist heeft niet alleen een forse hoeveelheid parate kennis over zijn specialisme, maar ook het vermogen om deze snel en feilloos toe te passen op concrete gevallen, en waar nodig aanvullende bronnen te vinden. Meer specifiek gaat het in het werk van een jurist om het beargumenteren van bepaalde stellingnames. Immers, de juistheid van een beslissing wordt niet alleen afgemeten aan de inhoud van de beslissing zelf, maar ook aan de manier waarop die met redenen is omkleed.
Ook burgers kunnen worden geholpen om zelf hun belangen te verdedigen in plaats van een (te) dure expert in te huren. Daarvoor moeten ook zij hun stellingnames juridisch kunnen beargumenteren. In al die gevallen waarin een burger stappen moet zetten die een zekere juridische relevantie hebben, wordt van hem gevraagd argumenten op een rij te zetten. De computer kan zelf niet zomaar motiveringen opstellen, behalve in zeer nauwkeurig beschreven domeinen. De huidige belasting- en studiefinancieringswetgeving zijn ontworpen om geïmplementeerd te worden in informatiesystemen. Het is in principe dan ook mogelijk om dergelijke systemen te laten aangeven met behulp van welke regels zij tot een bepaalde conclusie zijn gekomen. Analoog daaraan kunnen ook burgers worden geholpen bij het opstellen van hun motivering. De belastingaangiftediskette is daarvan een voorbeeld. Die geeft immers keurig aan welke aftrekposten onder welke voorwaarden kunnen worden opgevoerd.
Maar in grote delen van het recht zijn dergelijke systemen niet te realiseren, omdat de regelgeving in algemene termen is geformuleerd. Die algemene termen zijn bewust opgenomen om de vereiste flexibiliteit van het recht te bereiken. Lastige, niet voorziene zaken kunnen er toch bevredigend mee worden afgedaan. Tegelijkertijd maken deze open normen het onmogelijk op een gemakkelijke (automatiseerbare) wijze specifieke informatie over een geval onder de algemene juridische regels te brengen. Juist op die plaats, waar juridische regels ruimte laten voor interpretatie, wordt motivering cruciaal. Een beslissing alleen is niet voldoende. Daarmee komt ook de vraag op hoe de computer te hulp kan schieten bij de motiveringstaak. Dat kan, in de eerste plaats, door het verwijzen naar of aanreiken van relevante inhoudelijke informatie. De meest voor de hand liggende vindplaatsen voor dergelijke informatie zijn databases met wet- en regelgeving en jurisprudentie. Deze zijn steeds vaker via internet te raadplegen. Het effectieve gebruik van juridische databases vereist de nodige kennis van het domein waarin naar wet- en regelgeving en jurisprudentie wordt gezocht.

Motivering
Er zijn echter meer mogelijkheden voor ondersteuning van juridische motivering. Immers, motivering van juridische beslissingen behoeft meer dan alleen verwijzingen naar regelgeving en jurisprudentie. Het gaat om het verband tussen de omstandigheden van het concrete geval, de toepasselijke regels, en vergelijkbare jurisprudentie. Verschillen en overeenkomsten moeten in beeld worden gebracht, specifieke kenmerken van de casus kunnen leiden tot een beslissing die wel of juist niet in lijn is met gevallen in het verleden. Voor automatisering van dergelijke taken wordt tot op heden gebruikgemaakt van twee technieken: regelgebaseerd en casusgebaseerd redeneren. Met de eerste techniek worden regels en casusgegevens zodanig vertaald dat de regels automatisch op de casusbeschrijvingen kunnen worden toegepast. De tweede techniek behelst de weergave van kenmerken van verschillende casusposities, zodat deze met elkaar en met nieuwe gevallen vergeleken kunnen worden.
De concrete toepassing van de twee technieken heeft nooit tot een grote doorbraak geleid in het gebruik van juridische informatiesystemen. Dat heeft veel te maken met de beperkingen van regelgebaseerd redeneren en de zeer arbeidsintensieve totstandkoming van casusgebaseerde systemen. Maar er liggen nieuwe mogelijkheden in het verschiet. Lange tijd leed de rechtsinformatica, de tak van wetenschap die de inzet van ICT in het juridische domein bestudeert, aan een gebrek aan standaardisering. De ene na de andere kennisrepresentatietaal passeerde de revue. Eenmaal ontwikkelde systemen bleken niet te onderhouden, laat staan opnieuw te gebruiken voor nieuwe toepassingen. Als reactie daarop werden midden jaren negentig zogenaamde ontologieën geïntroduceerd: conceptuele modellen van domeinen binnen het recht, die in een andere context opnieuw ingezet kunnen worden. Dat bleef lange tijd op problemen stuiten, deels opnieuw vanwege de diversiteit in kennisrepresentatietalen die nodig waren voor de uiteindelijke modellering van een domein.
Daarin komt nu geleidelijk verandering. De introductie van XML geeft de mogelijkheid om casusmateriaal en wet- en regelgeving te voorzien van kenmerken die het vinden en het gebruik ervan vergemakkelijken. XML is een metataal voor het aanduiden van specifieke kenmerken van tekstuele bronnen. XML-dialecten, toegespitst op een bepaald domein, bieden de mogelijkheid om de communicatie over dat domein te standaardiseren. Daardoor wordt het bijvoorbeeld mogelijk om computers in duidelijke termen over schoenzolen, mediabestanden of literatuurreferenties te laten ‘praten’. De aanwezigheid van een gemeenschappelijke taal maakt dat standaardisatiepogingen nu succesvoller zijn dan ooit tevoren. Die mogelijkheid doet zich ook voor in het juridische domein.

Standaarden
In de Verenigde Staten bestaat een bloeiende gemeenschap die XML-dialecten voor het juridische domein ontwikkelt. Via de website legalxml.org werken technici en juristen samen aan het vestigen van standaarden voor de uitwisseling van juridische gegevens. In de juridische praktijk van Nederland, waar op een aantal plaatsen met elektronische dossiers wordt geëxperimenteerd, worden grootschalige standaardisatiepogingen node gemist. Op iets kleinere schaal wordt overigens wel gewerkt aan dergelijke initiatieven, bijvoorbeeld met MetaLex, een XML-dialect voor juridische documenten. Het zorgvuldig annoteren van casusmateriaal kost veel tijd, en het dient nog altijd handmatig te gebeuren.
Het lijkt erop dat killerapplicaties voor het juridische domein voor het oprapen liggen, maar dat de realisatie ervan meer mensjaren werk kost dan enige instantie verantwoord in zo’n project kan investeren. Bovendien liggen er nog steeds standaardisatievraagstukken die juristen en automatiseerders met beide benen op de grond zouden moeten houden, zoals de mogelijkheid eenduidig naar jurisprudentie te verwijzen. Elke Nederlander mag dan een sofinummer hebben, maar niet elk stuk jurisprudentie heeft een unieke code ter identificatie.
Toch biedt de opkomst van XML in elk geval de gelegenheid om na te denken over de toekomst van IT-ondersteuning in het juridische domein. Het gebruik van een taal als XML maakt het mogelijk gestructureerde meta-informatie toe te voegen aan relatief ongestructureerde juridische informatie, zoals rechtspraak en wet- en regelgeving. Deze informatie kan onder meer gebruikt worden om zoekacties effectiever te maken. Een combinatie van een zoekmachine en een bestand dat voorzien is van metamarkeringen levert veel nauwkeuriger zoekresultaten op dan een vrijetekstzoekopdracht in een niet-geannoteerd bestand. Centraal in de rechtspraak staan de argumenten waarmee een rechterlijke beslissing wordt onderbouwd. Argumenten hebben, net als taal, een structuur en een inhoud. Een ‘grammatica’ van argumentatie kan helpen argumenten te construeren, net als de tekstverwerker kan helpen bij het controleren van de grammaticale constructies in een verhaal.
Zo’n onderscheid tussen structuur en inhoud van argumentatie lijkt abstract, maar wie wel eens een arrest van de Hoge Raad heeft gelezen, weet dat – behalve het archaïsche taalgebruik en de lange zinnen – ook de structuur voor de niet-juridisch geschoolde lezer een obstakel vormt. Als aan zo’n bron aanwijzingen worden toegevoegd over hoe de onderdelen van de tekst de tussenconclusies en eindconclusies ondersteunen, dan maakt dat het lezen ervan gemakkelijker. Sterker nog, het wordt mogelijk om in een zoekactie aan te geven of er naar een argument pro of contra een bepaald standpunt wordt gezocht. Wie zoekt naar een argument tegen de stelling dat sprake is van, pakweg, inbreuk op het merkenrecht, heeft geen behoefte aan de argumenten vóór als resultaat van een zoekactie. Maar wie zich wil voorbereiden op de argumenten van de tegenstander, kan juist profiteren van die argumenten.

Toekomst
Kleinschalige experimenten met geannoteerde rechtspraak en regelgeving in een informatiesysteem kunnen een antwoord opleveren op de vraag hoe computerondersteuning in het juridische domein er in de toekomst uit zal zien. Juristen zullen hun beslissingen dan wellicht begeleid door een ‘opgetuigde’ tekstverwerker onderbouwen. Een sjabloonstructuur kan ze helpen hun argumenten stapsgewijs op te bouwen en in te vullen, zodat in nieuwe juridische betogen meteen meta-informatie over de argumentatiestructuur in het document opgenomen kan worden. Zowel juristen als niet-juristen kunnen vervolgens hun voordeel doen met de beter toegespitste resultaten van een zoekactie in de geannoteerde betogen. Een jurist kan zo gemakkelijker relevante jurisprudentie vinden, en een consument is bijvoorbeeld in staat een zoekactie uit te voeren op basis van kenmerken van een geschil met een leverancier.
In het debat over de rechtsprekende computer lopen de emoties algauw zo hoog op, dat een discussie op rationele gronden niet meer mogelijk is. Bovendien, zo stelde ik aan het begin van dit artikel, gaat dat debat niet over de mogelijkheden van ICT. Mijn alternatief voor de vraag ‘Kunnen computers rechtspreken?’ is: ‘Kunnen computers argumenteren?’. Die vraag zou ik voorzichtig positief willen beantwoorden. Computers kunnen niet geheel zelfstandig een nieuw argument opbouwen aan de hand van een gewenste uitkomst. Ze kunnen wel argumenteren in domeinen die precies genoeg zijn omschreven, waarin regels en feiten gemakkelijk ‘op elkaar passen’. En ze kunnen natuurlijk helpen argumenteren. Met toegang tot relevante, bestaande argumenten en met argumentatiesjablonen. Maar er valt nog veel te ontdekken over de manier waarop de computer kan helpen onze argumenten te structureren en inhoudelijk te ondersteunen, en daarmee onze overtuigingskracht te vergroten. Met een computer die ons kan overtuigen van zijn gelijk, zou – de motiveringstaak van de rechter indachtig – zelfs de rechtsprekende computer een beetje dichterbij komen.


Dr. L. Mommers is universitair docent aan het Centrum voor eLaw@Leiden, onderdeel van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Laat de klantenservice je terugbellen!