Aart van der Vlist

Aart van der Vlist: 'Practice what you preach'

27 maart 2012

“Innoveren en rationaliseren, ofwel het opruimen van legacy, zijn in mijn visie cruciaal voor elke onderneming. Daarom moet je er continue mee bezig zijn. Maar hoe gaat dat in de praktijk? ‘Up and running’ houden van de business vraagt 200 procent van je tijd en dan vallen innovatie en rationalisatie al snel van de wagen. Aan mij de taak om dat niet te laten gebeuren. Ik moet er bewust ruimte voor maken in mijn agenda en anderen prikkelen dat ook te doen. Dat kan volgens mij maar op één manier, namelijk er zelf mee beginnen.”

“Dat innovatie en rationalisatie makkelijk naar het tweede plan verschuiven, vind ik niet verwonderlijk, want het bord van de IT’ers hier ligt meer dan vol. Ik durf te stellen dat we hier goed omgaan met wat ik maar even aanduid als de mainstream IT zoals SAP, Pega en Tibco. We zijn druk bezig geweest, en dit gaat de komende tijd nog door, met de ontvlechting van de IT van ING en Nationale Nederlanden. We boeken goede vooruitgang met het ‘buiten beeld brengen’ van de verscheidenheid aan systemen die we hier hebben. Door al die systemen met onder andere PEGA in schillen te verpakken, bieden we de eindgebruikers steeds meer uniformiteit aan. We maken vorderingen met het stroomlijnen van processen. Daarnaast gebruiken we grootschalig policy management van SAP. Daar brengen we nu steeds meer producten in onder. Kortom we liggen op koers met onze IT. Maar dat vergt wel een enorme inspanning. Dan vergt het discipline om tijd vrij te maken om over innoveren na te denken, of om legacy op te ruimen.”

Kosten legacy nemen steeds toe

“Toch wordt dat rationaliseren steeds urgenter, want het IT-budget stijgt niet terwijl de kosten van legacy voortdurend toenemen. Een vuistregel is dat je voor elke 100 euro die je investeert in nieuwe functionaliteit, elk volgend jaar 18 euro moet opvoeren als onderhoudskosten. Dus reken maar uit wat dat betekent op een investering van 100 miljoen. Ik ben van mening dat ondernemingen zich op termijn geen legacy meer kunnen veroorloven. Het is simpelweg te complex en te duur. Zeker voor verzekeraars en pensioenfondsen die te maken hebben met productadministraties uit de jaren zeventig die in sommige gevallen ook nog twintig jaar mee moeten en waarvan converteren naar nieuwe systemen zeer tijdrovend en complex is. We moeten er dus van af. Maar wegwerken van legacy is geen populaire klus. Je scoort er niet echt mee. Vergelijk het met het opruimen van je schuur. Je weet dat het een keertje moet gebeuren, maar er zijn altijd valide argumenten om iets anders te gaan doen. De grote vraag is daarom ‘hoe faseer je legacy uit, als de mainstream IT zoveel tijd en aandacht vraagt?’

Mijn insteek is dat je zo’n proces heel concreet moet aanvliegen. ‘Practise what you preach’, ofwel: ik moet zelf laten zien dat het wegwerken van legacy belangrijk is en er dus ook zelf mee aan de slag gaan. Duidelijk zeggen ‘ik ga dit systeem opruimen en zorg dat het binnen zoveel maanden is uitgefaseerd’. En vervolgens moet ik daar ook daadwerkelijk mee aan de slag gaan. Dat werkt aanstekelijk, dan worden mensen enthousiast en wordt het een target, en voor het halen van targets zijn mensen gevoelig. Ik heb ervaren dat zo’n aanpak veel beter werkt dan het dreigen met strafmaatregelen of dan paaien met beloningen. Geen van beiden motiveert mensen kennelijk om dat soort klussen aan te pakken.”

Business aan de afspraken houden

“Wegwerken van legacy is overigens niet puur een IT-aangelegenheid. Het vergt dat je ook de business aan afspraken houdt. Om een voorbeeld te noemen: Een nieuwe functionaliteit kan je op twee manieren realiseren. Binnen een week in het oude systeem tegen 50.000 euro, of tegen lagere kosten, maar met een veel langere doorlooptijd in een nieuw systeem. Wat gebeurt er dan? Tien tegen een dat de business kiest voor dat oude systeem. Op zo’n moment komt het er op aan. Dan is het aan mij om te stellen dat er afspraken zijn over het uitfaseren van oude systemen en dat we ons daar allemaal aan moeten houden. Je moet dus wel elke draak te lijf gaan. Kiezen voor opruimen van legacy impliceert dat je als bedrijf ook de consequenties van die keuze aanvaardt. Doe je dat niet dan kom je nooit aan rationaliseren toe.”

IT-evangelist

“Voor innoveren geldt eigenlijk hetzelfde. We weten met zijn allen dat er razend belangrijke ontwikkelingen zijn, maar ja die dagelijkse business hé. Dus is het mijn rol om de groep ‘tech followers’ die we hier hebben voortdurend scherp te houden. Die groep bestaat voor het grootste deel uit enterprise architecten en al zijn het tech followers, ook zij kijken primair naar de ontwikkelingen die met de huidige bedrijfsprocessen samenhangen. Bijvoorbeeld de ontwikkelingen bij IBM op het terrein van mainframes. De ontwikkelingen rond de Zseries zijn voor ons uiteraard belangrijk. Daarom moeten mijn enterprise architecten niet alleen bij de mainframemensen van IBM te rade gaan maar ook gaan buurten bij de R&D-afdeling. Daar moet ik ze wel op sturen. Niet omdat ze niet zouden willen, maar omdat de dagelijkse business in feite al van hen vergt dat ze alle tijd daar in steken.”

“Dat motiveren gaat overigens verder dan allen mijn eigen IT-mensen. Ik zie mijzelf gekscherend wel eens als een IT-evangelist binnen Nationale Nederlanden. Dat betekent dat je regelmatig een aantal mensen bij elkaar roept en hen confronteert met nieuwe ontwikkelingen of provoceert met ideeën. Zo denk ik dat verzekeraars in de toekomst ook in de virtuele en digitale wereld objecten zullen gaan verzekeren. In China is de eerste al opgestaan die virtuele bezittingen verzekert voor echt geld. Wie weet waar de toekomst ons brengt. Kortom, zowel rationaliseren als innoveren in IT gaat naar mijn overtuiging alleen lukken als je als CIO persoonlijk leiderschap neemt en vanuit enthousiasme deze uitdagingen oppakt.”

Permanent innoveren

Nationale Nederlanden bevindt zich, zoals alle verzekeraars, in een speelveld dat snel en fundamenteel verandert. Dat geldt zowel voor de verzekeringsbranche zelf als voor de technologie waar men steeds meer afhankelijk van wordt. “Alles bij ons beweegt”, aldus Aart van der Vlist. “We zijn bezig met de splitsing tussen de bank- en verzekeringsactiviteiten van ING. We richten nieuwe lines of business in, we brengen nieuwe producten op de markt, we krijgen steeds meer te maken met concurrenten, we zien de maatschappelijke verschuiving naar online, de regelgeving verandert en ga zo maar door.”

Minstens zo belangrijk vindt Van der Vlist de ontwikkelingen die in de technologie plaatsvinden. “Mobile staat nu overal op de agenda, maar twee jaar terug was nog vrijwel niemand er mee bezig. Dat geeft aan hoe snel ontwikkelingen kunnen gaan en hoe belangrijk het is daar voeling mee te houden. Ik kan tien nieuwe ontwikkelingen noemen die ik interessant vind, en die voor ons op termijn van belang zij. Maar je moet prioriteiten stellen. Daarom heb ik voor Nationale Nederlanden de vier meest belangrijke gedefinieerd. Dat zijn ´big data´, ´Internet x.0´en daarmee bedoel ik ook toepassingen op sociaal vlak als crowdsourcing en peer to peer reviews, daarnaast de ontwikkeling van ´mobile´ samengevat als ´me here now´ en tot slot ´cloud´ wat ik vaak aanduid als XaaS om niet elke variant expliciet te hoeven benoemen.”

Belangrijk voor Nationale Nederlanden is voor Van der Vlist dat een verzekeraar bij het invoeren van nieuwe technologie niet altijd ‘first mover’ hoeft te zijn. “Maar wel een ‘active follower’. En dat vergt dat je innovatie permanent op je agenda hebt staan.”

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!