Development

Software-ontwikkeling

Waarom (medische) software zo beroerd werkt

3 mei 2013

Invoering van zorginformatiesystemen (ZIS) wordt gezien als een manier om de gezondheidszorg efficiënter, effectiever en veiliger te maken. Maar in de praktijk pakt het vaak anders uit. Gebrekkig ontwikkelde ZIS’en bieden weinig ondersteuning, leiden tot extra werk en belemmeren in sommige gevallen zelfs de klinische zorg. Linda Peute doet bij de vakgroep medische informatiekunde van AMC-UvA al 7 jaar onderzoek naar mogelijkheden om tot meer gebruikersvriendelijke medische informatiesystemen te komen. Afgelopen maand promoveerde ze op het onderwerp. Haar proefschrift ‘Human Factors Methods in Health Information Systems Design and Evaluation’ biedt inzichten die verder reiken dan alleen IT in de zorg.

Volgens schattingen mislukt 40 procent van de medische softwaretoepassingen in de praktijk. En met de 60 procent die wel wordt gebruikt is doorgaans ook nog wel het een en ander mis. Harde cijfers zijn er niet, maar tal van publicaties en eigen observatie en onderzoek hebben Peute geleerd dat er in het ziekenhuis structureel dingen fout gaan doordat software niet aansluit bij het denken en werken van gebruikers. Peute somt desgevraagd enkele veel voorkomende ongemakken op:

  • Tijdens consulten hinderen traag werkende systemen het contact tussen arts en patiënt.
  • Digitalisering van papieren formulieren introduceert nieuwe invoerproblemen en vraagt van de arts meer handelingen. Vaak worden digitaal meer details gevraagd dan voorheen op papier; 40 in plaats van 6 telde Peute er in een systeem voor het aanvragen van laboratoriumonderzoek.
  • Het aangeven van iets afwijkends is vaak lastig. Waar aangeven dat spoed vereist is? Niet duidelijk, dan maar in het opmerkingenveld. Dat werkt niet, want de laborant die de opmerking leest, heeft niet de systeemrechten die nodig zijn om het ‘time frame’ aan te passen. Dus terug naar arts, dus tijdverlies.
  • Waar beslissingsondersteuning bij protocollen de arts moet helpen, kunnen kleine problemen met de user interface de bruikbaarheid van het systeem ondermijnen. Een voorbeeld: met één klik kan een reeks van tests worden aangevraagd, maar de arts weet dat sommige daarvan nu even niet nodig zijn. Die vinkt hij dus uit. Oeps! Had ik die net al niet? Wat zette ik daarnet dan uit? Even een scherm terug. Maar dat staat de applicatie niet toe.
  • Plaatsing van informatie, in een volgorde die niet het denken van de gebruiker volgt, dwingt de gebruiker tot aanpassing van zijn werkwijze en vergroot daarmee de kans op fouten.
  • Ongelukkig geformuleerde aanwijzingen en feedback.
  • Verwarrend kleurgebruik.

Dit soort bruikbaarheidsproblemen komt de efficiëntie van processen bepaald niet ten goede. Gebruikers zijn langer dan nodig is bezig met scherm en toetsenbord en maken fouten. Dat een deel van de medische missers – ‘die nu eenmaal altijd voorkomen’ – te herleiden valt tot onhandigheden in software, is meer dan een redelijk vermoeden; onderzoek in de VS heeft een dergelijk verband hard aangetoond, weet Peute.

Mensenwerk kan stukken beter

Natuurlijk, het maken van software is en blijft mensenwerk. Maar dat mensenwerk kan stukken beter, denkt Peute. Ze onderbouwt die opvatting in haar proefschrift met een bloemlezing van onderzoeken die ze in haar hoedanigheid van universitair docent en onderzoeker bij de vakgroep medische informatica van de AMC-UvA uitvoerde.

Een van de meest aansprekende onderzoeken betreft een systeem dat landelijk wordt gebruikt voor de registratie van intensive-carebehandelingen. Systematische analyse van hoe het systeem (niet) aansloot bij de gedachtegang en werkwijze van intensivisten, van wat daarbij allemaal niet handig in elkaar stak en hoe het beter zou kunnen, leverde een model op dat op zijn beurt weer het vertrekpunt vormde voor een totaal nieuwe applicatie. Met die nieuwe applicatie bleken de intensivisten 62 procent (31 minuten per patiënt) minder tijd nodig te hebben voor het uitvoeren van zes verschillende makkelijke en moeilijke taken in het systeem. Bovendien bleken ze daarbij 46 procent minder fouten te maken. In ander onderzoek, waarover Peute nog publicaties in voorbereiding heeft, komt ze zelfs tot een foutreductiepercentage van omstreeks 80 procent.

Voor de analyse van de interactie tussen de software en de gebruikers, maakte Peute gebruik van een werkwijze die te boek staat als Human factors and User Centered Design (UCD). Deze aanpak, die in de luchtvaart en in het leger al sinds de jaren veertig in zwang is, bedient zich van een reeks van analysetechnieken om helder te krijgen hoe gebruikers gebruiken. Het gaat onder meer om:

  • Hardop laten denken (‘Think Aloud’ – Cognitieve methode)
  • Menselijke factor analyse (analyse van de rol die clinici vervullen in het werkproces waarbinnen een systeem geïntroduceerd moet worden)
  • Cognitief doorlopen van systeemprocessen vanuit de denkwijze van gebruikers (‘cognitive walkthrough’)
  • Observatie van gebruikers die met het systeem bezig zijn (‘usability testing’)
  • Etnografisch onderzoek (observatie volgens methoden die afkomstig zijn uit de sfeer van de culturele antropologie)
  • Heuristische evaluatie waarbij het systeem wordt getoetst aan erkende systeemontwikkelingsrichtlijnen.

Telkens weer vond Peute dat toepassing van deze en andere UCD-technieken inzichten opleverden waarmee de bouwers hun software – als ze er toegang toe zouden hebben gehad – aanmerkelijk beter zouden kunnen hebben afstemmen op het beoogde gebruik. Dát de ontwerpers niet over die kennis beschikten, heeft volgens Peute een eenvoudige verklaring: de UCD-aanpak is arbeidsintensief en derhalve kostbaar. Voor het genoemde onderzoek naar de software voor het registreren van intensive-carebehandelingen interviewde Peute zestien artsen. De meesten werden twee maal een uur geïnterviewd. In totaal werd 28 specialistuur in het onderzoek geïnvesteerd. Dat is op zich al een forse kostenpost. Maar het ergste moet nog komen: per arts-interview-uur had Peute zelf 6 tot 8 uur uitwerk- en analysetijd nodig.

Dergelijke investeringen in tijd, geld en expertise kan de commercieel opererende software-industrie zich – gezien de concurrentie – kennelijk niet veroorloven. Tenzij, zoals in de militaire- en luchtvaartsfeer het geval is, regelgeving ertoe dwingt, zonder het ‘level playing field’ te verstoren.

Dat is dan ook precies wat Peute zich voor de medische sector voorstelt, en de eerste tekenen zijn dat het inderdaad die kant opgaat. ISO-normen als 92411-2010 en 1407 stellen kaders voor usability van informatiesystemen en interconnectie van informatiesystemen. Onlangs werd de ISO-norm 13485, die betrouwbaarheidsrichtlijnen voor medische hulpmiddelen vastlegt, zodanig aangepast dat deze richtlijnen ook gelden voor software die in de medische setting wordt gebruikt. Dat betekent onder meer dat zorgsoftware voortaan aantoonbaar moet zijn getest op het niet veroorzaken van fouten.

Medische informatiekunde

Het usability-onderzoek waarmee Peute zich bezighoudt is slechtst een deelgebied van het veel bredere onderzoeksterrein van de
medische informatica. Andere onderzoeksvragen zijn onder meer:

  • Is het mogelijk om mensen te waarschuwen vóórdat ze ziek worden?
  • Hoe lossen we de wachtlijstproblematiek op?
  • Is digitale registratie van patiëntengegevens wel veilig?
  • Hoe zorg je dat de juiste patiënt de juiste medicatie krijgt in een ziekenhuis met duizenden patiënten?
  • Hoe kan software worden ingezet om de kans op medische fouten te verkleinen?

AMC-UvA biedt de afstudeerrichting Medische informatiekunde aan sinds 1990. De belangrijkste route voor overdracht van universitaire
kennis naar de industrie loopt via tewerkstelling van afgestudeerden. Jaarlijks levert de opleiding tussen de twintig en de
dertig bachelor-afstudeerders op en zo’n vijftien tot twintig studenten die de master hebben afgerond. Deze afgestudeerde Medisch
informatiekundigen vinden als regel werk bij IT-bedrijven, de overheid, ziekenhuizen en onderzoeksinstellingen.

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Laat de klantenservice je terugbellen!