3,2 miljard transistors

26 maart 2010

De transistor is een simpele halfgeleider die – anders dan de vacuümbuis – bij laag stroomverbruik als schakelaar kan werken. Daarmee werd hij het instrument bij uitstek voor berekeningen in het tweetallig stelsel. Het principe van de transistor werd in 1926 gepatenteerd door de Canadees Julius Edgar Lilienfeld.

Het zou nog twintig jaar duren voordat men echt met dat idee aan de slag ging, en ook de term ‘transistor’ in zwang kwam. De doorbraak richting computertechnologie kwam in 1958, toen eerst Jack Kilby – op basis van het lastig te verwerken germanium – en even later Robert Noyce – met silicium – een integrated circuit (IC) produceerden waarop de transistor gecombineerd werd met andere elementen die voor het gebruik als aanstuurbare schakelaar nodig zijn. Die uitvindingen waren een cruciale stap richting massaproductie van goedkope, eenvoudig machinaal te fabriceren elektronische componenten.

Kilby’s IC combineerde een transistor met ondersteunende componenten op een schijfje germanium van 1,6 bij 11,1 millimeter. Dat was het begin van een ontwikkeling waarvan het einde nog niet bereikt is. De grootste dichtheid aan transistors wordt – voor zover bekend – bereikt door ATI, met zijn grafische processors uit de Radeon HD5800-serie: bijna 6,5 miljoen per vierkante millimeter. NVIDIA komt in zijn GPU met 3,2 miljard transistors niet verder dan 5,6 miljoen per mm2. Intel en IBM zijn verhoudingsgewijs kleine jongens: in hun CPU’s bereiken ze momenteel dichtheden per mm2 van een kleine 3,2 miljoen (Intels Xeon 7400 uit december 2008) en ruim 2,1 miljoen (POWER7) transistors.

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!