Management

Zakelijke software
Hamerslag

KEI-project:alleseinen staan op rood

Er zijn grote zorgen over de haalbaarheid van het project voor de grootscheepse modernisering en digitalisering van de rechtspraak.

© Shutterstock
15 februari 2016

In de Eerste Kamer is momenteel een wetsvoorstel aanhangig over grootscheepse modernisering en digitalisering van de rechtspraak, KEI (Programma Kwaliteit en Innovatie Rechtspraak). Dit is door de Tweede Kamer op 10 december 2015 als hamerstuk afgedaan. De inbreng voor het voorlopige verslag door de Eerste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) vindt plaats op 1 maart 2016.

De zorgen over KEI zijn niet mals. Betwijfeld wordt of de beoogde 40 procent kortere duur van procedures vanaf 2018 haalbaar is, bovenop de gerealiseerde bekorting in civiele zaken van 50 procent in de laatste 15 jaar. Onze rechtspraak doet het internationaal gezien bovendien al goed. Gezaghebbende rechters als Ahsmann en Hofhuis noemen de nieuwe taakstelling ‘niet realistisch’. Onlangs heeft de zogeheten ‘Tegenlicht-enquête’ onder rechters aan het licht gebracht dat van de 852 respondenten maar liefst 91 procent bezorgd is over de diverse voorgenomen bezuinigingen, zoals KEI.

 

Van 58 naar 200 miljoen

Maar er speelt meer. De technische kant van het KEI-project is nu al in scope geëxplodeerd: van 58 naar bijna 200 miljoen, terwijl men nog steeds in de pilotfase zit. Inmiddels heeft het project twee jaar vertraging opgelopen. Het Algemeen Dagblad meldde op 28 maart 2015, enkele dagen voordat de Tweede Kamer debatteerde over KEI: ‘Oorspronkelijk zou de invoering van een nieuw digitaal systeem voor de rechtbanken 58 miljoen euro gaan kosten, maar in het nieuwste plan is dat bedrag ineens met 140 miljoen euro gestegen. Dat komt omdat het project is uitgebreid, zegt een woordvoerster van de Raad voor de Rechtspraak.’ Uitdijing van scope en projectomvang zijn, in de literatuur, klassieke kenmerken van een risicovol project.

Naast de literatuur is veel te leren van vergelijkbare projecten in het buitenland. Zo is in Massachusetts na 19 jaar een IT Court-project, mede door uitdijing, nog steeds niet gereed. In Californië is een vergelijkbare poging, het California Case Management System (CCMS), gestopt. Geraamde kosten, als het project was afgemaakt, bedroegen meer dan 2 miljard dollar. Ook in Nieuw-Zeeland is het digitaliseren van de rechtspraak stopgezet. Belangrijkste bevinding: rechtbanken hadden eerst hun (proces)procedures moeten harmoniseren alvorens te digitaliseren. Deze bevinding sluit naadloos aan bij aanbeveling nummer vier van de commissie-Elias: ‘Reorganiseer en standaardiseer eerst de werkprocessen die met IT worden ondersteund en ga pas daarna automatiseren.’

Kortom, naast de factor ‘projectomvang’, speelt bij KEI het onderschatten van het herontwerpen van de rechtsprocedures. Het hardnekkige misverstand in vrijwel alle IT-projecten is dat IT’ers zoiets er even bij kunnen doen. Die opvatting miskent dat herontwerpen ingrijpende veranderingen van operationele processen zijn, die specifieke en grondige ‘ingenieurskennis’ van organisaties vereist. Alles wat in deze herontwerpfase verkeerd gaat, zit namelijk later ook verkeerd in de opgeleverde IT-systemen. En die kunnen we niet meer aanpassen, dus moeten de mensen zich maar aanpassen.

Een ingenieur die de taak heeft de werking van een complex systeem, zoals een auto, te verbeteren en te automatiseren, zal eerst de constructie en de werking van die auto bestuderen. Dat vraagt om diepgaande kennis van onder meer werktuigbouwkunde en elektrotechniek. Het systeem van de Nederlandse rechtspraak is minstens zo complex als een auto, maar de complexiteit wordt al snel onderschat. Het gevaar bestaat dat men te snel de eerste regels code schrijft zonder gedegen onderzoek naar de ‘requirements’. En daar doemt het grote misverstand op. In plaats van zich, met kennis van zaken, te verdiepen in de constructie en de werking van het systeem, gaat men ‘rommelen’ aan een integraal systeem door te vragen aan de medewerkers wat ze anders zouden willen en/of hoe het beter zou kunnen. Al die wensen en eisen tezamen vormen dan de ‘requirements’, ‘goed te keuren’ door de opdrachtgever. Wie oprecht meent dat dit professioneel handelen is, gedraagt zich als een automatiseerder van een auto die vindt dat het voldoende is te weten wat het linker voorwiel ‘wil’ en wat het rechter voorwiel ‘wil’, zonder de rol van elk wiel in het grotere geheel van de auto diepgaand te begrijpen.

 

Planktijd

Terug naar de modernisering en digitalisering van de rechtspraak, KEI. Veelzeggend in dit verband is de term ‘planktijd’: de tijd dat een rechtszaak bij de rechter op de plank ligt. Deze term geeft precies het probleem aan: door te suggereren dat de zaak dan stilligt op de plank, maar het is de tijd dat partijen aan hun zaak werken. De rechtspraak erkent in een toelichting dat de 40 procent beslist niet beoogt dat rechters sneller gaan werken: ‘In tegendeel: een deel van de efficiencywinst als gevolg van KEI zal worden gebruikt om rechters meer tijd te geven voor complexe zaken.’ Het zijn rechtzoekenden die 40 procent minder mogen besteden aan (complexe) zaken. Zeker voor gedaagden wordt het lastig om snel schriftelijk te reageren in (complexe) zaken. Wanneer men bijvoorbeeld vlak voor de zomervakantie wordt gedagvaard, kan dit er straks toe leiden dat men de facto slechts twee weken overhoudt om samen met een advocaat een schriftelijk verweer in elkaar te draaien – ook als er grote belangen mee zijn gemoeid en het ingewikkeld is. Verschraling van de rechtsgang dreigt.

Van de beoogde 269 miljoen euro KEI-besparingen per jaar vanaf 2020 is bovendien circa driekwart gebaseerd op ‘maatschappelijke baten in de vorm van tijdsbesparing van burgers en bij het doorzetten van hoger beroep’ (BCG aan de minister van Veiligheid en Justitie). Deze ‘tijdsbesparing’ is dus gekoppeld aan de onzekere 40 procent. Doorgaan met KEI als bezuiniging is dus gevaarlijk.

 

Op rood

Maar er is meer. De Nederlandse Orde van Advocaten bepleit onder meer temporisering van de invoering van KEI, zodat: ‘de rechtszoekende niet de dupe wordt van het zoveelste overhaast geïmplementeerde IT-project van de overheid.’ Deze kritiek raakt aanbeveling twee en drie van de Tweede Kamercommissie-Elias, namelijk: ‘Toon de meerwaarde van het project aan voor de eindgebruiker en de samenleving. En zorg voor draagvlak bij alle betrokken partijen, inclusief de eindgebruikers, en toets op organisatorische, bestuurlijke en technische haalbaarheid.’ De Raad van State adviseert: ‘Door beide ongelijksoortige onderwerpen (i.e. aanpassing procesregels en digitalisering rechtsgang, AED, HW en JD) volledig te koppelen, worden de met het wetsvoorstel beoogde vereenvoudiging, uniformering en versnelling bovendien afhankelijk van het welslagen van de automatisering. Dat welslagen is nog allerminst zeker.’

Deze zorgen zijn door de Tweede Kamer in de wind geslagen. Wellicht is men zich onvoldoende bewust geweest van de technische gevaren.

Het is onwaarschijnlijk dat het KEI-project, in de huidige opzet, zonder doormodderen zal lukken. De praktijk en onderzoeken laten zien dat het beter is om eerst het ingrijpende nieuwe procesrecht in te voeren. Pas als iedereen daarmee om kan gaan (partijen, rechters en advocaten) en de kinderziektes eruit zijn, kunnen stap voor stap direct bruikbare producten worden opgeleverd. Dit raakt de rechtsstaat in de kern: alleen in 2014 al zijn er 1,8 miljoen nieuwe rechtszaken gestart in Nederland. Niemand is erbij gebaat, dat er straks chaos ontstaat. De Eerste Kamer dient aan de noodrem te trekken. Alle seinen staan op rood.

 

 

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!