Development

Software-ontwikkeling
Checklist

Checklist: hier moet je op letten als je begint met low en no code

Ook bij low code en no code is enige voorbereiding een vereiste.

15 mei 2020

Ook bij low code en no code is enige voorbereiding een vereiste.

Met low code en no code kunnen veel meer mensen in een bedrijf zelf snel applicaties maken dan alleen de programmeurs. Toch is het niet verstandig om zomaar halsoverkop met deze snel aan populariteit winnende vorm van softwareontwikkeling aan de gang te gaan. Ook bij deze technologie geldt: enige voorbereiding is een vereiste.

Low code en no code hebben ontzettend veel voordelen. Omdat er weinig tot niet geprogrammeerd hoeft te worden, kunnen veel meer mensen aan de slag met appontwikkeling. Apps zijn bovendien platformagnostisch en worden veel sneller gemaakt.

“Maar dat is ook het risico van low code: je ontwikkelt misschien zes tot tien keer sneller, maar kunt er ook zes tot tien keer sneller een puinhoop van maken”, stelt Hans de Visser, vice president Product Management bij low-codeaanbieder Mendix. AG Connect zet op een rij waar op gelet moet worden vóór je als bedrijf met low code of no code aan de slag gaat. 

Wat ga je ontwikkelen?

Een belangrijke eerste stap bij het gaan ontwikkelen met low en no code, is bepalen wat er precies ontwikkeld moet worden. “Als je ambities hebt voor digitalisering, moet je eerst kijken welke app-initiatieven binnen dat portfolio geschikt zijn om met low code te maken”, licht De Visser toe. “Heb je bijvoorbeeld een standaard-ERP- of CRM-systeem dat aan de eisen en wensen voldoet? Gebruik dat systeem dan, want daar kan geen maatwerk tegenop.”

Chris Obdam, oprichter en eigenaar van no-codeaanbieder Betty Blocks, sluit zich daarbij aan. Volgens hem kun je je afvragen of low code en no code echt nodig zijn als er bijvoorbeeld een app voor een kernsysteem ontwikkeld wordt. “De ontwikkeling van zo’n app gaat met low code waarschijnlijk niet sneller. Bovendien staat ontwikkelsnelheid bij een kernsysteem niet altijd voorop. Dan hebben low code en no code minder meerwaarde”, vertelt hij. “Je moet onderzoeken uit welke vorm van ontwikkeling je de meeste waarde haalt voor het platform, maar ook hoe je het geheel gaat onderhouden.”

Daarbij is ook belangrijk om te kijken wat een bedrijf al in huis heeft. “Misschien heb je wel tien Javaontwikkelaars en slechts één no-codeontwikkelaar. Dan kun je beter voor traditioneel programmeren kiezen, ook vanwege het latere onderhoud waar je nu al meer mensen voor in huis hebt.”

Bepaal de scope

Als er eenmaal projecten gevonden zijn die zich goed voor low en no code lenen, is het van belang niet direct te hard van stapel te lopen. “De valkuil is dat het nu zo gemakkelijk is om een app te maken, dat je één grote app maakt om zo veel mogelijk problemen op te lossen. Zes maanden later krijg je van zo’n keuze spijt, omdat je het dan moet onderhouden. No code is erg waardevol, maar geen gouden oplossing voor alles”, aldus Obdam.

De Visser vindt het bovendien belangrijk dat bedrijven snel successen zien. “We bevelen echt aan om met een kleinere app te beginnen. Organisaties moeten ook nog wennen om op deze manier te werken. Dan is het beter om met een afgebakend project te beginnen, dat een duidelijke eindstreep heeft.”

Hoe ziet het landschap eruit?

Vrijwel ieder bedrijf heeft al een infrastructuur, omgevingen en een digitale strategie staan. Nieuwe low-code- en no-codeapps moeten daar wel in kunnen vallen. “Die nieuwe strategie moet dus wel ingepast worden”, adviseert De Visser. Bedrijven doen er dan ook goed aan om vooraf te bedenken of apps bijvoorbeeld in de public of private cloud, of zelfs on premise gehost worden en hoe de nieuwe diensten in bestaande governancestructuren passen.

Obdam benadrukt dat vooraf ook uitgezocht moet worden welke integraties er gemaakt moeten worden. “Stel je gebruikt Salesforce of andere tooling, dan moet je ook kijken of je de no-codeoplossing wil en moet integreren met andere systemen. Als dat het geval is, moet je uitzoeken hoe je dat met elkaar organiseert.” Zo moet er volgens hem goed gekeken worden naar de samenstelling van het team. Als zij niet weten hoe dergelijke integraties werken, kan het namelijk erg ingewikkeld worden om ze te bewerkstelligen.

Documenteer, documenteer, documenteer

Een groot nadeel van snel apps kunnen ontwikkelen, is dat er ook sneller een puinhoop van gemaakt kan worden. Om dat te voorkomen, raadt De Visser aan om best practices te definiëren en daar actief op te checken, bijvoorbeeld door veel te documenteren. “Er is een schat aan informatie aanwezig in de markt en er zitten tools in de platformen om te controleren of de best practices ook toegepast worden.”

Heb je de juiste mensen?

Hoewel er bij low code en no code weinig programmeerwerk komt kijken, zijn er wel mensen nodig die de applicaties ontwikkelen en beheren. Dat zijn echt andere mensen dan de traditionele programmeurs. Met no code worden processen namelijk gestandaardiseerd, waardoor applicaties snel in elkaar gezet kunnen worden. Maar programmeurs kunnen dus niet alles op hun eigen manier doen, wat bij traditioneel programmeren wel het geval is.

Ontwikkelen met no code en low code vergt dus echt een andere werkwijze. Obdam trekt een vergelijking met architecten. “Je kunt een architect een ongelimiteerd budget en complete vrijheid geven, of juist wel een budget en misschien zelfs al wat beton om mee te werken. In beide scenario’s is het eindresultaat een huis, maar je werkt op een andere manier.”

“Je hebt echt mensen nodig die getraind worden op low code”, beaamt ook De Visser. Volgens hem kunnen dat allerlei verschillende soorten mensen zijn. “Vaak zien we een combinatie van ontwikkelaars: citizen developers [businessmensen met weinig IT-kennis die apps ontwikkelen, red.] die de eerste versie maken en het project vervolgens doorgeven aan echte low-codeontwikkelaars. Aan het einde komen dan de traditionele programmeurs, die de complexe verbindingen leggen naar de backendsystemen.”

Magazine AG Connect

Dit artikel is ook gepubliceerd in het magazine van AG Connect (meinummer 2020). Wil je alle artikelen uit dit nummer lezen, klik dan hier voor de inhoudsopgave.

Lees meer over Development OP AG Intelligence
2
Reacties
martin.meijer 18 mei 2020 09:11

Juist met low- of no-code is het heel erg belangrijk dat je integratie platform goed georganiseerd is en mee kan in de vaart van ontwikkelen. Is het integratie platform goed georganiseerd en modern dan kost het integreren naar een back-end helemaal geen moeite meer vanuit een low- of no-code omgeving en hoeven er geen ingewikkelede puisten aan de ontwikkelde app te worden toegevoegd.
Oftewel er is en goee visie op de toekomst nodig en een bijbehorende strategie, die goed vertaald is naar een degelijk IT strategie om te komen tot een digitale organisatie. Onderweg kunnen allerlei nieuwe technieken en initiatieven geïmplementeerd worden. Standaadiseer de (infra-)structuur en geef vrijheid bij het samenstellen van processen en gebruikersapplicaties.

Eric-Jan Hoogendijk 16 mei 2020 01:34

Ik zie low/no code als wegwerpbestek. Wanneer je er te lang aan hecht breken er op een gegeven moment tandjes van het vorkje af en het mesje wordt bot. Vandaar dat je het gebruik ervan ook niet te complex (kapitaalintensief) moet laten zijn. Kleine quick fixes die bij veranderde behoeften ook weer snel in de afvalbak gegooid kunnen worden en waar hooguit misschien stukjes van gerecycled kunnen worden.

Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.