Management

Cloud

Toekomst van Cisco draait om services

9 augustus 2013

Edzard Overbeek is sinds een jaar vicepresident van het bedrijfsonderdeel Services van Cisco en is lid van het Operating Committee. Software en services zijn voor Cisco de groeikernen voor de toekomst. Overbeek heeft de opdracht groeipercentages met dubbele cijfers te realiseren.

Ambieert u leiding geven aan het hele bedrijf?
“Ja, dat zou natuurlijk geweldig zijn! We zijn nu een van de Fortune 500-bedrijven. Dat is topvoetbal, Champions League! Maar ik ga eerst zorgen dat ik Global Services verder goed ga uitbouwen. Als de board dan op een gegeven moment besluit dat ik de kandidaat ben [voor CEO], ga ik daar zeker over nadenken.

Ik denk overigens dat John Chambers nog wel even blijft, de komende drie tot vijf jaar zeker. John is een icoon. Hij heeft veel dingen bereikt. Hij stuwde het bedrijf naar ongekende hoogte, maar heeft ook bewezen door economisch slechte tijden te kunnen navigeren. Achter John staat een managementteam van zo’n tien man. Dat zal ook het eerste zijn dat hij je vertelt als je met hem praat. We zijn echt met een groep heel goede mensen die allemaal zeer capabel zijn op hun vakgebied.”

Is vier kroonprinsen benoemen niet gevaarlijk voor de continuïteit van dat team als één uitgekozen wordt?
“Nee, uit elkaar vallen gaat niet gebeuren. We zijn een hecht managementteam en geen groep individualisten die toevallig in hetzelfde managementteam zitten. Het team is door John zorgvuldig opgebouwd om te zorgen dat we elke discipline aan tafel hebben zitten. We hebben als team al afgesproken dat als het moment daar is, we als managementteam elkaar hoe dan ook ondersteuning blijven geven. Dat is belangrijk naar de markt, naar de aandeelhouders en de klanten.”

Is Cisco Services een goed deel van het bedrijf om je te profileren?
“Absoluut! Wij denken bij Cisco dat software en services de twee groeivlakken voor de toekomst zijn. Dat betekent niet dat we de technologie niet zien groeien, maar eerder met enkelcijferige percentages. Mijn taak is om met nieuwe diensten de dubbele cijfers halen en de markten open te breken rond het Internet of Everything. Niet alleen de dingen met elkaar verbinden [zoals in het begrip the Internet of Things, red], maar ook de mensen, bedrijfsprocessen, de applicaties, de data en het gebruik.

De technologie is heel belangrijk, maar nog belangrijker is: hoe ga je die technologie toepassen? Hoe creëer je waarde? Welke oplossingen kunnen we bouwen? Dat is waar Cisco Services actief is. We hebben bijvoorbeeld onlangs een project met de stad Nice in Zuid-Frankrijk gedaan in het kader van het Smart City-concept. Met behulp van een groot aantal sensoren op straat is het verkeersprobleem aangepakt, de milieuverontreiniging verlaagd, het energieverbruik gedaald en de veiligheid op straat verbeterd. We hebben dat concept gecreëerd op basis van het Internet of Everything, waarbij we met urban planners om de tafel zitten over wat ze willen doen en volgens welke planning. Wij schakelen dan onze serviceproviders in die de applicaties en platforms schrijven. We doen de complete consultingfase en de designfase. We bouwen de businesscases en zoeken de samenwerking met andere steden om het daar ook uit te rollen. Dat is héél leuk om te doen, omdat je niet alleen in contact bent met de technische kant van een organisatie – bij de CIO – maar ook met de businesskant. Ik praat bijvoorbeeld met de beslissers van grote oliemaatschappijen over hun bedrijfsstrategie en hoe wij daar kunnen helpen het nog beter te doen. Je ziet, ik zit op het puntje van mijn stoel. Ik vind dat geweldig.”

Wat merken bedrijven nu al van Cisco Services?
“We hebben natuurlijk al langer de technische services, zoals hulp bij technische problemen of het leveren van software-updates en andere business-services, het ontwerpen, bouwen en operationeel maken van datacentra en netwerken. De laag die we nu hebben gecreëerd, zijn platformservices en smart services. Quality of service garanderen en bandbreedtemanagement inregelen bij video en spraak is redelijk lastig. We gebruiken onze ervaring, opgedaan bij andere organisaties, en ons analytics-gereedschap om hulp bij de optimalisatie van het netwerk als additionele dienstverlening te kunnen leveren.

Een ander type dienstverlening is ‘compliance as a service’. Wij weten hoe de netwerken van onze klanten in elkaar zitten en hoe de instellingen staan, ook als daar apparatuur van andere leveranciers in staat. En we weten goed wat de compliancerichtlijnen zijn; waar een financiële dienstverlener aan moet voldoen met betrekking tot bijvoorbeeld SOX of PCI [resp. de Amerkaanse Sarbanes-Oxley-wet en de gegevensbeveiligingsvoorschriften van de Payment Card Industry - red]. We kunnen nagaan of een bepaald netwerk voldoet aan de gestelde eisen. Een organisatie hoeft dan niet meer externe auditors vier weken rond te laten lopen. Je drukt op een knop en krijgt een volledig grafisch overzicht van je netwerk. De dienst is officieel geaccordeerd en je kunt het overzicht bij de accountantsverklaring voegen. Wij garanderen dat het compliant is. Vooral de banken en andere grote instituten in Amerika maken er gebruik van omdat het een enorme besparing oplevert. We zijn er mee begonnen in de VS en nu ook in Engeland. We starten er binnenkort ook in andere Europese landen mee.”

Welke nieuwe diensten zitten in de pijplijn?
“Half juni hebben we Composite Software overgenomen, een bedrijf gespecialiseerd in datavirtualisatie. Een zeer strategische acquisitie. Wij zien bedrijven private, publieke en hybride clouds nu snel omarmen. Veel organisaties hebben hun eigen datacentrum op orde, hun privécloud geoptimaliseerd en komen nu met de vraag ‘hoe kan ik nu mijn enterprise workloads - non-missioncritical, dus nog niet Oracle Finance en SAP - naar de publieke cloud brengen?’ En ‘hoe presenteer ik deze naar mijn bedrijf zodat het niet uitmaakt waar ze zitten?’

Wij willen een datavirtualisatielaag aanbrengen tussen de publieke en de private cloud met één presentatielaag naar het bedrijf. Applicaties kunnen daardoor rechtstreeks communiceren over de verschillende netwerken en datacentra. Ook kun je businessanalytics loslaten op die gegevens, verspreid over die cloudvormen. Het gereedschap van Composite doet de datamining. Daarmee maakt de software gebruik van een abstractielaag en – afhankelijk van waar je de datavelden vandaar wil halen – compileert deze de gegevens in een programmeerbare laag. Daarop kun je compleet nieuwe processen bouwen.

Een andere ontwikkeling is energiemanagement. Met de komst van slimme gebouwen, dus voorzien van sensoren en intelligentie, kunnen bedrijven heel anders met hun energieconsumptie omgaan. Maar aan de aanbodzijde gebeurt ook veel. Nu is het zo dat energiebedrijven stroom opwekken en op de lijn zetten in de hoop dat er ergens behoefte aan is, want opslaan is lastig. Omdat de vraagzijde wil dat het licht altijd aangaat bij het omzetten van de schakelaar, gaat er dus veel energie verloren. Smartmeter-technologie, die informatie geeft over hoeveel mensen er in het gebouw zijn en wat die verbruiken, maakt het mogelijk statistisch te bepalen hoeveel energie in een gebouw wordt gebruik, en wanneer. Grote energieleveranciers hebben apparatuur – routingapparatuur – die het complete energienet doormeet en daarmee van stadswijken en gebouwen de energiebehoefte kan registeren. De energieleveranciers vullen daar nu databases mee en werken aan het aanpassen van de energieopwekking omdat de piekbelasting heel anders ligt dan voorheen gedacht werd.

In Japan, waar ik drie jaar heb gezeten, is ieder gebouw al voorzien van smartmeters. Nieuwe steden in groei-economieën als China en India zijn volledig met slimme meters uitgerust. In Japan heb ik ook samengewerkt met auto-industrie waar ze elektrische auto’s ook zien als een mobiele batterij. Bij elk huis in de testomgeving staat een zonnepaneel die de auto oplaadt. Het energiegrid is zo slim dat die batterij ook kan worden aangesproken door andere energievragers. Dat is nog wel experimenteel. Maar energiemanagement gaat een enorm topic worden. En dat levert een heleboel routing en switching op!

En daarnaast natuurlijk software defined networking (SDN), de scheiding van de control- en de datalaag in het netwerk. SDN is een prachtig verhaal maar het is maar een onderdeel van een groter geheel. Je hebt te maken met zoveel verschillende infrastructuren. Aan de ene kant zijn er de grote schaalbare datacentra – het Amazon-model, zeg maar – en aan de andere kant heb je het enterprise datacentrum dat 3500 applicaties moet hosten. Dat zijn compleet andere modellen. Het is prachtig dat SDN in theorie dat allemaal aankan, maar dat gaat natuurlijk niet. Je hebt op elkaar aansluitbare architecturen nodig om op te bouwen. Dat is wat we met professional services leveren. Dus: wat wil je als klant en hoe wil je dat inrichten, hard- en softwaretechnisch? Dan kunnen we met de SDN-mogelijkheden die we hebben, dat volledig schaalbaar maken voor ze.”

Project Nice

De Franse stad Nice heeft samen met Cisco een proef gedaan in het kader van Internet of Everything. De Connected Boulevard levert een besparing van 20 tot 80 procent op energieverbruik en 30 procent minder verkeersoverlast. Voor de proef is gekozen voor Boulevard Victor Hugo, de straat direct achter de bekende strandboulevard Promenade des Anglais. Deze straat heeft veel last van auto’s op zoek naar een parkeerplek. Bovendien werd gezocht naar een manier om ’s nachts de verlichting te reduceren zonder dat de veiligheid van de buurt in gevaar komt. Met zo’n 200 sensoren en andere registratie-apparatuur kon een grote hoeveelheid gegevens over het gebruik van de straat worden verzameld en geanalyseerd. Op basis van die informatie werden nieuwe slimme diensten ontwikkeld. Zo gaat de straatverlichting ’s nachts op een laag pitje, maar springt deze weer aan wanneer er iemand over het trottoir loopt. De straatverlichting wordt nu ook veel nauwkeuriger afgestemd op weersomstandigheden zoals mist of regen.

Automobilisten kunnen op hun navigatiesysteem of smartphone informatie krijgen waar er vrije parkeerplekken zijn, wat niet alleen veel tijd bespaart maar ook de uitstoot van fijnstof en andere uitlaatgassen vermindert.

De sensoren geven de data aan elkaar door via een mesh-netwerk naar verschillende verzamelpunten die weer in verbinding staan met een centrale dataopslag en analyse-eenheid. Door deze architectuur te kiezen is de opzet makkelijk uit te breiden naar andere delen in de stad.

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Inloggen

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Laat de klantenservice je terugbellen!