Management

Zakelijke software

Digitale storm in de Tweede Kamer

3 mei 2013

De Tweede Kamer is een bijzondere organisatie in Nederland. Toch zijn de IT-uitdagingen vergelijkbaar met die van andere kennis- en informatie-intensieve organisaties, zegt Peter Branger, directeur Informatiseringsbeleid.“Bijzondere IT vind je hier niet. Het gaat hoofdzakelijk om kantoorautomatisering en daarnaast zorgen we voor de goede informatie op het juiste moment. Kamerleden staan geweldig onder druk en onze IT moet er 24 uur per dag voor zorgen dat ze bereikbaar zijn en over hun informatie kunnen beschikken.De essentie van het werk van Kamerlid is eigenlijk bereikbaar zijn, altijd over je informatie beschikken en snel kunnen reageren. Dat faciliteren wij.”

De rol van directeur Informatiseringsbeleid van de Tweede Kamer is breder dan die van CIO. Peter Branger is verantwoordelijk voor de dienst Informatievoorziening, de dienst Automatisering, interne, externe en corporate communicatie, de dienst Verslag en Redactie met de stenografen in de Kamer en een CIO-office. Dat is een klein bureau waar een informatiearchitect, een security officer en enkele projectleiders werken die vooral kijken naar de koppeling tussen de business en de informatisering. Branger: “Daarnaast leveren we als Tweede Kamer op basis van een dienstverleningsovereenkomst een aantal diensten aan de Eerste Kamer. Wij zorgen voor de harde IT-infrastructuur, tot aan netwerkpoorten en wifi. Wij beheren dat voor ze.”

Vraagt het bijzondere karakter van de Tweede Kamer niet om specifieke IT-voorzieningen?
“Speciale applicaties hebben we eigenlijk niet. We hebben wel een paar op maat gemaakte systemen, zoals het parlementair informatiesysteem Parlis, een workflowsysteem waarin het parlementaire proces gevangen is. Alle documenten die binnenkomen zijn zodanig aan elkaar gekoppeld dat ze in samenhang te bekijken zijn. Het is een uniek, in onze opdracht ontwikkeld systeem. Daarnaast hebben we een systeem voor de stenografen. Dat systeem heet VLOS, dat staat voor Verslaglegging Ondersteunend Systeem.We hebben ook een Virtueel Informatie Punt (VIP), waarin feitelijk alle informatie zit die in het parlementair proces een rol kan spelen. Dat is heel veel. Het kan hier dinsdag over de euro en Cyprus gaan, woensdag over de JSF en donderdag over problemen met de AWBZ. In het VIP-systeem verzamelen we relevante krantenartikelen, interviews en transcripties van radio-interviews, aan de hand waarvan wij op basis van een vraag van een Kamerlid heel snel dossiers kunnen samenstellen.”

Doen Kamerleden dat niet zelf?
“Dat verzorgen wij centraal. We houden een aantal vaste dossiers bij, maar gebruikers kunnen ook met een specifieke vraag naar de balie komen. Het centraal informatiepunt krijgt gemiddeld duizend informatieverzoeken per maand vanuit de fracties. De truc daarbij is dat je aan de balie de vraag zo scherp mogelijk krijgt. Juist omdat die enorme informatietoevloed over de muren dreigt heen te klotsen en de digitalisering steeds meer geautomatiseerd raakt.”

Daar zit nog heel veel mensenwerk in?
“Bij het classificeren van informatie en het toekennen van metadata kunnen we steeds meer automatiseren. We kunnen op termijn zaken als natuurlijke taalherkenning gebruiken, data onderling linken, verbanden aanbrengen tussen teksten en binnen teksten.Als iemand wil weten wat die Branger eigenlijk doet in de Kamer, dan kan hij dit hele artikel gaan lezen. Maar eigenlijk wil hij op dat stukje focussen waarin beschreven staat wat ik hier doe. Op dat niveau proberen we de informatie te ontsluiten en dat gaat meer en meer geautomatiseerd. Naarmate je informatie specifieker moet maken wordt de invloed of de betrokkenheid van de mens wel steeds groter.”

Ziet u spraakinterfaces als Siri in dit proces een rol spelen?
“Absoluut, daar geloof ik echt in. Er komt ongetwijfeld een moment dat je zo’n dialoog over een vraag met een machine aan kunt gaan. Kijk naar hoe de digitalisering op het parlementaire proces heeft ingegrepen. Bijna drie jaar geleden kwam de iPad op de markt. Nu heeft vrijwel elk Kamerlid er een. Het Parlis-systeem is een webbased applicatie die je van achter je desktop hier of via de VDI-omgeving thuis of in een internetcafé kunt benaderen. Tot twee jaar geleden was dat een heel gangbare manier van werken. Maar door het gebruik van tablets gaan mensen anders kijken naar dit soort functionaliteit. Ze hebben niet meer behoefte aan een enorme interface die alles kan. Ze willen een app die laat zien wat er volgende week op de plenaire agenda staat. En ze willen via de app ook de onderliggende stukken kunnen bekijken. En terug kunnen zien wat er vorige week in de Kamer gebeurde. Als er straks beelden van debatten beschikbaar zijn, willen ze die ook kunnen bekijken en doorzoeken. Zodat ze als ze bij hun achterban zijn, bij wijze van spreken kunnen zeggen: Ik zal laten zien hoe ik de belangen van uw sector in de Kamer heb verdedigd. Let maar eens op!”

Gaat die app er komen?
“Ja, die zijn we op dit moment aan het ontwikkelen. Typische app-style bouw: het is een geparametriseerde versie van een app die al bestaat voor gemeenten. Daar hebben ze een vergelijkbaar vergaderproces met een agenda, met agendapunten en stukken eronder. Dus hergebruik van ontwikkelingen die al elders plaatsvinden. Een jaar geleden stond de vergader-app bovenaan het lijstje van prioriteiten. Ik ben heel benieuwd naar wat hij gaat losmaken als hij straks in de lucht is.

Dat is ook de uitdaging waar je als CIO voor staat. Je ziet het gewoon gebeuren. Soms denk ik wel eens: ‘Wat stom dat ik dat heb gemist.’ Als ik binnen het CIO-platform Nederland met collega’s uit volstrekt andere sectoren praat, hebben die allemaal precies hetzelfde. Die merken ook dat dit soort ontwikkelingen af en toe als een storm over je heen komen. Dan is het de kunst om daar soepel op te reageren.”

Welke andere grote projecten heeft u op dit moment lopen?
“Behalve de vergader-app werken we aan de API om onze eigen website te verrijken. Echt real time informatie over waar we op dat moment in de Kamer mee bezig zijn. Toen we ermee bezig waren kwam de suggestie om in het nastreven van het open-dataprincipe, de API aan te bieden aan de maatschappij, zodat app-bouwers er mee aan de slag kunnen gaan. Het Presidium van de Tweede Kamer is – met het oog op het effect op de transparantie van het politieke proces – unaniem van mening dat we die weg op moeten. Ik ben er trots op dat het Presidium de open-datafilosofie heeft omarmd.

Mijn stille hoop is dat waar wij voor onze bijzondere doelgroep apps bouwen, er straks organisaties zijn die apps bouwen waar burgers en professionele gebruikers iets mee kunnen. Het is hetzelfde model als waarin Funda de API van Google Maps gebruikt en combineert met hun database met te koop staande huizen en zo een volledig nieuw product creëert. Het zou geweldig zijn als we op een gegeven moment horen dat een bedrijfje in Amsterdam op basis van de API van de Tweede Kamer een of andere app heeft gebouwd waar mensen enthousiast over zijn.”

Hoe is er op de API gereageerd?
“In september vorig jaar hebben we een aantal hackers in huis gehaald, die op basis van de gegevens uit de API app-prototypes zijn gaan bouwen. Een ontzettend leuk gezelschap van jonge mensen die de technologie beheersen, maar ook geïnteresseerd zijn in het politieke proces. Tijdens die Hackathon waren de meeste mensen erg enthousiast over de rijkdom en de structuur van de gegevens. Op het moment dat je de data, niet alleen in de toekomst maar ook terugkijkend in het proces openstelt, is de creativiteit nog de enige grens.De kans bestaat dat er LuckyTV-achtige parodieën komen op basis van die data. Mensen kunnen geruchten gaan verspreiden en erbij zeggen dat het uit de gegevens van de Kamer zelf komt. Dat zij dan maar zo. De opbrengst is veel groter dan de risico’s die je eventueel loopt.

Op dit moment is de API klaar, maar nog niet breed beschikbaar. Dat hoop ik volgend jaar waar te kunnen maken. Het is voor ons toch een gloednieuw en uitermate boeiend terrein. We moeten het goed doen, de informatie moet betrouwbaar zijn en de API moet up and running blijven, ook als hij belast wordt. Als die zaken er allemaal goed uit zien, dan sluit ik niet uit dat we onze apps gewoon in de App Store plaatsen. Want wij spelen hier wel graag op safe, dat is de aard van de organisatie.”

Kunnen Kamerleden dankzij al die technologie hun werk wezenlijk beter doen?
“Die vraag begint een beetje buiten het terrein waar ik over kan vertellen te liggen, maar je kunt wel stellen, dat met de komst van Parlis bijvoorbeeld, er veel meer mogelijkheden zijn om sneller een debat voor te bereiden dan daarvoor.Het is veel minder zoekwerk, eigenlijk wordt alles waarmee ze het debat in kunnen voor de Kamerleden klaargezet. Dus er komt de nodige ‘quality time’ beschikbaar om aan iets anders te besteden, minder administratief gedoe. Maar of dat tot een hogere kwaliteit van het werk leidt, dat laat ik graag aan de interpretatie van anderen over.”

Maakt de technologie hun werk ook moeilijker?
“Nu kan het voorkomen dat een woordvoerder naar aanleiding van een uitspraak in een debat duizenden mailtjes krijgt. Dat is ook wel een beetje de andere kant van de informatisering, dat het een flinke kluif is om dat allemaal te managen.”

Wat is op dit moment de specifieke uitdaging voor u als CIO van de Tweede Kamer?
“Dat is aan de ene kant de stabiliteit van de omgeving en deze up and running te houden. Aan de andere kant de flexibiliteit om soepel met de vragen van onze klanten om te gaan. En ik heb nog nooit een vraag vanuit de primaire gebruikers gekregen waarvan ik zeg dat die onredelijk is. Nog nooit. De balans vinden tussen die core IT-omgeving en de flexibiliteit in de omgang met de klantvraag, dat is echt de kunst waar je als CIO goed in moet zijn.”

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Laat de klantenservice je terugbellen!