Strijd om breedband in alle hevigheid losgebarsten

6 januari 2000
De vraag naar breedbandtoepassingen, zoals het gebruik van audio en video op Internet, blijft onverminderd toenemen. Zodanig, dat allerlei geheel nieuwe bedrijven als Level 3, GTS, Global Crossing en KPN Qwest wereldomvattende
glasvezelnetwerken in
de grond stoppen. Een nieuwe generatie ’global carriers’ lijkt opgestaan.

Jan Libbenga
In een wat donker vertrek in de Londense Docklands werd onlangs op symbolische wijze het Europese netwerk van Global Crossing in gebruik genomen, een jonge onderneming die dertien steden in West-Europa via glasvezelnetwerken met elkaar verbindt. De komende jaren worden nog eens negentien steden aangesloten. Via dergelijke datanetwerken kunnen bedrijven het grootste deel van hun Internet-verkeer laten lopen.
Global Crossing speelt in op de groeiende behoefte aan bandbreedte voor Internet-verkeer en spraak over IP (oftewel Internet-telefonie), die in de toekomst een belangrijk deel de telecommarkt zullen uitmaken. De huidige telecomnetwerken zijn voor breedbandtoepassingen niet geschikt.
Global Crossing is niet het enige bedrijf dat de wereld met glasvezel omspant. KPN Qwest, Viatel, Level 3, Global Telesystems en Colt Telecom leggen eveneens netwerken aan met een transportcapaciteit van ten minste 10 gigabyte per seconde. Met dergelijke snelheden zou de totale inhoud van het Library of Congres – ’s werelds grootste bibliotheek – in nauwelijks twintig seconden van de oostkust naar de westkust van Amerika kunnen worden verstuurd. De netwerken worden vaak in zogenoemde ringen aangelegd. Wanneer ergens in het netwerk een vezel knapt, kan het verkeer in milliseconden worden omgeleid. De aanbieders noemen dergelijke netwerken ’zelfhelend’.

Opvallend is dat het vooral nieuwe ondernemingen zijn die zich op deze markt hebben gestort, zij het vaak wel met personeel dat al jaren vertrouwd is met de telecomwereld.
De meeste van deze ondernemingen zijn begonnen met het trekken van een zeekabel van de Verenigde Staten naar West-Europa. Andere aanbieders, zoals het Britse Colt Telecom, beginnen met een infrastructuur binnen de stadsgrenzen om vervolgens uit te breiden.
Ook in Azië worden in hoog tempo glasvezelringen aangelegd, omdat hier de grootste groei wordt verwacht. Japan zal in het jaar 2003 alleen al zo’n 80 miljoen Internet-gebruikers tellen. Singapore staat nu al bovenaan de ranglijst van landen met naar verhouding de meeste Internet-gebruikers. „Het grootste deel van het Internet-verkeer komt op dit moment nog uit de Verenigde Staten”, vertelde Global Crossing-topman Bob Annunziata in Londen. „Maar in 2005 zal 79 procent van het Internet-verkeer worden gegenereerd in andere delen van de wereld, een land als China bijvoorbeeld, waar de automatiseringsgraad nog niet hoog is, telde alleen al in 1998 zo’n 1,5 miljoen Internet-gebruikers.”

Met de aanleg van de hoofdaders voor dataverkeer zijn enorme investeringen gemoeid. Het Europese netwerk van Global Crossing
(32 steden) heeft alleen al 1,3 miljard dollar gekost. GTS heeft 2 miljard dollar uitgetrokken voor een netwerk dat twaalf Europese steden met elkaar verbindt. KPN Qwest, een joint venture van KPN Telecom en het Amerikaanse Qwest, koppelde in 1998 kabelnetwerken in de Verenigde Staten en Europa aan elkaar. In de Verenigde Staten heeft de onderneming de beschikking over een netwerk van 30.000 kilometer lengte, in Europa is men bezig met de aanleg van glasvezelverbindingen tussen de grote steden. In het derde kwartaal van 2001 moeten drie van deze euroringen in gebruik zijn genomen, met een totale lengte van 15.000 kilometer tussen 39 steden. Het glasvezelnetwerk van KPN Qwest belooft een van de grootste in Europa te worden.
Kleine ondernemingen kunnen deze bedrijven dus allang niet meer genoemd worden. Het amper twee jaar oude Global Crossing, met als Europese hoofdzetel het Noord-Hollandse Huizen, heeft al meer dan 12.000 mensen in dienst. KPN Qwest telt 900 man personeel. Qwest zelf heeft inmiddels zo’n 64.000 werknemers. Ook leveranciers van telecomapparatuur varen er wel bij. De ’global carriers’ zijn kind aan huis bij bedrijven als Alcatel, Ciena, Cisco en Siemens.
Ook beleggers geloven heilig in de breedbandexplosie. Het aandeel KPN Qwest heeft enkele weken geleden een formidabele entree gemaakt op de Amsterdamse beurs en op de schermenbeurs Nasdaq. In Amsterdam werden in een uur tijd 5,6 miljoen aandelen verhandeld. Eind vorig jaar noteerde het aandeel al zo’n 50 euro. Het rendement nadert de 300 procent.

Het was Philip Anschutz die in 1996 als eerste de marktkansen van breedbandtoegang onderkende. Toen dat jaar zijn spoorwegmaatschappij Southern Paci?c Railroad in handen kwam van Union Pacific, kocht hij de rechten voor het gebruik van de grond naast de spoorlijnen. Daar wilde hij kabels aanleggen. Voor dit doel werd Qwest opgericht. Het bedrijf had geluk, want toevallig was Lucent Technologies er net in geslaagd de glasvezeltechnologie zodanig te verbeteren dat de lichtsignalen minder vaak versterkt hoefden te worden, waardoor de netwerken een stuk goedkoper werden. Niettemin zou de aanleg van het totale netwerk Qwest altijd nog zo’n
2,4 miljard dollar gaan kosten. Ruim
800 miljoen dollar werd binnengehaald met een beursemissie en door leningen. Nog veel meer geld, een kleine 1,4 miljard dollar, werd verdiend aan verhuur van de glasvezelcapaciteit aan derden, zoals GTE Frontier en Worldcom. De overname van Internet-provider EUnet International in 1998 vormde de aanzet tot de oprichting van KPN Qwest, de joint venture met KPN Telecom, en tot internationale expansie. Het bedrijf is inmiddels ook in Mexico actief. Daarnaast heeft Qwest in hoog tempo een groot aantal bedrijven overgenomen die actief zijn op het gebied van ’webhosting’, virtuele private netwerken en DSL.
Qwest zit dan ook niet verlegen om klandizie. Het doet zaken met multinationals als Delta Airlines, IBM, Ford Motor, Exxon, Boeing en American Express. „Wij zagen al heel vroeg dat deze bedrijven vanwege hun activiteiten op Internet ongelimiteerde netwerkcapaciteit nodig hadden”, vertelde Qwest-directeur Joseph Nacchio enkele maanden terug op de vakbeurs Internet World in New York. „De ontwikkelingen op dit terrein voltrekken zich met de snelheid van het licht. Je kunt niet tot morgen wachten.”

Ook andere spelers op de breedbandmarkt zijn hard bezig breedbandcapaciteit bij grote klanten te bezorgen. GTS nam daartoe bedrijven
als Esprit Telecom, Ebone, Omnicom en Netsource over. Global Crossing investeerde in Frontier en Racal. KPN Qwest biedt dergelijke diensten nu al in Düsseldorf aan en ook met Colt Telecom is een contract gesloten. In de Benelux wordt deze markt aan moeder KPN overgelaten.
„Toen we in februari 1999 begonnen, waren er in Europa nauwelijks pan-Europese breedbandnetwerken”, vertelt directeur Jack McMaster in het hoofdkantoor van KPN Qwest in Hoofddorp. „De netwerken die er lagen, gingen niet verder dan de landsgrenzen en waren hoofdzakelijk bestemd voor spraakverkeer.”
Vandaar dat alsnog overal hoofdaders met breedbandcapaciteit moeten worden aangelegd. Het tempo waarmee dat gebeurt, hangt af van de liberalisatie van de lokale telecommarkten en van economische ontwikkelingen. „Daarom breiden we onze activiteiten ook niet meteen uit naar bijvoorbeeld Oost- of Zuid-Europa”, zegt McMaster, die verwacht dat een land als Italië pas over drie jaar aan de beurt komt.
KPN Qwest wil zich voorlopig tot vaste verbindingen beperken. „Er zijn wat ons betreft twee soorten breedbandnetwerken: die tussen steden onderling en die tussen continenten als Europa en de Verenigde Staten”, zegt McMaster. „Daar investeren we in, niet zozeer in de verkeersaders naar eindgebruikers. We zullen dan ook niet zo gauw kabelbedrijven zoals UPC opkopen. Ook de mobiele telefoniemarkt laten we met rust. Ik ben me ervan bewust dat de capaciteit van mobiele netwerken de komende jaren fors zal worden uitgebreid, maar dat blijft toch meer het werkterrein van bedrijven als Vodafone. We kunnen deze ondernemingen wel helpen door hun internationale netwerken onderling te verbinden.” Ook de satelliet ziet McMaster niet als concurrentie. „Voor het dataverkeer van pakweg Berlijn naar Milaan leg ik toch liever glasvezel in de grond. Het is waar dat vissersboten onze zeekabels kapottrekken, maar satellieten kunnen uitvallen.”
Ook zonder de satelliet is de concurrentie op dit terrein inmiddels in alle hevigheid losgebarsten. Viatel, MCI Worldcom, Global Telesystems, Colt Telecom en Global One zijn maar een paar van de bedrijven die in hoog tempo glasvezel in de grond stoppen. Level 3 wil al op zeer korte termijn 27 Amerikaanse steden en 5 Europese steden met elkaar verbinden. Saillant detail is dat de huidige president van Level 3, James Crowe, nog in het bestuur van Qwest heeft gezeten. Ook telecombedrijven laten zich niet onbetuigd. Qwest-directeur Joseph Nacchio, zelf ex-AT&T, mag dan wel steeds roepen dat traditionele telecombedrijven geen zicht hebben op deze markt en dus onvoldoende investeren, de telecombedrijven laten deze markt niet graag liggen. „Iedereen kan een vezelnetwerk in de grond stoppen”, zegt Frank Ianna, directeur netwerken en computerdiensten van AT&T. „Waar het om gaat is de kwaliteit van de dienstverlening, en daar hebben wij veel meer ervaring mee dan al die nieuwelingen.”
AT&T heeft de capaciteit van zijn glasvezelnetwerk dan ook al uitgebreid. Samen met British Telecom is men bovendien het bedrijf Global Venture begonnen om, net als bijvoorbeeld MCI Worldcom en Global One (Deutsche Telekom, France Telecom en Sprint), wereldomspannende netwerken te creëren. In de aandelenprospectus van KPN Qwest wordt de markt dan ook als ’zeer concurrerend’ gekenschetst. „We zullen ons door kwaliteit moeten onderscheiden”, zegt Frits Bosch, marketingmanager van Global Crossing. „Global Crossing is bijvoorbeeld de enige leverancier van breedbandcapaciteit die zijn complete netwerk vierentwintig uur per etmaal observeert. Als zich ergens problemen voordoen, kunnen we meteen ingrijpen.”

Jack McMaster denkt dat de vraag naar capaciteit de komende jaren nog verder zal toenemen zodra betere routers worden ingezet om spraak en data te scheiden en er meer kabelmodems en DSL-technieken beschikbaar komen. „De Amerikaanse visionair George Gilder heeft voorspeld dat ieder huishouden de beschikking zal krijgen over een transportcapaciteit van ten minste 2 megabyte per seconde. Dat is niet eens zo veel. Je doet er dan nog twee uur over voordat je een complete Hollywood-film hebt binnengehaald. Maar stel dat hij gelijk heeft, dan heb je in Europa tien van mijn netwerken nodig.”
De vraag naar breedbandcapaciteit is nu al zo groot dat Level 3 bij KPN Qwest capaciteit moet huren. „Wij verhuren 48 van onze 96 vezels aan derden”, zegt McMaster. „Op die manier hopen we tweederde van de constructiekosten in Europa terug te verdienen”. Een tweede kabelgoot ligt klaar voor het geval er alsnog capaciteitstekort ontstaat of wanneer zich een revolutie in de glasvezeltechnologie zou voltrekken. McMaster: „Als onze technologie niet meer toereikend mocht zijn, kunnen we meteen omschakelen.”
Ondanks de grote vraag naar breedbandcapaciteit verwachten zowel McMaster als Global Crossing-topman Bob Annunziata dat er uiteindelijk maar een paar grote spelers op de markt zullen overblijven. „Je zag dat ook gebeuren toen in de Verenigde Staten het onderscheid tussen lokale en interlocale telecomaanbieders verdween”, zegt McMaster. „In je eentje red je het niet, allianties werken niet, dus kopen bedrijven elkaar op.”
Vrijwel alle bedrijven die breedbandcapaciteit leveren, zullen zelf daarvoor geen toepassingen ontwikkelen, in elk geval niet voor de consumentenmarkt. Wel onderzoeken de bedrijven mogelijkheden voor nieuwe diensten. Zo bekijkt Qwest samen met Microsoft of via Internet software verspreid kan worden (software-
on-demand). Uiteindelijk zal ook de consumentenmarkt kunnen profiteren van de beschikbare bandbreedte. In de Verenigde Staten is al een televisiereclame van Qwest te zien waarin een man een uitgewoond motel bezoekt en vraagt welke faciliteiten men heeft. ’Alle films ooit gemaakt in alle talen’, zegt de dame achter de balie met een verveeld gezicht. „Het aardige is dat dit binnen enkele jaren realiteit wordt”, zegt Qwest-directeur Joseph Nacchio. Een andere groeimarkt wordt spraak via IP. Sommige analisten verwachten dat de helft van het telefoonverkeer via Internet wordt geleid. Spraak en data zullen steeds meer gecombineerd worden. Nacchio: „Waarom zou je technici over de wereld sturen, als ze via camera’s met elkaar kunnen communiceren?”
Welke toepassingen nog meer in het verschiet liggen, is volgens Nacchio moeilijk te voorspellen. „Denk maar aan de begindagen van de olie-industrie. Toen de eerste olie naar de oppervlakte borrelde, zal menigeen gesuggereerd hebben dat je er huizen mee zou kunnen verwarmen, maar beslist niet dat je er ook moderne plastics van zou kunnen maken.”

’Je doet er straks nog twee uur
over om een Hollywood-film binnen te halen’
 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!