Loopbaan

Carriere

Versobering gevaar voor kenniseconomie

1 december 2011

“Nederland doet veel technisch onderzoek, maar Nederlandse techniekstudenten zijn zo aantrekkelijk voor het bedrijfsleven dat deze groep niet het onderzoek in gaat. Daarom halen we veel buitenlandse technici hierheen”, vertelde Elco van Noort, hoofd International Office van de TU Delft. Daarnaast is het animo voor ICT-studies onder Nederlandse studenten de afgelopen jaren hard achteruitgehold, waardoor het aantal pas afgestudeerde ICT’ers sowieso steeds schaarser wordt.

Ten opzichte van 2008 nam het aantal wetenschappers uit landen buiten de Europese Unie in Nederland flink toe. In 2008 kwamen er 5,2 onderzoekers per 100.000 inwoners naar ons land, in 2010 ontvingen de Nederlandse universiteiten al 9 onderzoekers per 100.000 inwoners. Alleen naar Denemarken kwamen meer onderzoekers. Zweden eindigde net achter Nederland op de derde plek. Frankrijk, de nummer vier, trekt relatief slechts de helft van het aantal mensen dat in Nederland werkzaam is. Het Verenigd Koninkrijk scoort vermoedelijk ook hoog, maar hier waren geen cijfers over beschikbaar. Dit blijkt uit cijfers van de Nederlandse vereniging van universiteiten VSNU en Europees statistisch bureau Eurostat.

Betere voorwaarden

Niet alleen de grote behoefte aan techneuten en het schrale aanbod in Nederland verklaart de grote populariteit van Nederland onder buitenlandse onderzoekers. Ons land is naast Denemarken een van de weinige landen waar promovendi een aanstelling krijgen. In veel andere landen regelt men dit via beurzen, wat minder aantrekkelijk is. De afgelopen jaren heeft Nederland het aantrekkelijker gemaakt voor kennismigranten – en met name wetenschappers – om in Nederland te komen werken. Sinds 2007 mogen buitenlandse studenten na afronding van hun studie in Nederland een jaar in ons land verblijven om een passende baan te vinden. Sinds begin 2009 kunnen hoogopgeleide buitenlanders een verblijfsvergunning voor maximaal een jaar krijgen om in Nederland een baan als kennismigrant te vinden of een innovatief bedrijf op te starten.

Vooral Chinese onderzoekers weten de weg naar ons land goed te vinden. Waren het er in 2008 nog 228, vorig jaar was hun aantal gegroeid tot bijna 400, gevolgd door Iraniërs (115) en Indiërs (86). Amerikanen nemen de vierde plaats in.

Niet voor studenten

Voor buitenlandse studenten is Nederland overigens een stuk minder aantrekkelijk dan andere landen in Europa. In 2010 kwamen 64 studenten van buiten de Europese Unie per 100.000 inwoners naar Nederland om te studeren. Daarmee komt Nederland op de tiende plek in het rijtje met de meeste buitenlandse studenten per 100.000 inwoners. Bovenaan staat het Verenigd Koninkrijk, met 440 studenten per 100.000 inwoners in 2010, daarna komen Ierland (307) en Zweden (153).

Overigens zijn de Economie- en Gedrag en Maatschappij-studies veruit het populairst onder buitenlandse studenten, met een aandeel buitenlandse studenten van soms wel meer dan 20 procent. Bij techniekstudies ligt het aandeel buitenlandse studenten gemiddeld rond de 11 procent. Die lage score zou verklaard kunnen worden doordat een technische master bij ons twee jaar duurt, terwijl dit in veel andere landen, zoals Engeland, een jaar is. Bovendien moet in Nederland relatief veel collegegeld betaald worden, terwijl in Zweden bijvoorbeeld studeren gratis is.

Duitsland aan kop

Veruit het belangrijkste herkomstland van buitenlandse studenten in Nederland is Duitsland. Bijna de helft van de buitenlandse inschrijvingen (46 procent) komt uit ons buurland, op afstand gevolgd door China, blijkt uit gegevens van het Nuffic. Van 2008 tot en met 2010 kwamen er in totaal ruim 2200 studenten uit China naar Nederland. In het studiejaar 2010-2011 was dit aantal gegroeid tot 5450.

Het is niet bekend om hoeveel Chinese IT-onderzoekers en -studenten het gaat, maar ook in dit segment zijn ze rijk vertegenwoordigd. Zo werken de Universiteit Leiden – waar een behoorlijk aantal Chinezen studeert – en het Beijing Institute of Technology samen in informaticaonderwijs en -onderzoek. Er is bijvoorbeeld een gezamenlijke vierjarige ­bacheloropleiding Informatica, waarbij een student twee jaar in Beijing verblijft en twee jaar in Leiden. De studenten die de opleiding afronden, krijgen een diploma van zowel de Leidse universiteit als het Chinese instituut.

Naast de samenwerking op bachelorgebied wordt er ook samengewerkt op masterniveau met de drie Leidse masteropleidingen Computer Science, ICT in Business en Mediatechnologie, en met de graduate school voor promovendi. Ook de TU Eindhoven werkt de laatste jaren nauw samen met verschillende technische universiteiten in China. En de TU Delft opende dit jaar een research­dependance in Beijing, gevestigd bij het Institute of Semiconductors van de Chinese Academy of Science (CAS).

Versobering

Overigens vrezen de VSNU (vereniging van universiteiten), NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) en de HBO-raad (vereniging van hogescholen) dat Nederland in de toekomst minder aantrekkelijk wordt voor toptalent uit het buitenland. In het Belastingplan 2012 wordt voorgesteld de zogeheten 30%-regeling, waarbij 70 procent van het inkomen wordt belast, en 30 procent onbelast als vergoeding wordt uitbetaald, te versoberen. De regeling is ooit opgesteld om het salarisniveau ten opzichte van andere landen en ten opzichte van R&D-functies in het bedrijfsleven te compenseren. Daarnaast compenseert het deels de vele extra kosten waar buitenlandse werknemers mee te maken hebben, zoals pensioenbreuk, verhuizen en je gezin op afstand.

De criteria voor de regeling zijn nu zo scherp gesteld dat er in de praktijk nauwelijks meer gebruik van kan worden gemaakt, vrezen onderwijs- en onderzoeksinstellingen. De VSNU dringt dan ook aan op een uitzonderingspositie voor wetenschappelijk personeel en onderzoekers bij de versobering van de 30%-regeling.

“Als je dit verder gaat versoberen, wordt Nederland een stuk minder aantrekkelijk voor buitenlands wetenschappelijk personeel, terwijl Nederland deze toptalenten juist zo hard nodig heeft om de kenniseconomie te versterken. Nederland heeft ooit de ambitie uitgesproken om tot de top vijf van kenniseconomieën te behoren. Maar met deze ingreep verslechteren we onze positie op de internationale arbeidsmarkt alleen maar”, aldus VSNU-voorzitter Sijbolt Noorda.

De Nederlandse situatie staat volgens Noorda in schril contrast met concurrerende landen op de internationale arbeidsmarkt. “Daar is maatregelen treffen om talentvolle kenniswerkers naar zich toe te trekken juist de trend. Voorbeelden hiervan zijn de Scandinavische landen. Onze grote concurrenten in de VS, Verenigd Koninkrijk, Canada en Australië hebben al gunstige fiscale voorwaarden voor expats.”

Daarnaast dreigen er postdocplaatsen te verdwijnen door bezuinigingen door het huidige kabinet. De verwachting is dat door de dalende onderzoeksfinanciering verschillende onderzoeksgroepen zullen worden gesloten. En ook buiten het hoger onderwijs dreigen belangrijke onderzoeksplaatsen in bedrijven en onderzoeksinstellingen als gevolg van de economische crisis te verdwijnen.

Tot slot wordt in het huidige gedoogakkoord met de PVV een aantal hindernissen opgeworpen voor migranten die naar Nederland willen komen of hier al verblijven, waarschuwt Nuffic. Zo wordt het voor buitenlandse kenniswerkers moeilijker om ook hun familieleden naar Nederland te laten komen. En plannen voor een strenger migratiebeleid zouden kennismigranten kunnen afschrikken om naar Nederland te komen, net als in Denemarken.

Arbeidsmigratie

Vorige week publiceerde Manpower­Group de resultaten van een onderzoek onder bijna 25.000 werkgevers in 39 verschillende landen en gebiedsdelen naar arbeidsmigratie. In Nederland zijn 312 werkgevers geïnterviewd. 22 procent van hen geeft aan met buitenlandse werknemers te werken. Het gaat hoofdzakelijk om Polen (26 procent), België (14 procent), Hongarije (12 procent) en Duitsland (10 procent). De meest genoemde functiecategorieën waarvoor in Nederland over de grenzen wordt geworven zijn arbeiders en mecaniciens (beide 19 procent). Wat het aandeel buitenlandse IT’ers is, kwam in dit onderzoek niet naar voren, maar uit onlangs gepubliceerd onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat in 2010 11 procent van de in Nederland werkzame IT’ers viel onder het kopje ‘westerse allochtonen’ en 9 procent onder ‘niet-westerse allochtonen’.

Van mogelijke belemmeringen voor buitenlandse werving worden in Nederland het meest de taalbarrière (22 procent) en de kosten (16 procent) gerapporteerd.

Als landen die voor Nederland de grootste economische bedreiging vormen, worden China (13 procent), Polen (9 procent) en Duitsland (7 procent) genoemd.

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Laat de klantenservice je terugbellen!