Column: Het Babylon van de regels

2 mei 2014

Tja, dat verlangen. Of die angst. Dat verstoorde de verhoudingen. Dat was het begin van de regel: ‘de sterkste is de baas’. En dat is eeuwen zo gebleven.

Wat moet je nou, als je niet zo sterk bent, maar toch iets anders wilt dan wat de sterkste wil? Dan moet je zorgen dat die sterke man wil wat jij wilt. Moet je wijs voor zijn. Of beter nog: slim. Dat was het begin van de regel: ‘wie niet sterk is moet slim zijn’. En als je erg slim bent, dan maak je een aantal regels, die op zich heel redelijk klinken. Zoals: ‘gij zult uw vader en uw moeder eren’, een vroege vorm van pensioenverzekering. En: ‘gij zult niet doden’, zodat de populatie niet vroegtijdig uitsterft.

Dat ging ook eeuwen goed, tot er in het buurland mooie meisjes, schone jongelingen, zilvervloten, groene engertjes, draken en een bron van de eeuwige jeugd werden gesignaleerd. Dat werd de tijd dat het monopolie op geweld werd geclaimd door de bazen. En de tijd dat de bazen sterke mannen huurden, die ze een license to kill gaven. Of een kapersbrief. Dat was het begin van de tijd dat de bazen nooit meer vuile handen hoefden te maken. Want zo waren de regels. De bazen beschikten over de mooie meisjes, schone jongelingen, zilvervloten, informatiebronnen, atoomdraken en kochten daarmee slimme en sterke mannen en vrouwen. Ze hadden het monopolie op geweld. En het monopolie op het stellen van regels.

En opnieuw leek dat eeuwen goed te gaan. Af en toe werd er een oorlog gevoerd, om een mooi meisje, een schone jongeling, een oliebron, een gasveld of een diamantmijn, maar overwegend volgens de regels van het oorlogsrecht, die de bazen samen hadden opgesteld. Ieder land had zo zijn bazen, had zijn sterke mannen gehuurd in legers en had zijn regelbedenkers in parlementen en ambtenarijen.

Totdat…

Eigenlijk vielen er twee ontwikkelingen samen. De ene was de trend van het geweld. Dat werd steeds verfijnder. De vuist – die allang plaats had gemaakt voor het mes, het zwaard, de musket, Dikke Bertha, de V1, de A-bom en de H-bom – werd vervangen door minder plompe middelen, al of niet laser gestuurd, op afstand bediend, gericht toegepast. Ook de bazen werden doelwit, ze bleven niet langer buitenspel.

De spion, altijd al een noodzakelijk instrument in het uitoefenen van de macht, kreeg steeds verfijnder gereedschap. Terwijl hij, in het tijdperk van de grote Chinese keizers, het werk nog alleen afkon, had hij nu vele collega’s. En terwijl je vroeger wel wist wie je tegenstander was, die sterke of slimme man, en ook welk geweld er tegen je werd gebruikt, werd dat steeds minder duidelijk. Wie had dat virus op jouw computer geïnstalleerd? Wie had die drone in je tuin laten dalen? Hoe kwam je aan die rare hoest? De taal van het geweld werd steeds verfijnder. Individualistischer. En niet uitsluitend meer gesproken door hen die het monopolie claimden. Dat was de ene trend.

De andere trend was de verfijning van de regelgeving. Met één regel kun je discrimineren tussen twee groepen: voor de ene groep gaat de regel niet op, voor de tweede wel. Met iedere nieuwe regel verdubbel je het aantal groepen. Met vijfentwintig regels zit je al op tweeëndertig miljoen groepen. Bij een volk van zestien miljoen zielen is dus de helft van die groepen leeg. Voor lege groepen hebben nieuwe regels geen zin. Hun effect is zero, nul, nada.

Voor de groepen met een behoorlijke populatie hebben nieuwe regels nog zin. Maar het meest interessant zijn nieuwe regels, die groepen van één persoon bevoordelen of benadelen. Daarmee stuur je als regelgever op individueel niveau. Sturen op individueel niveau, onder het mom van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’, een droom van elke bestuurder. Nieuwe regels gemaakt, steeds wanneer iets je niet zinde. Of iemand. Oude regels nooit geschrapt. Verdwijnende achtergrondkennis zorgde voor elkaar tegensprekende regels. Regelingen per domein ontstonden. Elk met hun eigen taalgebruik. Het Babylon van de regels. Zoveel regels, dát drukte menig domein over de rand van de complexiteit. Zelfs de Deregulerings Autoriteit verviel in het maken van regels zó, dat ze haar eigen regels onmogelijk kon toepassen.

Een periode waarin slimme mensen steeds vaker dachten: ‘dat kan toch niet waar zijn?’ En sterke mensen steeds vaker zeiden: ‘als ik hard roep krijg ik misschien niet gelijk, maar wel mijn zin’.

En met die twee samenvallende trends, de verfijning van het geweld en de overmatige regelgeving, zaten we opeens weer terug aan het begin van ons verhaal, in de chaos.

Het werd weer tijd voor echte vriendschap.

 
Lees het hele artikel
Je kunt dit artikel lezen nadat je bent ingelogd. Ben je nieuw bij AG Connect, registreer je dan gratis!

Registreren

  • Direct toegang tot AGConnect.nl
  • Dagelijks een AGConnect nieuwsbrief
  • 30 dagen onbeperkte toegang tot AGConnect.nl

Ben je abonnee, maar heb je nog geen account? Neem contact met ons op!