Innovatie & Strategie

Privacy
Face Off

Face Off

Hoe gaan we met technologie om die ‘bleeding edge’ is? Laten we vooral nadenken over de ethische grens, zegt duovoorzitter Wouter Bronsgeest van de KNVI.

© CCO / Pixabay teguhjatipras
17 mei 2018

Gezichtsherkenning: In korte tijd twee berichten die totaal verschillende invalshoeken van gezichtsherkenningstechnologie beschrijven. Twee berichten die mij ook achterlaten met een ongemakkelijk gevoel. Dat komt door het onderliggende en nog onopgeloste ethisch vraagstuk voor de samenleving. Een voorbeeld van een vraagstuk waar we als vakgenoten vaker over in gesprek moeten zijn.

Het eerste voorbeeld gaat over een Chinees die door de overheid gezocht werd voor economische misdrijven.

Dat weet nu de hele wereld. De man dacht zonder problemen naar een concert te kunnen gaan van de Hongkongse popster Jacky Cheung, samen met ruim 50.000 andere fans. Sta je 90 kilometer van waar je woont naar de ‘God of Songs’ te luisteren, wordt je gearresteerd. De technologie is ofwel buiten de concertzaal ingezet, of mogelijk in de zaal zelf. Waarschijnlijk in combinatie met software om de mensenmassa te monitoren. Technologie om gezichten in het donker te herkennen is alweer ruim drie (!) jaar oud. De vraag is natuurlijk hoe ver dergelijke technologie ingezet mag worden, of iedereen zonder het te weten voortdurend ‘gezien’ mag worden door software. Als een Chinese politieagent je met zo’n ‘the matrix’-bril aankijkt, weet je het al: je wordt gescand. De brillen worden in China gemaakt, en kosten rond de 1.000 euro. Extra interessant is natuurlijk welke informatieprofessionals hebben meegewerkt aan deze technologie en de algoritmen van de gezichtsherkenning. Collega’s van ons werken mee aan de implementatie. Zij zijn medeverantwoordelijk voor het resultaat, én het effect.

Technologie om gezichten in het donker te herkennen is alweer ruim drie (!) jaar oud.

Het tweede voorbeeld gaat over New Delhi, India. De politie kon in vier dagen tijd 3.000 vermiste kinderen opsporen door het analyseren van een bestand van 60.000 vermiste kinderen en foto’s van 45.000 kinderen in opvangtehuizen. Een aanpak die kan helpen bij het opsporen van meer kinderen. Om een beeld te geven van de problematiek: in de periode 2012 tot 2017 werden 240.000 kinderen als vermist opgegeven. In New Delhi alleen al verdwijnen er zo’n 10 kinderen per dag. Sommigen verdwijnen, sommigen worden gekidnapt. Bizarre cijfers anno 2018. De inzet van technologie helpt hier bij het vinden van kinderen, maar ook bij het blootleggen van inefficiëntie en zelfs bureaucratie. Zo waren veel tehuizen nog niet goed in staat hun fotomateriaal te delen, en liepen veel tehuizen achter met het rapporteren van aantallen opgevangen kinderen. Ook hier hebben informatieprofessionals een rol gespeeld in de ICT-voorzieningen, en hun bijdrage geleverd aan het resultaat én het effect.

De vraag is nu natuurlijk hoe we met deze ‘bleeding edge’-technologie omgaan. Waar ligt de ethische grens? En als dit het begin is, waar staan we over vijf of tien jaar? Ik weet het niet. De samenleving transformeert door technologie en daarmee verandert de rol en de plaats van de mensheid. De een verwacht dat robots en algoritmes de wereld overnemen, de ander ziet een prachtige samensmelting van mens en cybernetica, terwijl weer anderen ICT zien als een hulpmiddel om balans te brengen in de samenleving en voor duurzaam gebruik van onze aarde. Smart Humanity, zoals de KNVI deze ontwikkeling noemt. Laat ik de vraag eens omdraaien: wat is uw visie op deze dilemma’s?

Reactie toevoegen