Consumentenproduct opgewaardeerd voor gebruik in datacentrum

29 september 2011

“Dat is een glasvezelkabel die goed bestand is tegen buiging. Je kunt zo’n kabel buigen over een straal van 7,5 millimeter en dan werkt hij nog net zo goed als daarvoor. Dit type kabel is aanvankelijk alleen ontwikkeld voor Fibre-to-the-Home (FttH)-projecten, waar de vezels vaak door nauwe en bochtige pijpjes geleid moeten worden”, zegt Carsten Fehr van Draka in Keulen.

De bouwers van een datacentrum hebben een heel ander beeld van de bekabeling. In een centrum liggen de kabels keurig in mooie kabelgoten en hoeven ze niet in allerlei bochten te worden gelegd. “Dat is wel waar, maar alleen bij de opbouw van een datacentrum. Komt er dan een uitbreiding, waardoor extra kabels tussen de andere gevleid moeten worden, dan is het een ander verhaal. De eens zo overzichtelijke kabelgoten worden propvolle conducts, waar je maar met moeite een extra kabel in kwijt kunt. Dan is een kabel die buigresistent is plotseling wel de moeite waard”, zegt Fehr.

De buigresistente glasvezelkabels voor gebruik in het datacentrum zijn van het type multimode, wat wil zeggen dat ze geschikt zijn om er verschillende kleuren laserlicht tegelijk doorheen te laten lopen. De kabels die worden gebruikt bij FttH-projecten zijn singlemode, daar wordt de informatie overgedragen met pulsen in een enkele kleur laserlicht.

Bij de inrichting van datacentra ligt de focus doorgaans op de servers, hun stroomvoorziening en hun koeling. De kabels die nodig zijn om de apparatuur te verbinden zijn vaak een sluitpost. “Kabels liggen uit het zicht en de algemene gedachte is dat als de servers worden vervangen, dat dan ook met de kabels moet gebeuren. De levensduur van kabels is echter veel langer dan die van servers, dus daar valt winst te behalen”, zegt Carsten Fehr van kabelleverancier Draka.

Vaak veranderen

In een datacentrum wordt vaker aan de bekabeling gewerkt dan menigeen denkt. Er zal van tijd tot tijd van hardware gewisseld worden door het consolideren van oude apparatuur door een reeks blades, bijvoorbeeld. Dit is een klusje dat gemiddeld om de achttien maanden plaatsvindt.

De tweede oorzaak van wijzigingen is het aanpassen van de infrastructuur, op verzoek van de zogeheten carriers, de exploitanten van datacommunicatieverbindingen. De frequentie hiervan is gemiddeld om de twaalf maanden.

Exploitanten van datacentra zien ook nieuwe apparatuur binnenkomen, servers, opslagsystemen en back-upunits. Dit gebeurt in doorsnee elke negen maanden.

Fehr: “We zien dus dat de apparatuur in het datacentrum geen al te lang leven beschoren is. Dit in tegenstelling tot de kabels, die veel langer meegaan. Het zou niet slim zijn om alle kabels weg te gooien als de hardware vervangen wordt. De bekabeling in een datacentrum kan vijf jaar mee, LAN-kabels hebben zelfs een levensduur van vijftien jaar. Dat wil zeggen dat ze in vijftien jaar worden afgeschreven, technisch kunnen ze nog veel langer mee.”

Om de veranderingen in de bekabeling makkelijker te maken, levert Draka optische vezels van standaardlengtes met aangegoten connectoren. Fehr: “Die connectoren komen uit de VS en ze zijn een product van USConec. Zo’n stekkertje is wat kleiner dan een USB-plug en kan worden gevuld met twaalf glasvezeladers. De glasvezelkabel en de connector worden in een zeer schone omgeving aan elkaar bevestigd, en met een lasertrimmer wordt ervoor gezorgd dat de optische uiteinden zo vlak mogelijk zijn. Bij montage in het datacentrum hoeft de monteur alleen maar de connectoren in te pluggen om een goede verbinding te maken.”

Een glasvezelkabel met twaalf aders zit in een plastic omhulling met een doorsnede van slechts 3 millimeter. De kabel neemt dus erg weinig ruimte in beslag en doordat het geheel soepel is, kan de verbinding relatief simpel in een goot worden gelegd. “De geringe diameter van de kabel is niet alleen makkelijk bij de installatie, het vormt ook vrijwel geen obstakel voor de koellucht. Bij traditionele dikke kabelbomen loop je het risico dat de kabels de lucht tegenhouden waardoor de koeling een stuk inefficiënter wordt”, zegt Fehr.

Tegenwoordig worden verschillende datastromen over hetzelfde medium geleid, zodat een enkele glasvezelkabel voldoende is voor data- en netwerkverkeer. De bandbreedte van de Draka-glasvezels is voldoende voor 40 gigabit ethernet. Een kabellengte van 100 meter is daarbij mogelijk. Fehr: “Dat is de gegarandeerde lengte die we opgeven voor de praktijk. In het lab zijn al proeven gedaan met veel langere kabels, bijvoorbeeld een stuk van 1 kilometer waarover met gemak 25 gigabit per seconde werd verstuurd. Dat onderzoek hebben we uitgevoerd met een aantal partners, om erachter te komen waar nu precies de maximale grenzen liggen.”

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!