Management

Juridische zaken

Vorderen van ­persoonsgegevens

11 juli 2014

Een bedrijf dat persoonsgegevens verwerkt, kan van een overheidsinstantie zoals justitie een bevel (‘vordering’) krijgen om inzage te geven in het bestand. Zo kan een internetprovider een vordering krijgen om de naam, adres en woonplaats van een klant te geven die op een bepaald tijdstip een bepaald IP-adres gebruikt.

Een bedrijf moet hieraan meewerken, mits de vordering een wettelijke grondslag heeft. Daarvoor moet de vordering te herleiden zijn tot een artikel in het Wetboek van Strafvordering, de Telecommunicatiewet of een andere relevante wet (zoals belastingwetgeving, de Woningwet of de Wet milieubeheer). De wet moet in de vordering zelf genoemd zijn.

Elk wetsartikel noemt een aantal elementen, oftewel eisen, zoals dat sprake moet zijn van een zwaar misdrijf of dat alleen een naam, adres en woonplaats mag worden gevorderd. Wanneer aan alle elementen uit het wetsartikel is voldaan, moet het bedrijf de vordering nakomen.

Een bedrijf mag geen eigen onderzoek doen, bijvoorbeeld of er echt een misdrijf is gepleegd en of de verdenking tegen de betreffende persoon terecht is. Slechts een formele check of het juiste wetsartikel is gekozen en of alle vereiste informatie aanwezig is in de vordering is toegestaan.

De belangrijkste eis is dat de in het wetsartikel genoemde autoriteiten toestemming moeten hebben gegeven. Dat is meestal de officier van justitie (met toestemming van de rechter-commissaris), al zijn er ook vorderingen die iedere bevoegde ambtenaar zelf mag indienen, zoals het opvragen van naam, adres en woonplaats van gebruikers van communicatiediensten. De gedachte dat justitie altijd een gerechtelijk bevel moet hebben, is dus een misverstand – waarschijnlijk het gevolg van Amerikaanse televisieseries. In de meerderheid van de vorderingen komt er geen rechter aan te pas.

Het komt nogal eens voor dat een opsporingsambtenaar een verzoek tot afgifte van gegevens indient zonder daarvoor een formele grond te hebben. Dit wordt dan meestal ingekleed als een vriendelijk verzoek, hoewel er ook gevallen bekend zijn waarbij flink wat druk werd uitgeoefend, omdat bijvoorbeeld niet zou kunnen worden gewacht tot de rechter-commissaris wakker was. Een bedrijf is niet verplicht dergelijke verzoeken te honoreren, hoe vriendelijk het verzoek ook geformuleerd is of hoe dringend ook de aanleiding klinkt.

De achtergrond van deze strenge manier van werken is dat de wetgever bij de in de wet genoemde vorderingen een afweging heeft gemaakt tussen privacy en opsporing. Bij een vrijwillig verzoek is die afweging er niet, zodat het bedrijf niet weet of het afgeven wel gepast is gezien de privacy van de betrokkene.

Begin 2011 werd de nieuwswebsite Crimesite.nl onder druk gezet om IP-adressen af te geven van bezoekers die een reactie hadden geplaatst onder een bepaald bericht over een misdrijf. De politie hoopte zo getuigen van dat misdrijf benaderen.

Dit verzoek leidde tot de nodige ophef, waar de minister uiteindelijk Kamervragen over kreeg. Daarop antwoordde hij expliciet: “Een verzoek tot vrijwillige verstrekking behoort niet tot de mogelijkheden: opsporingsambtenaren moeten van de vorderingsbevoegdheid gebruik maken.”

Daarmee zou de kous af moeten zijn; helaas blijken in de praktijk sommige agenten toch te menen dat zij wél ‘vriendelijke verzoeken’ mogen indienen.

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Laat de klantenservice je terugbellen!