Meer over Oracle

Blog

Oracle vs Mars: voorkom problemen met actief licentiemanagement

Eerst terug naar het begin: hoe zat het ook alweer? Oracle klopte bij Mars aan om te controleren of de inzet van de Oracle-software in overeenstemming was met de contractuele voorwaarden. Eén van de discussiepunten hierbij was de manier waarop de chocoladefabrikant gebruik maakte van virtualisatieprogramma VMware, om daarmee Oracle-software in de cloud te gebruiken. Met VMware kun je de capaciteit van meerdere servers inzetten als één server en, indien nodig, alle rekenkracht toekennen. Dit werkte prima voor Mars, maar was wel in strijd met de contracten met Oracle. Daarin was afgesproken dat betaald zou moeten worden op basis van het aantal processoren waarop de software geïnstalleerd is en/of gebruikt wordt. Daarom kwam Oracle met het verzoek aan Mars uit te leggen hoe de structuur precies in elkaar zat.

De repenmaker stuurde daarop een enorme lading aan documentatie ter toelichting, maar volgens Oracle was het probleem daarmee niet uit de weg: door de VMware-opzet van Mars kon Oracle nog steeds niet bepalen op welke server en op hoeveel processoren de software daadwerkelijk geïnstalleerd stond en/of draaide. De softwareleverancier was daarom van mening dat Mars voor iedere processor in het VMware-cluster moest betalen, wat bij Mars in het verkeerde keelgat schoot. Mars besloot na lang getouwtrek zelfs een rechtszaak tegen Oracle aan te spannen. Tot een daadwerkelijke zaak kwam het uiteindelijk niet: beiden partijen zijn op een andere manier toch tot overeenstemming gekomen, waarschijnlijk in de vorm van een commerciële schikking.

Oracle roept altijd veel emoties op

De zaak heeft veel stof doen opwaaien, waarbij Oracle in de berichtgeving meestal als bad guy naar voren komt. Dat is weinig verrassend, want de auditaanpak van Oracle roept over het algemeen nogal veel emoties op bij bedrijven. Dat is niet helemaal onbegrijpelijk: het is heel gemakkelijk om meer functionaliteiten van de Oracle-software te gebruiken dan waar voor betaald is, omdat er geen technische restricties in de software zitten. Daarbij kunnen de voorwaarden kunnen soms duidelijker omschreven worden. Tegelijkertijd moeten die voorwaarden vaak wel in algemene termen worden beschreven, aangezien Oracle aan honderdduizenden bedrijven, met elk een andere technische architectuur, software levert. Het is vrijwel onmogelijk om per bedrijf unieke voorwaarden te maken.

Eigen verantwoordelijkheid

Wat nog belangrijker is: elke eindgebruiker heeft zelf zijn handtekening onder het Oracle-contract gezet. Met je vinger wijzen naar Oracle is natuurlijk lekker makkelijk, maar als afnemer heb je gewoon zelf een verantwoordelijkheid om je te houden aan de afgesproken voorwaarden. Als er later onduidelijkheden zijn in de voorwaarden, dan kun je daar ook actief naar vragen. Als iets bijvoorbeeld niet in een contract staat (zoals in de zaak Mars), betekent dat niet automatisch dat het zomaar mag. Het contract tussen Oracle en Mars is waarschijnlijk lang geleden opgesteld, in een tijd dat bepaalde technologieën, zoals de mogelijkheden van virtualisatie met VMWare nog niet in zijn huidige vorm waren uitgevonden. Oracle beroept zich daarom op de oorspronkelijke afspraak: betalen voor het totaal aantal processoren waarop de software geïnstalleerd is en/of draait, ook al is het gebruik ervan variabel, aangezien het onmogelijk is om te bepalen hoeveel processoren er precies draaien voor Oracle-software. Mars beklaagt zich daarover, maar had zelf ook eerder het gesprek met de leverancier aan kunnen gaan. Nu is Mars zomaar met het gebruik van VMware gestart, zonder zichzelf te realiseren wat een belangrijke leverancier als Oracle hiervan vindt.

Wachten als weerloos kuiken heeft geen zin

Het is complexe materie, maar in alle gevallen geldt: er is nooit een reden om als een weerloos kuiken te wachten tot de boze softwareleverancier weer eens langs komt, terwijl de contracten in je la laat liggen zonder dat je er ooit naar kijkt. Deze casus is dan ook niet zozeer een voorbeeld van ‘agressieve’ werkwijze van Oracle, maar eerder een brevet van onvermogen van Mars om zich aan de gezamenlijk overeengekomen afspraken te houden.

Bovendien: actief licentiemanagement is altijd verstandig, want het kan ook flinke kostenbesparingen opleveren, doordat je inzicht krijgt in je softwaregebruik. Misschien betaal je wel voor software die helemaal niet gebruikt wordt. Licenties en gebruik controleren doe je dan ook niet zeker niet alleen voor de leverancier, maar vooral ook voor jezelf.

Onderhandelingstactiek

Daar komt bij: bedrijven die om het hardst roepen dat Oracle oneerlijk handelt, weten vaak ook wel dat ze niet helemaal vrijuit gaan. De waarheid ligt vaak in het midden. Natuurlijk kan Oracle het eenvoudiger maken en meer beheersbaar maken, maar als mede-contracthouder is er ook een verantwoordelijkheid. Het komt dan ook bijna nooit voor dat een afnemer daadwerkelijk een rechtszaak aanspant tegen een softwareleverancier als Oracle. Ze hebben zelf afspraken gemaakt en zijn zich ervan bewust dat ze moeten betalen voor software die ze gebruiken - ze hebben dat gebruik alleen nooit actief bijgehouden. De rechtszaak van Mars is dan ook een uitzondering, die achteraf ook gezien kan worden als een prima onderhandelingstactiek van Mars om niet het volledige bedrag aan Oracle uit te keren.

Ook al lijkt Mars in die missie geslaagd, het is niet te verwachten dat veel andere bedrijven voor deze tactiek kiezen, daarbij kijkend naar de moeite en tijd die het kost. Het devies is vooral: wacht niet tot Oracle weer op de stoep staat, maar haal zélf alvast de contracten een keer uit de la.