Innovatie & Strategie

Dit is een bijdrage van T-Systems Nederland
IT beheer
digitalisering

Van wie is het platform eigenlijk?

De strijd om de Tweede Kamerverkiezingen is in volle gang en veel campagnes worden bijna volledig digitaal gevoerd

16 maart 2021
Door: T-Systems Nederland , partner

De strijd om de Tweede Kamerverkiezingen is in volle gang en veel campagnes worden bijna volledig digitaal gevoerd

Alleen het rode potlood is nog niet gedigitaliseerd...(wat dat betreft waren we eind jaren ‘90 en begin deze eeuw innovatiever met de toenmalige elektrische stemmachines) 😉

Sociale platformen spelen een steeds prominentere rol in de verkiezingsstrijd. Na de eerdere Amerikaanse debacles zijn veel social media strenger gaan optreden tegen fake news, opruiing en aanzetting tot haat. Accounts worden indien nodig verwijderd en steeds vaker verschijnen waarschuwingen bij tweets. De vraag dringt zich dan ook op van wie zo’n platform en alle data die hierop beschikbaar wordt gesteld eigenlijk is? Zeker nu we in het ‘nieuwe normaal’ in toenemende mate digitaal werken en social media een steeds belangrijkere plek in ons leven inneemt, wordt het tijd om nieuwe kaders af te spreken. Maar welke (ethische) afspraken moeten we maken?

Voormalig president Trump was na de bestorming van het Capitool ineens zijn favoriete uitlaatklep kwijt. Twitter had hem eraf gegooid. En na zijn mislukte ‘roast’ bij Jinek zag Martijn Koning zijn Instagram account afgelopen zondag geblokkeerd. Toen de aanhang van Trump vervolgens massaal richting het nieuwe social mediumplatform Parler vertrok, bleek dat verschillende hosting services niet op deze aanwas zaten te wachten. Amazon en Google blokkeerden het medium vanwege de geweld-dadige inhoud. Feitelijk schopten ze Parler van internet af.

Ik denk niet dat veel mensen zich dat ooit hebben gerealiseerd; dat niet alleen een individueel account kan worden opgeheven, maar ook een volledig platform zomaar buiten gebruik kan worden gesteld. Dat brengt met het oog op de verdere digitalisering en verhuizing naar de cloud een interessante discussie met zich mee; wat is de macht van een Cloud-provider en welke rechten hebben we in een digitale samenleving?

De nieuwe platformeconomie

Met het oog op de verkiezingen verdiepte ik me de afgelopen weken weer eens wat meer in de verschillende partijprogramma’s. Vanuit mijn functie en met bovenstaande thema in het achterhoofd viel het me op dat veel politieke partijen niet zoveel zeggen over digitalisering. Terwijl het onderwerp fundamenteel is voor de komende decennia. Vanzelfsprekend dienen gezondheidszorg, onderwijs en het echt oplossen van de toeslagen-affaire nu echt eens de prioriteit te krijgen die ze verdienen, maar hiervoor en voor een goed economische herstel zijn digitale platformen simpelweg niet meer weg te denken.

Wellicht waren de issues die we hier nu hebben een stuk kleiner als we daar op een adequatere manier invulling aan hadden gegeven. Niet voor niets zijn op dit moment 7 van de 8 meest waardevolle bedrijven ter wereld organisaties die hun wereldwijde positie te danken hebben aan een platformstrategie. Door deze platformen kunnen ze snel en gemakkelijk nieuwe markten betreden, producten en diensten integreren, andere partijen mee laten innoveren en gebruikers bij innovaties betrekken.

Over naar hyperscalers

De concurrentie tussen verschillende organisaties verschuift dan ook steeds meer van producten en diensten naar platformen en bijbehorende ecosystemen van bedrijven die aanvullende toepassingen ontwikkelen op deze platform. Er zijn inmiddels dan ook nog maar weinig organisaties die nog geen stappen hebben gezet om hun processen, systemen en applicaties over te zetten naar de cloud. Organisaties kiezen daarbij in toenemende mate voor de overgang naar een publieke (Amerikaanse) Cloud als AWS van Amazon, Microsoft’s Azure en Google Cloud; de ‘hyperscalers’. In essentie een mooie ontwikkeling gezien de vele voordelen als het gaat om kosten, time-to-market, schaalbaarheid, beheersbaarheid en flexibiliteit.

Toenemende kwetsbaarheid

Maar wat zijn de gevolgen als je over gaat? Vooral wanneer je al je kritische processen overzet, ontstaat er ultimo ook een kwetsbaarheid waar steeds meer klanten de nodige vraagtekens bij plaatsen. In hoeverre is het platform betrouwbaar? Kan ik erop rekenen dat de Cloud-provider overeind blijft en geen misbruik maakt van zijn monopolie of ineens de stekker uit het platform trekt?

Zeker in Nederland is dit een relevant vraagstuk. Wij zijn de rest van de wereld een aardige stap voor als we kijken naar onze cloud journeys. Veel early adoptors hebben reeds gekozen voor één van de drie hyperscalers. Maar ook daarbij worden nu vraagtekens gezet: ontstaat er niet teveel macht? Willen we wel dat al onze data in Amerika is in te zien? Hierdoor zien we inmiddels ook een vraag ontstaan naar Europese Cloud-providers. Een toenemend aantal bedrijven in Duitsland zien we bijvoorbeeld liever kiezen voor Deutsche Telekom/T-Systems omdat wij naast de partnerships met de grote drie, ook onze eigen cloudoplossingen en datacenters hebben, en daarmee niet vallen onder de Amerikaanse wet- en regelgeving.

Digitaal decennium

De komende jaren staat er op dit gebied dan ook het nodige te gebeuren. Zo presenteerde de Europese Commissie vorige week haar visie op een Europees "digitaal decennium". Adel Al-Saleh, CEO van T-Systems International schreef in zijn blog onder meer dat de EU-doelstellingen voor 2030 zijn, dat zo’n driekwart van alle bedrijven tegen die tijd clouddiensten gebruiken en alle openbare diensten online beschikbaar moeten zijn. Daarvoor heeft Europa dus ook Europese spelers nodig en dit is de reden waarom Deutsche Telekom/T-Systems ook inzetten op Gaia-X. Gaia-X is een Europees project dat de evenknie moet worden van de grote Amerikaanse en Chinese clouddiensten (Alibaba). Daarmee wordt het mogelijk om Europese data in Europa te houden, te ondersteunen en te beveiligen onder de lokaal geldende regels.

Nieuwe grondrechten?

Nog even terug naar digitalisering en de nieuwe ethische regels. Het verbaasde me ook dat we in de verkiezingsdebatten zo weinig hoorden en, zoals ik al aangaf, in de programma’s zo weinig lazen over zaken als digitale veiligheid, politiek toezicht op digitalisering en digitale geletterdheid. Ik zie zeer zeker de noodzaak voor een bredere discussie. We moeten het namelijk niet alleen met elkaar hebben over afspraken wat betreft de individuele gebruikersrechten, het eigendom van data en platforms, maar wat mij betreft vooral ook over het recht op de toegang tot digitale middelen. Misschien is dat – in de huidige digitale wereld - zelfs wel een grondrecht?

Iedereen digitaal

Als we willen voorkomen dat er een kloof ontstaat tussen ‘haves’ en ‘have nots’ in onze samenleving, dan is het uitermate belangrijk dat iedereen dezelfde toegang heeft tot digitale platformen. Dat begint al bij het onderwijs. Daarom hebben we ons als T-Systems ook hard gemaakt dat vanaf het begin van de coronapandemie het thuisonderwijs door iedereen gevolgd kan worden. Digitale geletterdheid is niet alleen een issue voor ouderen onder ons. Ook jongeren die uit minder bevoorrechte gezinnen komen zonder (voldoende) digitale middelen, lopen kans zich digitaal niet te kunnen ontplooien. Zij kunnen zich later veel minder goed meten met leeftijdsgenootjes. Een inclusieve samenleving betekent voor mij zeker ook digitale kansen voor iedereen. Dat is de wereld waar ik mij samen met mijn collega’s, graag sterk voor maak.

Mocht je dus nog niet weten wat te kiezen, kies dan in ieder geval voor #allemaaldigitaal. Daar worden we allemaal beter van!

Blijf gezond!

Sake

 

Reactie toevoegen