Help! 1200 vacatures bij ASML

30 november 2012

Jullie staan voor een enorme uitdaging: de huidige groep van 3500 tot 4000 ingenieurs die bij ASML bezig zijn met onderzoek en ontwikkeling moet worden uitgebreid met zo’n 1200 nieuwe ­techneuten. Terwijl ons land al een schreeuwend tekort aan techneuten heeft.
Hank Oosterbaan (Global Manager Labor Market Communications): “De ochtend dat dit werd aangekondigd stond mijn wereld op zijn kop: in één klap 1200 vacatures erbij! We hebben in het verleden bewezen dat we tijdens upturns snel kunnen opschakelen, maar op zulk soort aantallen ben je natuurlijk nooit voorbereid. Het is inderdaad zo dat Nederland veel te weinig techneuten opleidt en dat de interesse in de maakindustrie onvoldoende is. Op dit moment is het aantal mensen dat een technische opleiding afrondt maar de helft van wat we nodig hebben.”

Marque Drayer (VP People Development): “Wij zijn bovendien enorm selectief en willen alleen de crème-de-la-crème, omdat de mensen die wij zoeken voor de uitdaging staan om onder enorme tijdsdruk technologie te ontwikkelen die nog niet bestaat. ASML zoekt engineers, vooral ervaren krachten, maar ook starters, academici, maar in mindere mate ook bachelors, die kennis hebben van mechanica, mechatronica, elektronische aansturing van machines en last but not least software. Kortweg: de keiharde beta’s met een achtergrond in wiskunde, fysica, elektronica en informatica. Maar ze moeten ook goed kunnen ­samenwerken in teams, goed kunnen communiceren met klanten, leveranciers en partners en ze moeten verstand hebben van de business. Dus wij verkleinen die vijver nog sterker.”

Maar hoe gaan jullie die doelstelling dan toch halen? Is dat niet een onmogelijke opgave?
Oosterbaan: “Ik ben ervan overtuigd dat het gaat lukken. Sinds de aankondiging in juli hebben we al 450 tot 500 nieuwe ingenieurs aangetrokken. De wervingsmachine draait op volle kracht. Per maand krijgen we zo’n 1200 cv’s toegestuurd. We hebben tien eigen recruiters, 5 tot 15 procent van de vaste medewerkers komt binnen via bureaus en een deel komt uit onze flexpopulatie en heeft al enige tijd voor ons gewerkt. Ieder jaar hebben we een paar honderd stagiairs en op een event voor alumnistagiairs bleek onlangs dat 90 procent wil solliciteren.

Ons basisprincipe is dat we geen personeel weghalen bij onze leveranciers. Er is officieel een ‘code of conduct’, maar het komt hoofdzakelijk neer op je hersenen goed gebruiken. Wij zijn ontzettend afhankelijk van ze, sommige kritische onderdelen kunnen maar door een of twee leveranciers gefabriceerd worden, dus je denkt wel drie keer na voordat je onder die mensen gaan werven. Wel nemen we soms tijdelijk mensen over van leveranciers die niet voor ASML werken en door bijvoorbeeld de economische crisis even wat minder te doen hebben. Dat hebben we in het verleden trouwens ook gedaan met bedrijven in de regio die verder van ons afstaan, zoals DAF. Een auto is natuurlijk iets totaal anders dan een chipmachine, maar er werken vaak wel hoogopgeleide techneuten, die je bepaalde dingen vrij gemakkelijk kunt leren.

Daarnaast halen we steeds meer kenniswerkers uit het buitenland. Die 1200 vacatures kunnen we nooit vervullen met het Nederlandse aanbod. Van onze stagiairs komt ongeveer de helft uit het buitenland. En ook voor onze flex- en vaste krachten kijken we heel gericht over de grens. Op dit moment hebben we maar liefst 71 verschillende nationaliteiten in dienst. We keken altijd al over de grens, met name in België en Duitsland, maar buitenlandse kenniswerkers zullen een steeds belangrijkere doelgroep voor ons worden. We kijken naar plekken waar de kwaliteit en de mobiliteit hoog is, zoals Spanje en Portugal, Ierland en het voormalige Oost-Europa. Daarnaast hebben we een aantal gebieden gedefinieerd waar in ieder geval op papier de juiste mensen voorhanden moeten zijn. We kijken daarbij naar ons netwerk, de kwaliteit van universiteiten en de faculteiten en afstudeerrichtingen.”

Hoe begeleidt ASML deze honderden nieuwe medewerkers?
Drayer: “Iedere maand start er een nieuw klasje van ongeveer 100 man. De inwerkperiode duurt bij ons 6 tot 18 maanden. Doordat het zo complex is wat hier gebeurt, duurt het vrij lang voordat nieuwe mensen daadwerkelijk van toegevoegde waarde zijn voor de organisatie. Alleen al het leren begrijpen wat we hier allemaal doen, kost een aantal dagen. Dat is ook de reden dat we op de rem moeten trappen. We zitten nu bijna op de grens van wat de organisatie kan absorberen. De begeleiding is behoorlijk intensief en kan alleen door ervaren eigen medewerkers worden gedaan. Dat trekt een enorm zware wissel op de organisatie. Er zijn zelfs functies bij die een één op één begeleiding vergen. Dat is het nadeel van op de grenzen van de mogelijkheden van de fysica opereren.”

Komt hierdoor de planning niet in gevaar?
Oosterbaan: “Nee, zeker niet. Het Customer Co-Investment Program loopt tot 2015, dus we hebben nog wel even. Maar in 2014 moeten wel de eerste deelmodificaties worden opgeleverd, dus het is belangrijk dat we het tempo erin houden. De eerste honderd zijn het gemakkelijkst, de laatste honderd kosten waarschijnlijk meer moeite. Harder dan we nu gaan, is niet verstandig. Natuurlijk, als we ons heel erg kwaad zouden maken, kunnen we het binnen drie maanden regelen, door ingenieurs uit alle hoeken en gaten van de wereld te halen. Maar dan verschuif je het probleem. Het afbreukrisico is simpelweg te groot; dan staan we ze straks bij de poort in groten getale uit te wuiven, omdat we niet de juiste mensen hebben binnengehaald en we ze niet goed hebben kunnen begeleiden. En dat wil je natuurlijk niet.”

Welke type IT-professionals zoeken jullie precies?
Drayer: “We zijn op zoek naar ‘traditionele IT’ers’, die werkzaam zijn op onze eigen IT-afdeling in ondersteunende functies. Doordat onze organisatie de komende jaren groeit met 10 procent, hebben we ook ongeveer 10 procent meer IT’ers nodig. Dan moet je denken aan enkele tientallen. Daarnaast bevatten onze chipmachines ontzettend veel software. Iedere minieme wijziging aan een machine, heeft ook gevolgen voor de software. Zeker in de ontwikkelingsfase moet er voortdurend worden bijgeschaafd en bijgestuurd. We hebben voor dergelijke functies momenteel vooral vacatures op het gebied van Business Intelligence, projectleiding en architectuur.”

Jullie zeiden net al dat ASML steeds afhankelijker wordt van buitenlands personeel. En het ziet er niet naar uit dat de in- en uitstroom van techneuten op de Nederlandse universiteiten op korte termijn aanzienlijk zal aantrekken. Is dat niet voldoende aanleiding om ons land op termijn de rug toe te keren?

Oosterbaan: “Dat hebben we nooit overwogen. Er werken hier duizenden mensen. Dat pak je niet zomaar even op, om ergens anders neer te zetten. Nederland is en blijft de ideale basis voor ons. De kwantiteit valt dan misschien tegen, de kwaliteit van hier opgeleide techneuten is nog altijd zeer goed, ook in internationaal opzicht. Daarnaast past de cultuur in Nederland bij ons bedrijf. Omdat het zo ingewikkeld is wat we hier doen, vraagt dit om een bepaalde openheid. Tijd verliezen aan politieke spelletjes of niet durven zeggen wat je ergens van vindt, kan niet. We hebben de ellende liever gewoon op tafel, zodat we er meteen wat aan kunnen doen – en dat is niet in alle culturen normaal. Daarnaast heeft onze regio, Brainport, nog steeds een goede positie. Hier zitten onze toeleveranciers, de Technische Universiteit Eindhoven zit vlakbij en het heeft nog altijd een magneetfunctie op kenniswerkers uit binnen- en buitenland. Dus wij zien geen reden om weg te gaan. Maar dan moeten we wel voorop blijven lopen met technologische innovatie.”

Voorop blijven lopen met technologische innovatie kan alleen als de overheid deze doelstelling ook onderschrijft. Hoe kijken jullie aan tegen de plannen van het nieuwe kabinet?
Drayer: “Het is nog een beetje vroeg om hier uitspraken over te doen, we zijn alle aangekondigde maatregelen nog aan het bestuderen. Maar onze CFO Peter Wennink heeft eerder al gezegd dat de overheid zich meer moet richten op techniek en innovatie en dat hij vreest dat de nieuwe bezuinigingen ten koste gaan van fundamenteel onderzoek. Het is moeilijk om nu al uit de plannen van het kabinet te destilleren wat er precies gaat gebeuren op dit vlak, want dat zijn van die verdekte dingen, waarvan de gevolgen altijd pas na een paar maanden boven komen drijven. Maar als ze daar sterk in gaan snijden, hebben we in de toekomst een probleem, want dit brengt je innovatiepositie in gevaar.”

Oosterbaan: “De in het regeerakkoord aangekondigde omzetting van studiefinanciering in een sociaal leenstelsel en het afschaffen van de ov-kaart raakt ons natuurlijk ook. Dit zal de interesse voor technische studies zeker geen goed doen. En alle maatregelen die leiden tot koopkrachtverlaging hebben een negatief effect op de arbeidsmarktpositie van Nederland in het buitenland. Een techneut uit China die kan kiezen tussen bijvoorbeeld Frankrijk en Nederland, kijkt op zeer gedetailleerd niveau naar wat hij uiteindelijk onderaan de streep overhoudt. Dergelijke maatregelen kunnen Nederland minder populair maken onder buitenlandse kenniswerkers.”

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Laat de klantenservice je terugbellen!