ConflICT: Stiekem opnemen mag, soms

11 april 2016

Recent verscheen er een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarin de eiseres ter onderbouwing van haar vordering een USB-stick in het geding bracht met daarop meerdere ­fragmenten van gesprekken met de tegenpartij die stiekem waren opgenomen. Ik zie steeds vaker dat partijen bewijs overleggen in de vorm van een ­stiekem opgenomen gesprek. Mag dat?

We hebben in Nederland een zogenaamd vrij bewijsstelsel. Bewijs kan in beginsel door alle middelen worden geleverd, tenzij de wet anders bepaalt. Zelfs onrechtmatig verkregen bewijs is in een civiele procedure toelaatbaar. De rechter mag namelijk al het bewijsmateriaal zelf beoordelen op de merites. Zo ook de rechter in voornoemde zaak: “[Gedaagde] heeft ten aanzien van die geluidsfragmenten aangevoerd dat de gesprekken zijn opgenomen zonder zijn medeweten en instemming en dat slechts maar een klein deel van de gesprekken wordt overgelegd. [Gedaagde] heeft hieraan evenwel geen rechtsgevolgen verbonden en daarnaast noch de geluidsopnamen noch de transcripties daarvan inhoudelijk betwist. Bovendien is uitgangspunt dat bewijs kan worden geleverd door alle middelen. De rechtbank zal de (transcriptie van de) geluidsopnamen dan ook meenemen bij de beoordeling (…)”.

De omstandigheid dat het om een stiekeme geluidsopname gaat, brengt dus niet automatisch mee dat de rechter dit als bewijs dient uit te sluiten. In bijzondere gevallen kan dergelijk gebruik wel worden uitgesloten. Zo’n omstandigheid ziet bijvoorbeeld op de inhoud van het opgenomen gesprek. De opname kan bijvoorbeeld onrechtmatig zijn als het onderwerp van het gesprek geen zakelijk karakter betreft. Daarnaast verbiedt de wet het stiekem maken van opnames van gesprekken waaraan je geen deelnemer bent. Als je dus zelf een van de gesprekspartners bent, overtreed je deze wet niet.

Een opname kan dus onrechtmatig zijn als het geen zakelijk gesprek betreft en de opnemer geen partij is. Zo’n zaak lag voor bij de rechter in Utrecht. Daar had een werknemer bij kennismaking met een supermarktmedewerkster en een HR-medewerker, zonder medeweten van zijn gesprekspartners het gesprek opgenomen. Zelfs toen de werknemer de kamer had verlaten heeft hij deze opname door laten lopen en de rest van het gesprek tussen de HR-medewerker en de supermarktmedewerkster opgenomen. De werknemer was toen geen deelnemer meer aan het gesprek en het gesprek bevatte een privé-element. Tijdens het gesprek kwam de werknemer wel aan bod, hij werd een ‘vies, vuil ventje’ genoemd.

De rechter is van oordeel dat de werknemer met het opnemen van het gesprek een inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de HR-medewerker en de supermarktmedewerkster. Hoewel het gesprek op het werk plaatsvond en over een werknemer ging, voerden de supermarktmedewerkster en de HR-medewerker een gesprek in de beslotenheid van de kamer dat overduidelijk voor niemand anders bedoeld was. Ook leidinggevenden dienen volgens de rechter in beslotenheid met elkaar te kunnen spreken over werknemers zonder angst te hoeven hebben dat ze worden afgeluisterd.

Onrechtmatig verkregen bewijs wordt dus niet per definitie uitgesloten bij de bewijsvoering in een ­civiele procedure. Het belang van de ene partij op bescherming van de privacy, moet worden afgewogen tegen het belang van de wederpartij dat in de procedure de door haar gestelde feiten komen vast te staan. De Hoge Raad oordeelde al in 1987 dat voor uitsluiting van bewijs sprake moet zijn van een ‘rechtens ontoelaatbare inbreuk op de privacy, zulks op basis van bijkomende omstandigheden die deze conclusie rechtvaardigen’. Het enkele feit dat door de geluidsopname een inbreuk is gemaakt op de privacy van de betreffende partij is dan ook onvoldoende om een in het geheim gemaakte geluidsopname uit te sluiten van de bewijsvoering. Het belang van de waarheidsvinding door openbaarmaking (aan de rechter) van een opname weegt in dergelijke gevallen over het algemeen zwaarder dan het belang op bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Dat een onrechtmatige geluidsopname niet wordt uitgesloten van de bewijsvoering, neemt echter niet weg dat het heimelijk opnemen van een gesprek onder omstandigheden wel kan leiden tot aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad. De vraag die dan wel weer speelt, is in hoeverre je je schade (en de hoogte ervan) als gevolg van dat heimelijk ­optreden kunt aantonen – te meer als de heimelijk opgenomen opname in je nadeel werkt.

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!