2006: Het jaar van de mobiele televisie

16 februari 2006
Mobiele televisie combineert de twee meest populaire consumentenproducten aller tijden, de televisie en de mobiele telefoon. Voor de media ligt hiermee wereldwijd een potentiële markt open van zo’n 1,6 miljard mobiele gebruikers. Het betekent dat mediapartijen content op een nog grotere schaal, en dus efficiënter, kunnen exploiteren. Vooral ook omdat de mobiele telefoon hen in staat stelt mediadiensten te personaliseren en interactiviteit aan tv-programma’s toe te voegen. Het biedt kijkers de mogelijkheid overal en op elk moment te stemmen, reacties te geven of rechtstreeks via de mobiel met andere kijkers te chatten naar aanleiding van tv-programma’s. Maar bijvoorbeeld ook om muziekclips op te vragen via het zogenaamde on-demandmodel, of previews van de nieuwste films te downloaden om vervolgens met de mobiel een plaats te reserveren in de bioscoop. Mobiele televisie geeft wat dat betreft enorm veel mogelijkheden om meer inkomsten te genereren.
Dat omroepen en mediabedrijven inderdaad brood zien in deze nieuwe mogelijkheden blijkt wel uit de laatste ontwikkelingen. Zo heeft EndeMol in Engeland een divisie geopend dat programma’s voor mobiele televisie gaat verzorgen. EndeMol begint met twee kanalen: Extreme Reality, met opmerkelijke en schokkende videobeeldjes, en Comedy Channel. Fox Entertainment is als eerste begonnen met het ontwikkelen van één minuut durende episodes, ook wel mobisodes genoemd. De mobisode ‘24’, gebaseerd op de gelijknamige tv-serie, is reeds op ‘Vodafone live!’ te zien. Ondertussen zijn er meer series in de vorm van mobisodes beschikbaar. CNN, MTV en Warner Music hebben allianties met operators afgesloten om tv-programma’s voor de mobiel te verzorgen. En Walt Disney is zelfs bezig met een eigen mobiel televisiestation: Disney Mobile.
Ook de telecomoperators hebben veel belangstelling. Mobiele televisie moet breedband via de mobiel extra allure geven en natuurlijk ook voor hen extra inkomsten genereren. De operators verwachten van mobiele televisie meer dan van mobiele telefoons met ingebouwde camera, die vooralsnog vanuit commercieel oogpunt geen succes zijn geworden. Verschillende onderzoeken geven aan dat mobiele televisie de vraag naar spelletjes, MP3 en beltonen zelfs kan overtreffen. Mobiele televisie kan er ook voor zorgen dat de klant minder snel geneigd is van operator te veranderen. Wel moeten ze dan kwalitatief goede content aanbieden en dit maakt samenwerking met omroepen en mediaproducenten cruciaal. Sommige operators gaan zelfs zover dat ze zich inkopen in mediabedrijven. Zoals het Japanse NTT Docomo dat nog onlangs aandelen Fuji Television kocht en operator SK Telecom, de grootste aandeelhouder in het Koreaanse mediabedrijf TUMedia.

Limiet
Verschillende operators zijn al commercieel met mobiele televisie van start gegaan en hebben geconstateerd dat veel meer mensen naar tv op hun mobiel kijken dan zij oorspronkelijk dachten. In Europa wordt mobiele televisie aangeboden door onder meer Vodafone, O2 en Orange. Vodafone doet dat via ‘Vodafone live!’ in twaalf landen en is zelfs bezig de bestaande landspecifieke programmering aan te vullen met universele programmering via programma’s als MTV, Discovery en UEFA-voetbal. In de Verenigde Staten zijn Verizon, Cingular en Sprint Nextel de grote operators die mobiele televisie verzorgen.
Kenmerkend voor de genoemde operators is dat ze hun uitzendingen verzorgen over het mobiele netwerk. Dit wordt ook wel ‘unicasting’ genoemd. De leverancier van het tv-signaal zendt naar iedere gebruiker over het netwerk een aparte stream. Dit maakt het mobiele netwerk in feite niet zo geschikt voor realtime uitzendingen. Nu zijn de 3G-netwerken nog vrij leeg, maar naarmate de dienst populairder wordt en het aantal mobiele tv-kijkers groeit, zullen de netwerken zwaarder worden belast en op een gegeven moment hun limiet bereiken. Men is bezig de capaciteit van mobiele netwerken verder te verhogen, bijvoorbeeld met High Speed Downlink Packet Access (HSDPA), men werkt er ook aan om broadcasting over 3G-netwerken mogelijk te maken. Toch lijkt het mobiele netwerk niet een efficiënt medium om mobiele tv-uitzendingen te verzorgen.
Nadat in Zuid Korea bij de lancering van mobiele televisie door de operator SK Telecom het netwerk binnen negen maanden was dichtgeslibt besloot men over te gaan tot broadcastingtelevisie waarbij de uitzendingen direct uit de ether worden ontvangen. Een grote uitdaging hierbij is om het energieverbruik van de mobiele telefoon laag te houden. Dat was een van de belangrijkste redenen om voor de mobiele telefoon speciale digitale televisiestandaarden te ontwikkelen. Een probleem is echter dat de fabrikanten het niet eens kunnen worden over één universele standaard. Nokia denkt met de standaard DVB-H (zie kader) de wereld te gaan veroveren, terwijl Samsung zijn zinnen vooral op de DMB-standaard zet. In de Verenigde Staten is door chipfabrikant Qualcomm de standaard MediaFLO ontwikkeld. En dan is er nog de Japanse standaard ISDB-T. Al deze standaarden zijn incompatibel (zie kader).
Als het broadcastingnetwerk er ligt, hebben de telecomoperators niet langer het alleenrecht op hun mobiele klanten. Omroepen en contentproviders kunnen dan ook rechtstreeks via de ether deze klanten bereiken, zij het alleen downstream. Maar mobiele televisie wordt pas echt overtuigend als het ook interactief is. Door naast de broadcastinginfrastructuur gebruik te maken van het mobiele netwerk van de operators wordt meer mogelijk dan alleen het passief bekijken van programma’s. De toekomst ligt daarom in het complementair gebruik van mobiele en broadcastingnetwerken en een goede samenwerking tussen operators, commerciële en publieke omroepen en mediaproducenten.

Hype
De Aziatische landen hebben op het gebied van mobiele televisie inmiddels een voorsprong genomen. Maar velen twijfelen eraan of mobiele televisie ook bij ons populair zal worden. Men denkt dat het slechts een hype is en dat mensen onderweg echt niet naar tv zullen kijken. Toch geven verschillende onderzoeken aan dat mobiele televisie toekomst heeft. Het onderzoeksbureau ‘Strategy Analytics’ voorspelt dat in 2008 de waarde van deze markt zo’n 5,9 miljard dollar zal bedragen. Uit een onderzoek van ‘Informa Telecoms & Media’ volgt dat er tegen 2010 bijna 125 miljoen mensen wereldwijd een toestel in hun bezit hebben waarop televisiebeelden kunnen worden bekeken. Het zal, zoals onderzoeksbureau Forrester terecht opmerkt, nog wel een aantal jaren duren voordat mobiele televisie echt voet aan de grond krijgt en het grote publiek er rijp voor is. De groei zal pas in 2007 serieus beginnen. Niettemin zal 2006 het jaar van de mobiele televisie worden, met introducties op vele plaatsen in de wereld en het WK-voetbal als belangrijk promotiemiddel; er was ook veel aandacht voor op de deze week gehouden 3GSM-wereldconferentie in Barcelona.

Rob van den Dam is EMEA telecomsectorleider bij IBM Institute for Business Value (www. ibm.com/iibv), een wereldwijde organisatie die de businesswaarde van nieuwe ontwikkelingen evalueert (rob_vandendam@ nl.ibm.com).

De consument
Belangrijk is dat ingespeeld wordt op wat de eindgebruiker belangrijk vindt. Aandachtspunten hierbij zijn content, prijs en gebruiksvriendelijkheid van de mobiele telefoons.
Mensen zullen gebruik maken van tv op hun mobiel als de situatie daarvoor uitkomt of daarom vraagt. Zoals tijdens het reizen en wachten op het vliegveld. Of tijdens korte onderbrekingsperiodes, zoals de lunch, om te relaxen. Om een bepaald programma echt niet te missen, ook niet als men van huis is. En velen vinden het belangrijk bij belangrijke gebeurtenissen up-to-date te blijven. Zo ontdekten vorig jaar tijdens de bomaanslagen in Londen veel mensen dat ze de actualiteit goed op hun mobiel konden volgen.
Er moet goed worden nagedacht over de beelden die gaan worden aangeboden, en over de lengte daarvan. Content die nu op tv wordt uitgezonden is niet zonder meer geschikt om op het mobieltje uit te zenden. De mobiele gebruiker zal vooral behoefte hebben aan tv in hapklare brokken van 5 á 10 minuten. De content moet een grote mate van aantrekkingskracht hebben op het moment dat de mensen niet achter de normale televisie zitten. Er moet een duidelijk must-see-element in zitten. Hoogtepunten uit sportwedstrijden, kort breaking nieuws en muziekclips lenen zich daar goed voor.
Belangrijk is ook de gebruiksvriendelijkheid. De consument is gewend geraakt aan compacte mobieltjes en zal niet snel iets groters accepteren. Een significante verlaging van de batterijduur zal voor de consument ook niet acceptabel zijn. De beeldkwaliteit moet vergelijkbaar zijn met die van thuis. En ook de functionaliteit moet geschikt zijn. Zo beschikt de N92 van Nokia over diverse applicaties die het gebruik van het apparaat vergemakkelijkt: zo kan men een persoonlijke zenderlijst aanmaken, reminders programmeren om geen enkel programma meer te hoeven missen en heeft men toegang tot interactieve televisiediensten. De televisiebeelden kunnen bovendien worden vastgelegd op een SD-geheugenkaart.
En natuurlijk is ook de prijs belangrijk. Verschillende onderzoeken geven aan dat deze vorm van entertainment goede kans van slagen heeft als het maandabonnement niet meer dan 10 tot 12 euro bedraagt. Zo’n 20 procent van de actieve telefoongebruikers zouden er dan in geïnteresseerd zijn. Natuurlijk moet ook de mobiele telefoon aantrekkelijk geprijsd zijn voor het grote publiek, al dan niet gesubsidieerd.

Standaardenoorlog
De standaard Digital Media Broadcasting (DMB) lijkt zich te beperken tot zuidoost-Azië en enkele toepassingen in Engeland (Movio van BT en Virgin Mobile) en Duitsland. DMB is een energiezuinige tv-variant van de Digital Audio Broadcasting (DAB), de standaard die op veel plaatsen in de wereld voor digitale radio-uitzendingen wordt gebruikt. Het Koreaanse SK Telecom, commercieel van start gegaan in 2005, verzorgt DMB-uitzendingen via de satelliet.
Integrated Services Digital Broadcasting Terrestrial (ISDB-T) is de dominante ontwikkeling voor, en alleen in, Japan. Mobiele uitzendingen gaan in 2006 commercieel van start op basis van een aards netwerk.
Media Forward Link Only (MediaFlo) is ontwikkeld door de Amerikaanse chipfabrikant Qualcomm. Het is geen open standaard en specifiek ontworpen voor de 700 MHz-band waarvoor Qualcomm in de Verenigde Staten de exclusieve rechten heeft. MediaFLO richt zich vooral op de Verenigde Staten, maar ook de tweede Japanse operator KDDI heeft aangekondigd deze standaard te gaan gebruiken. Vanaf oktober 2006 is het MediaFLO-broadcastingnetwerk van Qualcomm beschikbaar voor Amerikaanse mobiele operators. Verizon Wireless zal hier als eerste gebruik van maken.
Digital Video Broadcast Handheld (DVB-H) is de mobiele energiezuinige variant van Digital Video Broadcast Terrestrial (DVB-T) voor IPTV. Ook DVB-H heeft een apart netwerk van aardse zenders nodig, maar het ligt voor de hand dat de zenders op dezelfde locaties worden geplaatst als de gsm/umts-zendmasten. Met DVB-H is een framesnelheid van 25 frames per seconde mogelijk, wat vergelijkbaar is met die van de standaard digitale televisie. Het voordeel van DVB-H is dat het op verschillende frequenties kan worden gebruikt. In Europa moet trouwens nog worden besloten welke frequentiebanden worden toegewezen. En het is nog maar de vraag of dit over de verschillende landen kan worden geharmoniseerd.

DVB-H
DVB-H zal volgens Informa Telecoms & Media wereldwijd de dominante standaard worden, met naar verwachting 74 miljoen gebruikers in 2010. Dit is ongeveer 60 procent van het totaal aantal gebruikers van de mobiele telefoon. Op zo’n veertig plaatsen op de wereld is men bezig DVB-H uit te rollen, of zijn er proeven gaande om techniek en businessmodellen te evalueren.
In de Verenigde Staten heeft Qualcomms concurrent Modeo zijn kaarten op DVB-H gezet. Na een proefproject in Pittburgh (Pennsylvania) in 2005 is men nu bezig een nationaal DVB-H-netwerk uit te rollen. Het netwerk zal midden 2006 operationeel zijn, mogelijk met Cingular Wireless als eerste operator die van dit netwerk gebruik gaat maken.
In Europa zullen het Italiaanse mediabedrijf Mediaset en operator Telecom Italia Mobile naar eigen zeggen in 2006 als eerste in de wereld commerciële DVB-H-uitzendingen gaan verzorgen. In Duitsland, in Berlijn, heeft men al permanent een DVB-H-zender in de lucht, waarmee verschillende partijen nieuwe diensten en businessmodellen kunnen testen. Duitsland wil klaar zijn om in 2006 alle WK-voetbalwedstrijden ook via de mobiel te laten zien. Finland heeft als eerste Europees land een procedure gestart om licenties voor mobiele televisie te verlenen. In Frankrijk zijn de operators Bouygues en Orange begonnen met het testen van DVB-H-televisie. En in Oxford, Engeland, werken O2, Nokia en Arqiva samen in een proefproject, waarbij een DVB-H-netwerk met een dekking van 120 vierkante kilometers vijfduizend gebruikers in staat stelt zestien tv-kanalen te ontvangen.
Ook KPN heeft zijn zinnen op DVB-H gezet. Het werkt samen met Digitenne, Nozema en TNO. Na een technische pilot in juli/augustus 2005 heeft KPN in het afgelopen kwartaal in Den Haag en omgeving een commerciële gebruikersproef uitgevoerd. Tijdens deze tweede fase konden de gebruikers via het netwerk van Digitenne tien tv-zenders en twee radiostations op hun mobiele telefoon ontvangen. KPN testte vooral de interactieve mogelijkheden. De resultaten worden gebruikt om mobiele televisie en de bijbehorende techniek te optimaliseren voor de landelijke uitrol dit jaar, die zal plaatsvinden wanneer de uitkomsten succesvol zijn.
 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!