Netwerksamenleving is efficiënter en veiliger

4 november 1999
Is de digitale technologie een serieuze bedreiging voor de westerse samenleving? In reactie op Arre Zuurmond en Jos de Mul laat Marcel Bullinga zien dat ons ook veel moois te wachten staat. De netwerksamenleving is vooral efficiënter. Er is veel winst te halen voor zowel het individu als de samenleving in haar geheel.

Marcel Bullinga
De netwerksamenleving is een bedreiging voor de democratie en
er is een ’tegenpartij’ nodig om het kwaad te keren. Dat zegt dr. Arre Zuurmond in de Automatisering Gids van 17 september jongstleden. Het antwoord hierop van prof. dr. Jos de Mul (Automatisering Gids van 1 oktober) is dat een netwerksamenleving maar beperkt beheersbaar is en dat een tegenpartij vanzelf ontstaat.
Inderdaad, de digitale ontwikkelingen kennen geen centrale sturing of een ’grand design’ en ze leiden tot aanzienlijke machtsverschuivingen tussen groepen. Maar los van het bedreigings- en beheersingsaspect heeft het grootschalig gebruik van digitale technologie tal van positieve gevolgen zowel voor het individu als de maatschappij: milieuwinst, privacywinst, een menswaardige 24-uurseconomie en een efficiëntere overheid.
De netwerksamenleving is vooral een efficiëntere samenleving. Veel ontwikkelingen zitten nog in de laboratoriumfase, daar is de onzekerheid het grootst, maar andere hebben al voorlopers in het hier en nu en zijn soms zeer succesvol.
Hoe ziet de netwerksamenleving er anno 2030 uit? Informatie gedraagt zich als elektriciteit. We tappen het af van het bedrijfs-, betaal-, overheids- en huisnetwerk, overal waar maar een (draadloos) stopcontact is. Een stuk of vier smartcards vormen onze persoonlijke en draagbare toegang tot kennis en betalingen, tot gebouwen, wegen, websites en vervoer. De smartcard is niet alleen een auto- en huissleutel maar ook de sleutel tot allerlei diensten.
Niet de computer maar de mobiele telefoon is het transactieapparaat bij uitstek. Met de huidige penetratiegraad van de computer in westerse particuliere huishoudens hebben we waarschijnlijk zo zoetjes aan een natuurlijk plafond bereikt.
De computer van nu is een autistische en slechte alleskunner. Er is behoefte aan simpele apparaten voor alledaagse zaken die simpele handelingen van de gebruiker vergen en geen hoog opleidingsniveau.
De computer verliest zijn rol als dominante toegangspoort tot de virtuele wereld, we krijgen er een stroom aan intelligente apparaten bij. Die kunnen maar één ding, maar doen dat wel betrouwbaar en gebruiksvriendelijk. Denk aan apparaten voor vertalen, ontmoeten, telewinkelen, vissen, spelletjes spelen met anderen op afstand, een quiz voor kinderen, een taxi oproepen. Deze apparaten bestaan allemaal al: de Vertaalmuis, Gay Dar, Woongemak, Fish Finder, Internet Game Boy, Quizkid, Taxitronic.
Het intelligente huis, de intelligente auto, intelligente supermarktgoederen en kleren: zij zijn belangrijker voor het gezicht van de netwerksamenleving dan het intelligente kantoor en kennismanagement. De netwerksamenleving is niet hooginteractief maar laaginteractief, niet hightech maar lowtech. Ze draait niet zozeer om de digitale facilitering van bewust kennisgedrag maar om de digitale facilitering van onbewust leefgedrag. Het ontwerp (voorzover we daarvan kunnen spreken) van de netwerksamenleving behelst eerder een gedigitaliseerde infrastructuur en dienstverlening dan gedigitaliseerde kennis voor creërend gebruik.

Asynchroon
In het digitale tijdperk doen we zaken met het digitale hart van bedrijven en de overheid. Bracht Internet ons de mogelijkheid tot asynchrone communicatie, transactietechnologie brengt ons asynchrone dienstverlening. We vragen niet de medewerker van het bedrijf om een dienst, we verrichten die dienst zelf door een rechtstreekse transactie op afstand met de automaat of de website van de organisatie – per telefoon, computer of via andere apparaten. De klant beheert zijn eigen dossier en is daardoor deels medewerker geworden. Dit is de ’asynchrone organisatie’: gepersonaliseerde, mobiele, vraaggestuurde, ketengestuurde dienstverlening zonder menselijke interventie, dag en nacht vanaf elke plek. Voorlopers zijn Federal Express (men kan zelf kijken waar zijn pakketje zich bevindt), studiefinanciering (studenten met een smartcard wijzigen op afstand zelf hun dossier), hotelcontact (reserveer zelf geautoriseerd vergaderruimte).
Dat de klant zelf zijn (vrijwillige) relaties met bedrijven en de overheid kan beheren betekent dat hij er grotere zeggenschap over heeft. Hij onderhoudt en verbreekt relaties naar eigen keuze. Nu staan we in gemiddeld achthonderd bestanden zonder dat te weten, omdat we de controle
over onze gegevens kwijt zijn vanaf het moment dat we ze uit handen geven. In de netwerksamenleving beslissen we zelf aan wie en waarvoor en voor hoelang we
onze statistische en transactiegegevens uitlenen. We blijven zelf de broneigenaar, en ons digitaal model controleert wat er met de uitgeleende gegevens gebeurt.
Manipulaties worden gesignaleerd en, als ze niet in het privacyprofiel passen, verhinderd. Dit is een verschuiving van de groepsprivacy die we nu kennen (op voorschrift van de Registratiekamer) naar individuele, dynamische privacy. Voorlopers op dit gebied vormen de zaken-sites waar de klant zichzelf kan aan- en afmelden en waar hij zijn eigen profiel kan beheren, en het privacyprotocol van het ’Platform for Privacy Preferences’.

Vingerafdruk
De sociale zekerheid is zo ingewikkeld dat ze niet toegankelijk is voor de gewone burger, getuige het leger van formuliereninstructeurs, belastinghelpers, rechtencheckers en achterafcontroleurs. In het digitale tijdperk hoeft die burger zijn rechten in wezen niet te kennen en vraagt de overheid niets onnodigs aan hem. De gegevens zitten immers al in het netwerk en worden slim aan elkaar gekoppeld.
Het is een kwestie van goed organiseren. Met maar één mobiel telefoontje kan de klant huursubsidie krijgen; een aanvraag, check, beslissing en uitkering binnen vijf minuten, of zelfs een uitkering zonder aanvraag. De netwerksamenleving leidt op dit punt tot minder tweedeling.
Digitaal vinden checks en controles plaats op het moment dat een transactie geschiedt, dynamisch dus, en niet achteraf, zoals nu het geval is. De achteraf-methode is duur en omslachtig en kent een inherent grote kans op terugvorderingen en fraude. De gelegenheid maakt de dief, in een ’dynamische samenleving’ echter is er stukken minder gelegenheid. Het betreft niet alleen de burger die een recht op sociale zekerheid opeist, maar ook de bankklant die een overboeking doet. Past die niet in het betaalpatroon van de gebruiker? Dan gebruikt waarschijnlijk een dief de betaalkaart en vindt de overboeking niet plaats. In dezelfde lijn ligt de dynamische (tijd- en plaatsgebonden) check voor toegang tot een website, auto, huis of kantoor. De werkster wordt herkend aan haar smartcard of vingerafdruk en mag alleen tussen 7 en 9 ’s avonds naar binnen en het kopieerapparaat kan ze niet bedienen. Ook gepersonaliseerde apparaten (auto, telefoon of broodrooster) die hun eigenaar herkennen aan een smartcard of vingerafdruk, betekenen minder risico op misbruik en diefstal.
Tot op heden kan producent x voor zijn product in gebied y een te hoge prijs vragen en ook krijgen. In een netwerksamenleving bestaat deze gebrekkige marktwerking niet langer. Winkelagenten (stukjes mobiele software) zorgen voor prijstransparantie voor consumenten. Voorlopers zijn de ’streepjescode-sites’, waar gekeken kan worden wie het product het goedkoopst levert. Concurrentie vindt dan plaats op basis van kwaliteit en veel minder op basis van prijs.
Ook boeren in Colombia merkten de voordelen van markttransparantie. Ze gingen zelf via Internet zaken doen met de stad en merkten dat hun tussenhandelaar hen al die tijd had bedonderd met veel te lage prijzen. Digitaal lukte hem dat niet meer.

Zinvol werk
Door een asynchrone organisatie kunnen bedrijven 24 uur per dag (routine)zaken doen met hun klanten: de 24-uurseconomie, maar wel een menswaardige. Het zijn immers niet de mensen die de klok rond hoeven te werken, maar automaten en websites. Die hebben geen sociaal leven of een CAO nodig. Daardoor wordt administratieve werkgelegenheid nagenoeg overbodig.
Het is een reeds langer bestaande trend, maar de curve gaat nu opeens steil omhoog. Het heeft tot gevolg dat mensen elders werk kunnen verrichten dat maatschappelijk gezien vele malen zinvoller is. Denk aan ziekenzorg, ouderenzorg, publieke veiligheid. Het gaat dan nadrukkelijk ook om lagere functies. Ook individueel schept het digitale model tijd voor zinvollere bezigheden. De winkelbediende die niet langer de bestellingen hoeft bij te houden maar louter een oogje houdt op het digitale proces, heeft meer tijd om de klant te helpen.
De smartcard maakt het mogelijk de infrastructuur te personaliseren en te delen. De gebruiker en vervuiler betaalt. Dat stimuleert gebruik in plaats van bezit en dat is om milieu- en kostenredenen gunstig. Het geldt voor het kopieerapparaat en de presentatiezaal in het wijkdienstencentrum, maar ook voor de deelauto zoals Greenwheels en voor rekeningrijden.
Virtuele mobiliteit (zoals telewerken en telewinkelen) vermindert echter nauwelijks de omvang van het personenverkeer. De psychologie van de mens leent zich er niet voor. We moeten en zullen ons voortbewegen. Wel beïnvloedt virtuele mobiliteit de frequentie, het doel en het tijdstip van personenmobiliteit. Als kenniswerkers niet langer allemaal op hetzelfde moment op dezelfde plekken hoeven te zijn, smelten files langzaam weg. Er vindt een verschuiving plaats van gedwongen maar gewenste tijdsbesteding en mobiliteit.
Veel goederentransport vindt nu inefficiënt plaats. Vrachtwagens gaan vol heen en leeg terug. Een gevolg van onvoldoende markttransparantie. Internet-veilingen, zoals de proeven Trans2000 en T200 (vrachtwagens) en Teleship (binnenvaart) kunnen voor een dynamische afstemming zorgen van vraag en aanbod met bedrijfsonafhankelijke ketenvervoerders. In het digitale tijdperk vervaagt bovendien het verschil tussen zakelijke en particuliere logistiek. Door telelogistiek kunnen we op termijn echt telewinkelen. Particuliere mobiliteit wordt vervangen door bedrijfsmobiliteit (een ketenvervoerder doet dat milieu-efficiënt).
Ergens in 2002 zal het transport van bloemen tussen Aalsmeer en Schiphol ondergronds plaatsvinden met automatische voertuigen. Minder transport, minder drukte en minder lawaai boven de grond. Deze voertuigen reageren op elkaar in plaats dat ze geleid worden door een centrale verkeersleiding. Dit is gedistribueerde of dynamische planning. Ook de NS doet onderzoek naar treinen die over doorgang onderhandelen met elkaar, met de wissels en de kruisingen. Daardoor kunnen meer treinen op hetzelfde baanvak rijden tegen grotere veiligheid.
Hetzelfde gaat op voor vliegtuigen die digitaal met elkaar onderhandelen in plaats van met de luchtverkeersleiding. Dat reduceert de files in de lucht. Autofiles kunnen deels worden opgelost wanneer
de satellietgestuurde intelligente auto de besturing overneemt, ook al is het maar ten dele. Ook hier geldt dat meer eenheden (auto’s) veiliger op hetzelfde baanvak kunnen rijden.
Bovendien is de auto zich ’bewust’ van dreigende opstoppingen elders buiten het zicht en kan hij daarop anticiperen. Een intelligente auto kan een deel van het besturingsproces van de bestuurder overnemen en zo de uitstoot verminderen van schadelijke gassen en deeltjes. Onnodig wachten en dus onnodige uitstoot voor het stoplicht wordt voorkomen door verkeerslichten
die het verkeersaanbod zelf waarnemen en daar, in samenspraak met andere infrastructuurelementen, op reageren.

Gedragsverandering
Niemand laat met een glossy milieufolder in de hand de douche ook maar een minuut korter lopen. Dynamische, gepersonaliseerde kostenkennis leidt bij consumenten echter wel tot gedragsverandering. In gemeenten waar een smartcard de gebruiker toegang geeft tot de ondergrondse vuilcontainer en waar de gebruiker een gepersonaliseerde rekening krijgt, is minder en bovendien beter gescheiden afval.
Her en der betalen huishoudens hun gas al met een energie-smartcard. Uit de smartcard blijkt hoeveel geld er nog over is – dus niet hoeveel gas, want dat is te abstracte informatie. Dit leidt tot energiezuiniger gedrag. De deelauto houdt bij welke gebruiker op welk moment hoeveel kilometers heeft gereden, hoe hard, met welke versnelling en hoe er is geremd. Sommige deelautogebruikers maken er een sport
van een zo hoog mogelijk rapportcijfer te krijgen voor hun rijgedrag.
In onderzoek is de energie-agent. Als de consumptie van elektriciteit een bepaalde drempel overschrijdt, moet het energiebedrijf tijdelijk een extra generator inzetten. Kostbaar en slecht voor het milieu. Het energiebedrijf geeft een bonus aan consumenten die hun verbruik beperken. Het energiebedrijf en zijn klanten worden vertegenwoordigd door agenten en deze onderhandelen over de hoogte van bonus en energieverbruik, om zo het totale energieverbruik onder de drempel te houden.

Sjoemelmarge
Welke voordelen gedoogbeleid ook heeft, er zijn grote nadelen aan verbonden. Gedogen is de eigen wetten niet nakomen, zoals de geluidsnormen bij Schiphol. Een gedogende overheid is een onbetrouwbare overheid en dat veroorzaakt normvervaging bij de burger. Die checkt eerst of het wel nuttig voor hem is om zich aan de wet te houden. Zo niet, dan creëert de burger zijn eigen hoogstpersoonlijke gedoogsituatie. Digitale technologie als sturingsmiddel roept zowel de calculerende over
heid als de calculerende burger een halt toe. In de netwerksamenleving verdwijnt de sjoemelmarge voor beiden.
Expertsystemen, die de consistentie bewaken van de uitvoering van wetten, verhinderen kwestieuze gedoogsituaties. Neem het bestaande expertsysteem voor milieuvergunningenrecht. Voor iedereen is zichtbaar en controleerbaar waarom een uitzondering is gemaakt voor een bepaald bedrijf. Vriendendiensten en corruptie komen aan het licht, evenals situaties waarin de politiek het recht overvleugelt.

Alcohol
In de smartcard kan wet- en regelgeving worden ingebakken. Dat maakt het onmogelijk dat een overtreding wordt begaan, net zoals een verkeersdrempel het onmogelijk maakt de maximumsnelheid te overtreden. Voorloper hier is de Zweedse auto die niet start als de adem van de bestuurder naar alcohol ruikt. Ervan uitgaande dat de overheid te zijner tijd een plekje weet te bemachtigen op de auto-smartcard, kan zij bij de start online nagaan of de bestuurder wel het recht heeft om te rijden (gerechtelijk vonnis, rijbewijs ingetrokken), of hij verzekerd is en of hij zijn wegenbelasting heeft betaald.
De verkeersveiligheid gaat er drastisch op vooruit. In Tilburg loopt momenteel een proef met een satellietgestuurde auto die het onmogelijk maakt de maximumsnelheid te overschrijden. Rekeningrijden anno 2000 is een zeer flauw aftreksel van wat mogelijk is.
De nooit hardop uitgesproken ontwikkelingstrend in de auto-industrie is het stapje voor stapje vervangen van menselijke door digitale besturing. De cruise control is nog maar het prille begin. Het logische uitvloeisel van deze trend is uiteindelijk de bestuurderloze auto. Volgens de experts kan die er zijn over 20 jaar. Die brengt de gebruiker van deur tot deur met behulp van satellietsturing (verbeterde GPS/GSM).
Daarmee is de auto opeens een openbaar vervoermiddel geworden. Altijd afroepbaar, op elk zandpad, midden in de nacht. Bovendien bruikbaar als winkelwagen die op niet-overlastgevende tijdstippen bestelde goederen bij allerlei producenten afhaalt en bij de eigenaar voor (of desnoods geklonken aan) het huis parkeert.




Marcel Bullinga is Internet-trendwatcher en beleidsadviseur (Marcel.Bullinga@xs4all.nl).
 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!