Innovatie & Strategie

Analytics

Computer neemt ook kenniswerk over

9 augustus 2013

Na het automatiseren van allerlei relatief eenvoudige werkzaamheden, is nu hoogwaardig kenniswerk aan de beurt. De ontwikkelingen in processorkracht, kunstmatige intelligentie en digitaal beschikbare informatie stellen computers in staat goedkoop complexe analyses uit te voeren in een tempo waar een menselijk brein niet tegenop kan. Zo zetten oncologen in het Memorial Sloan-Kettering Cancer Center in New York bij het vaststellen van diagnoses nu al de Watson-supercomputer van IBM in. Watson kan in korte tijd de symptomen van een patiënt vergelijken met beschrijvingen in 600.000 medische rapporten, 2 miljoen pagina’s uit 42 medische tijdschriften en 1,5 miljoen patiëntverslagen en klinische proeven. Daar rolt een behandeling op maat uit die veel minder ingrijpend is voor de patiënt en een beter resultaat geeft dan een generieke aanpak.

Biljoenen dollars op drift

Niet alleen de medische sector profiteert van de ontwikkeling. De voorlopers van heel slimme digitale assistenten staan nu al in de vorm van Siri en Google Now op smartphones. Binnenkort kunnen ze autonoom afspraken plannen of vervangen ze, net als Billie van Bol.com, de eerstelijns helpdesk in natuurlijke conversatietaal. Op de telefoon of andere draagbare computervorm geven ze ongevraagd reisadvies op basis van geplande afspraken en beschikbare verkeersinformatie.

Managers krijgen hulp van kunstmatige intelligentie bij het analyseren van problemen op de werkvloer of het plannen van de budgetontwikkeling op basis van trends die de computer signaleert uit grote hoeveelheden in- en externe bronnen. Softwareontwikkelaars zetten ‘machine-learning’-technologie in bij het bouwen van code en het geautomatiseerd testen van de software.

In 2025 heeft de inzet van geautomatiseerd kenniswerken een effect op de wereldwijde economie van 5,2 tot 6,7 biljoen dollar, becijferde strategisch adviesbureau McKinsey onlangs. Deze ontwikkeling heeft in de genoemde periode het op één na grootste effect op ons leven, de bedrijfsvoering en de economie, stelt het adviesbureau. Alleen het effect van de mobiele revolutie is in die periode groter.

“Dit gaat gewoon gebeuren”, zegt ook Pieter Adriaans, hoogleraar learning and adaptive systems aan de University of Amsterdam. Hij noemt een voorbeeld uit zijn eigen praktijk. “Twee jaar geleden werkte ik aan een artikel over informatie voor Stanford Encyclopedia of Philosophy. Ik was geïnteresseerd in de geschiedenis van de term ‘informatio’. Ik kon iets doen wat geen auteur voor mij heeft gekund. Bijna alle klassieke en middeleeuwse teksten staan nu online. Dus: even zoeken, ruwweg kijken of de passage interessant is en desnoods vertalen met Google translate. Zo kon ik in een paar weken tijd een ideeëngeschiedenis reconstrueren die nog nooit iemand voor mij gezien heeft. Mijn collega Frank van Harmelen heeft in dit verband gewerkt aan een automatische filosoof die bijvoorbeeld met een druk op de knop alle relevante referenties door de geschiedenis van het begrip ‘categorie’ geeft.”

Ook Bas van de Haterd, arbeidsmarktdeskundige en auteur van het boek (R)evolutie van werk, ziet de ontwikkeling als onstopbaar. Hij wijst naar de trend in de Verenigde Staten waar nu al de juridische ondersteuning (paralegals) bij advocatenkantoren verdwijnt, niet enkel omdat computers goedkoper zijn, maar ook beter. Toch blijft de combinatie van mens en machine het sterkst. “Recent hield Kasparov een schaaktoernooi met open inschrijvingen. De winnaar? Geen grootmeester, geen big blue, maar studenten met iPhones. Slimme, maar niet briljante, mensen met slimme, maar niet superieure technologie wonnen! Echter, wat je ziet is dat de meeste mensen, nu hele generaties, niet goed kunnen omgaan met de technologie”, waarschuwt Van de Haterd.

Consequenties voor de arbeidsmarkt

Volgens de McKinsey-analisten is niet waarschijnlijk dat met deze trend functies volledig verdwijnen, zoals eerder bijvoorbeeld wel gebeurde in de auto-industrie waar robots de lassers overbodig maakten. Zij denken dat de nieuwe mogelijkheden kenniswerkers vooral ondersteunen bij hun taken waardoor zij productiever kunnen zijn. In 2025 kunnen 125 miljoen kenniswerkers in ‘common business functions’ 40 tot 50 procent productiever zijn, verwachten de onderzoekers.

Van de Haterd ziet juist miljoenen banen verdwijnen. Er komen er ook genoeg bij, maar vaak op heel andere gebieden. Hij verwacht dat de ontwikkeling het snelst gaat, waar de kwaliteit van de menselijke dienstverlening tekort schiet, bijvoorbeeld bij helpdesks. “Waarom? Omdat deze gewoon vaak heel dramatisch zijn qua kwaliteit. Foute antwoorden, onvriendelijkheid, et cetera.

Hetzelfde geldt voor IT. Ook daar zullen taken, grappig genoeg, deels geautomatiseerd worden. Net zoals ze nu vaak worden geoutsourced. Waarom worden ze straks geautomatiseerd? Omdat de kwaliteit in India misschien heel slecht is, maar dat is die in Nederland ook.”

Organisaties moeten zich nu voorbereiden

Het automatiseren van kenniswerk begint zich af te tekenen, maar is nog lang niet uitgerijpt, stelt McKinsey. Er gaan nog jaren overheen om de techniek te verbeteren. Ook moet bij organisaties het vertrouwen groeien om belangrijke taken over te laten aan computers. Verder lijkt een fundamentele organisatorische verandering nodig, die goed moet worden voorbereid. De verantwoordelijken moeten dus nu al nadenken welke taken volledig kunnen worden geautomatiseerd en welke werknemers baat hebben bij deze nieuwe vormen van ondersteuning. In veel gevallen moet kennis die in de organisatie aanwezig is, worden vastgelegd in code. Dat levert een extra probleem omdat juist de werknemers wiens positie dan op het spel staat, het meest geschikt zijn te helpen bij het vastleggen van die taken in software.

Ook de overheid moet aan de slag om het beleid en de regelgeving op de nieuwe situatie voor te bereiden. Wanneer computers steeds meer autonoom beslissingen nemen, moet de veiligheid voor de consument goed gewaarborgd zijn. Ook moet worden nagedacht over wie aansprakelijk is wanneer dankzij een computerbeslissing toch iets mis gaat. Bovendien groeit het probleem van laaggeschoolde werklozen, voor wie steeds minder banen beschikbaar zijn. De overheid moet ook zorg dragen voor een aanbod van scholing en nascholing om in de vraag naar steeds hoger gekwalificeerde werknemers te kunnen voorzien.

Rechtspositie van robots

Het is niet ondenkbaar dat computers uiteindelijk veel slimmer worden dan mensen. Via zelflerende technieken kunnen ze zelfs zichzelf verder ontwikkelen en onttrekken aan de macht van de mens. Volgens publicist Henny van de Pluijm moet de maatschappij een antwoord formuleren op deze ontwikkeling. Nu worden rechtskwesties rond IT geregeld via reguliere wetgeving zoals die rond eigendom, overeenkomsten en privacy. “In Rechten en Plichten voor Robots stel ik dat dit een doodlopende weg is. Uiteindelijk moeten lerende systemen een eigen rechtspositie krijgen om onafhankelijk van mensen te kunnen functioneren en ter verantwoording te worden geroepen. Ze moeten het recht krijgen op relevante informatie voor het nemen van beslissingen, maar ook het recht om zichzelf te upgraden om een taak goed te kunnen verrichten”, stelt Van de Pluijm in een blog.

Piet Kommers, associate professor gedragswetenschappen aan de Universiteit Twente, denkt niet dat het zo’n vaart loopt. “Bij kenniswerk denken we al snel aan machinale handelingen. Maar wanneer we het hebben over intuïtie, het maken van associaties en het autonoom denken – dus zonder dat we bewust nadenken – dan is dat een veel mistiger gebied. Dus het is prematuur om te denken dat op korte termijn veel kenniswerk kan worden overgenomen worden door computers.” Hij zet dan ook kanttekeningen bij de rol van IT in de ontwikkeling van kenniswerk. “In mijn visie is de IT vaak katalysator bij ontwikkelingen, bijvoorbeeld bij het leren. Maar volgens mij is het het hersenonderzoek waar het gaat gebeuren.” Kommers denkt daarbij bijvoorbeeld aan het ingrijpen op de chemische processen die een rol spelen bij het denken.

Slimmer of dommer?

Nu steeds meer intelligente taken door de computer worden overgenomen rijst de vraag of de intelligentie van de mens wordt uitgehold. Nicholas Carr, auteur van het boek Het ondiepe: Hoe onze hersenen omgaan met internet startte in 2008 een discussie door te beweren dat hoe meer mensen op kunnen zoeken, hoe minder de hersenen geprikkeld worden om te onthouden (use it or lose it). Ook kunnen mensen die gewend zijn op internet informatie in hapklare brokken te lezen, geen lange stukken tekst meer waarderen. Dat zou onder meer het einde kunnen betekenen van de literatuur.

Pieter Adriaans, hoogleraar learning and adaptive systems aan de University of Amsterdam, is daar niet zo bang voor: “De cognitieve capaciteiten verschuiven maar worden denk ik niet minder van kwaliteit. Vroeger konden mensen hele lappen tekst uit hun hoofd opzeggen en ze hadden een prachtig regelmatig handschrift. Allemaal dingen die je nu niet meer tegenkomt. Maar je krijgt er wel veel voor terug. Een paar jaar geleden puzzelde ik soms weken op de vorm van een wiskundige plot. Nu typ ik hem in Wolfram Alpha [geavanceerde zoekmachine, red] en krijg binnen seconden een 3D-representatie tot en met de irrationele oplossingen. Bepaalde abstracte problemen kan ik daardoor veel dieper analyseren. Mijn directe handigheid in het oplossen van problemen uit de calculus neemt af, maar mijn intellectuele spanwijdte is toegenomen. Ik heb een theorie: de technologie van generatie x programmeert de breinen van generatie x+1. Dat is al sinds de uitvinding van het wiel zo. Kinderen kunnen nu vaak heel snel door enorme hoeveelheden visueel materiaal scannen, maar ze kunnen zich niet meer later verrassen door een schilderij van Vermeer.”

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!