Innovatie & Strategie

Artificial Intelligence
Mike van Rijswijk

Het boek van Mike van Rijswijk: brug slaan tussen IT’ers en samenleving

Futuroloog schreef boek over de toekomst en ethische vraagstukken van IT.

© Mike van Rijswijk
1 december 2021

Futuroloog schreef boek over de toekomst en ethische vraagstukken van IT.

IT-professionals weten dat technologische ontwikkelingen razendsnel kunnen gaan. Maar voor andere mensen in de samenleving is dat soms beangstigend, zeker als ze niet goed weten waar precies aan gewerkt wordt of waar we naartoe gaan. Futuroloog en innovatiestrateeg Mike van Rijswijk schreef het boek ‘Mensen worden robots, robots worden mensen!’, in de hoop een brug te slaan tussen de twee werelden en een discussie op gang te brengen.

Mike van Rijswijk is naast innovatiestrateeg en een futuroloog ook een ondernemer op het gebied van IT en innovatie. In zijn eigen werk merkt hij dat het voor veel mensen steeds ingewikkelder wordt om te begrijpen waar de samenleving heen gaat als gevolg van technologische ontwikkelingen.

Daarom besloot hij een boek te schrijven om dit op begrijpelijke wijze in kaart te brengen. “Om de toekomst te behappen en te zien waar we naartoe gaan, moet je het wel snappen. Ik kan dingen heel erg platslaan en heel feitelijk maken voor mensen”, vertelt hij aan AG Connect. En dat heeft ook voor IT’ers voordelen: “Als je goed tastbaar kunt maken wat er gaande is, krijg je ook meer draagvlak in je organisatie. Je kunt dan in ieder geval met elkaar in gesprek.”

Je probeert dus eigenlijk een soort brug te slaan tussen IT’ers en de rest van de samenleving?

“Daar ligt de kern van het boek. Een professional heeft een gedachte en een visie, maar als je de rest van de organisatie of je team mee wil krijgen, dan heb je wel een gemene deler nodig.”

Je legt uit wat er gaande is in de wereld aan de hand van diverse voorspellingen, zoals robots die ons gaan overtreffen in intelligentie of vliegende auto’s die ons naar kantoor gaan brengen. Waar baseer je die voorspellingen op?

“Ik baseer ze op feitelijke ontwikkelingen wereldwijd en op ervaring. De voorspellingen zijn dus gebaseerd op eigen onderzoek, wetenschappelijke documenten, patenten die aangevraagd worden en op eigen projecten. Binnen mijn bedrijf werken we ook al tien jaar aan innovatieve projecten. Voor mij zijn dit dus geen voorspellingen, maar gewoon dingen waar we mee bezig zijn.”

De voorspellingen die je specifiek voor de komende tien tot vijftien jaar. Maar het kan natuurlijk zijn dat lang niet alles dan ook waarheid is geworden.

“Het kan inderdaad zijn dat we bepaalde dingen in die periode niet voor elkaar krijgen. Maar ik noem die tien tot vijftien jaar ook om de discussie te kunnen aanzwengelen. Als je gaat kijken naar een periode van 25 jaar, voelt het minder urgent. Dan krijgen mensen het idee dat ze daar nog niet mee bezig hoeven te zijn. Tien tot vijftien jaar lijkt heel dichtbij. De kans is wel groot dat we dan nog niet massaal aan de vliegende auto zitten, maar auto’s vliegen dan wel.

In het boek leg ik het regendruppelprincipe ook uit. Er zijn een aantal ontwikkelingen waar aan gewerkt wordt. Op een gegeven moment komen die samen en dan volgt er een doorbaak. Dat kan dan heel snel gaan. Dus bepaalde ontwikkelingen lijken heel lang heel ver weg te zijn, maar dan gaat het opeens heel snel.”

Je zegt een discussie aan te willen zwengelen met je boek. Waarom vind je dat zo belangrijk?

“Vanwege AI. Dat zit echt in dat intelligente stuk en in de impact die digitalisering de komende twee decennia heeft op de samenleving. Ik vind bijvoorbeeld dat er niet genoeg banen bijkomen tegenover wat technologie gaat wegnemen. Als robots zichzelf in elkaar zetten en software schrijft zichzelf, wat zijn dan de banen van de toekomst nog? En zijn dat er wel genoeg? Willen we dit soort ontwikkelingen wel of niet? Dat vind ik een fundamentele discussie die we nog moeten voeren.

Het boek is dus ook meer dan alleen voorspellingen. Het gaat ook over ethische vraagstukken. Ik vind het ook heel lastig als mensen een voorspelling niet als waar aannemen, omdat ze dan het gesprek erover niet aan gaan. Stel dat iets wel gebeurt. Die gedachte is heel belangrijk in de transitiefase waar we de komende tien tot vijftien jaar in komen.

Het boek is daarom ook niet alleen geschreven voor de samenleving, maar ook voor wetenschappers en developers. Voor hen is het een boodschap: let op wat we allemaal doen. Ik laat in het boek juist voor hen ook terugkomen hoe de samenleving dit soort ontwikkelingen ziet en beleeft.”

Liep je tijdens het schrijfproces nog tegen grote uitdagingen aan?

“Ja, ik moest opletten dat ik de groep en samenleving niet verloor. Je kunt dit niet te plat schrijven, maar ook niet te vaag. Als ik het te plat schrijf, verlies ik de maker. Die vindt het misschien te kort door de bocht. Tegelijkertijd heb je de wetenschap, voor wie het niet te vaag moet worden. Daar heeft het meeste werk in gezeten: zorgen dat het voor iedereen leesbaar is.”

Heb je dan ook proeflezers ingezet?

“Ja, ik heb 28 mensen laten meelezen. Dat waren mensen in alle lagen van de samenleving. Van de ouders van mijn partner tot de innovatiedirecteur van Coca-Cola.”

Heb je zelf nog nieuwe inzichten of lessen uit je boek en het schrijfproces gehaald?

“Vooral inzicht in de moeilijkheid waar we als samenleving in zitten. We leven in een samenleving die steeds complexer en moeilijker wordt om te behappen. Mensen hebben het daar moeilijk mee, maar we praten er niet echt over.”

Mensen worden robots, robots worden mensen! van Mike van Rijswijk is voor 27,95 euro te koop via onder meer zijn webshop.

Lees meer over
Reactie toevoegen
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.